PlusExclusief

Cabaretier Tim Fransen: ‘Het leven is in essentie een absurditeit’

Cabaretier en filosoof Tim Fransen (1988) opent zaterdagavond het theaterseizoen met een culturele ‘State of the Union’ op de Uitmarkt. Een interview aan de hand van trefwoorden. Over de wijsheid van René Gude, de filosofie achter de coronapas en zijn eigen klimaatdepressie.

Stefan Raatgever
Tim Fransen. Beeld Harmen de Jong
Tim Fransen.Beeld Harmen de Jong

Amsterdam

“Ik ben opgegroeid in Gaasperdam. Bij Zuidoost aan het einde van de jaren tachtig denk je misschien aan straten vol drugsdealers en breezersletjes, maar ik heb er een fijne jeugd gehad. De wijk was net nieuw gebouwd, ik kan me nog goed herinneren dat we met de hele buurt boompjes gingen planten. Mijn ouders – allebei leraar – brachten zo de voedingsbodem aan voor de maatschappelijke betrokkenheid die mijn zus en ik allebei hebben.”

“Bijna al mijn vrienden van toen zijn uiteindelijk iets creatiefs gaan doen. Grafisch ontwerper, bedenker van videogames, architect. Ik denk dat dat met de multiculturaliteit van de buurt te maken heeft. Dankzij al die verschillende prikkels – ik zat in een basisschoolklas met zeker tien nationaliteiten – sta je toch makkelijker open voor nieuwe invloeden.”

Henny Pleizier

“Ik ben vorige week bij de voor hem gehouden herdenkingsbijeenkomst geweest. Henny is helaas maar 65 jaar geworden. Zijn sportschool was een begrip in de Bijlmer. Ik heb er mijn eerste judolesjes gehad en was er in mijn tienertijd drie, vier avonden per week te vinden om karate of jiujitsu te doen. Henny liep er elke dag rond, was overal bij betrokken.”

“Ik was een redelijk fanatiek vechtsporter. Bij een Nederlands kampioenschap karate ben ik als junior zelfs een keer tweede geworden. Na een trap tegen mijn adamsappel waardoor ik een week niet kon praten, ben ik op slag gestopt. Ik begon me in die tijd net wat meer op cabaret toe te leggen en bedacht dat kunnen praten daarvoor toch wel handig is.”

Uitmarkt

“De officiële opdracht was het houden van een culturele ‘State of the Union’. Maar ik heb even gekeken hoe mijn voorgangers dat aanpakten en constateerde dat zij die richtlijn massaal aan hun laars hebben gelapt. Daarom neem ik de gelegenheid te baat om terug te blikken op de krankzinnige zomer die achter ons ligt. Vroeger heette die periode komkommertijd, tegenwoordig zijn we aan een oorlog op het continent aan het wennen op de manier waarop je ook leert leven met een lelijk behangetje. Ondertussen drogen rivieren op, blokkeren de boeren snelwegen en sluit Rusland het gas af. Tussen al die ellende heb ik ook proberen te zoeken naar zaken waaruit we deze zomer hoop hebben kunnen putten.”

Nietzsche

“Een paar jaar geleden heb ik een trip naar zijn graf ondernomen. Ik zat in die tijd vrijwel altijd thuis opgesloten met mijn filosofieboeken. Een vriend vond dat ik er, indachtig de wijsheid van Nietzsche dat de ervaring altijd voller is dan de gedachte, ook eens op uit moest.”

“Nietzsche is voor mij een belangrijke stem in mijn filosofische ontwikkeling. Hij rekende af met alle grote morele waarheden, zoals die van religie of de verlichtingsidealen van Kant. Best ontnuchterend natuurlijk, maar wat mij betreft wel een geloofwaardig startpunt van alle filosofie die daarna nog kan komen.”

“Hij ligt begraven in het Duitse Röcken. Nu bleek dat laatste ook ongeveer het enige wat er in dat saaie dorpje te doen was, maar het graf was fascinerend. Ik werd er even met mijn neus op de absurditeit van het leven gedrukt. Daar lag de beroemde filosoof onder een verwaarloosde steen in een bloedeloos gehucht.”

“Geen vervelende ervaring, hoor. Het is best bevrijdend om soms even te bedenken dat we allemaal maar wat doen en het leven in essentie een absurditeit is.”

Hans Teeuwen

“Hoezo? O, vanwege de column die ik schreef naar aanleiding van zijn besluit niet op te treden als hij in zijn zalen met de coronapas moest werken. Onder anderen Douwe Bob en Fresku deden hetzelfde.”

“Het is een tijdje geleden, maar mijn algemene punt staat nog wel. Ze probeerden allemaal vrijheid als een soort onwrikbaar principe te verdedigen. Gebeurt vaker als er wordt gemorreld aan de ruimte om bijvoorbeeld te vliegen, veeteelt te bedrijven of vlees te eten: ‘Blijf daarvan af, het is onze vrijheid!’”

“Die manier van denken is filosofisch onjuist. Vrijheid is in onze maatschappij altijd ingeperkt. We hebben regels met elkaar afgesproken, die die vrijheid inperken, dat heet beschaving. Een rood stoplicht is ook een vrijheidsbeperking.”

“Op het spectrum van individuele vrijheid en maatschappelijk orde zitten we vergeleken met andere landen aan de losbandige kant. Alleen ontkom je er in crisistijd niet aan wat individuele vrijheid op te geven voor maatschappelijke orde. Dat is een les die we met het oog op wat er allemaal op ons afkomt echt moeten leren.”

Grappiger dan ooit

“Dat stond in de recensie in jullie krant, ja. Was ik blij mee, uiteraard. Zeker na de rare première die ik had met De mens en ik. In november vorig jaar werd duidelijk dat er weer een coronalockdown aankwam. Zoiets lekte steeds op maandag al uit en dan gingen de maatregelen in op de zaterdag, precies de dag dat ik in première zou gaan. Mentaal begon ik al afscheid te nemen, toen bleek dat de lockdown dit keer op zondag begon. Ik zou dus tóch spelen!”

“Opgelucht, maar doodsbang was ik ineens. Had ik nu wel de juiste voorbereiding gehad? De voorstelling ging gelukkig prima en de recensies waren ook goed. Alleen bestelt er natuurlijk niemand meer kaartjes als de theaters voor onbepaalde tijd op slot zitten. Toen ik weer begon, zaten vooral in de grote steden de zalen gelukkig snel vol, maar daarbuiten bleek de bezetting soms gehalveerd. In oktober gaat de show in reprise. Gelukkig loopt de kaartverkoop daarvan weer een stuk beter.”

Poelifinario

“De prijs voor het indrukwekkendste cabaretprogramma van het jaar, waar mijn voorstelling voor is genomineerd. Ik was in 2018 de jongste cabaretier ooit die hem won. Intussen ben ik alleen maar ouder geworden, dus dat record ga ik zelf niet meer breken. Maar het is een fijne bevestiging om weer genomineerd te zijn. In de categorie Engagement, een eer die ik uiteraard beschouw als het voorportaal van de Nobelprijs voor de Vrede.”

“Maar serieus: omdat ik van nature geen podiumdier ben, zijn er momenten – vaak vlak voordat ik op moet – waarop ik denk: wat ben ik eigenlijk aan het doen, waarom ben ik van deze 600 mensen degene die vanavond solo het woord voert? Dat soort onzekerheid is met zo’n prijs of een fijne recensie weer even gerust te stellen.”

Youp

“Dat kan slaan op twee wezens die ik ken. Youp van ’t Hek of Youp, de hond van mijn ouders. Over de laatste heb ik lang gedacht dat hij Joep heette, maar mijn vader staat erop dat het Youp is. Voor een hond vind ik dat aan de pretentieuze kant en daarbij zijn zijn oudejaarsconferences ook aanzienlijk minder leuk dan die van andere Youp, maar oké.”

“Overigens kwam ik er nog weer later achter dat Youp van ’t Hek eigenlijk juist wel Joep heet. Een heel aardige man, die Joep. Hij komt soms naar mijn voorstelling met een fles champagne ter felicitatie. De laatste keer dat hij er was, wilde hij mijn vriendin een vriendschappelijk klapje op de schouder geven. Alleen draaide ze zich net om, waardoor die tik op haar wang terechtkwam. Daar zijn onze advocaten nu nog mee bezig.”

Dantari

“De buitenaardse wezens die ik opvoer in De mens en ik. De Dantari bezoeken me in mijn dromen en willen weten of de mensheid uiteindelijk meer goed of kwaad doet. In het laatste geval zullen ze ons preventief uitroeien om te voorkomen dat we het heelal koloniseren. Voor mij een fijne kapstok voor een voorstelling.”

“Sinds mijn 18de vraag ik me met enige regelmaat af tot welke eigenaardige diersoort ik eigenlijk behoor. Zouden er bijvoorbeeld andere soorten bestaan die hun thuis, de aarde, langzaam, maar bewust helemaal kapotmaken? Daarom wilde ik naar de mensheid kijken door de ogen van een buitenstaander. Zo krijgen al die tragische dingen al snel ook iets komisch. Neem de VOC. Wat een verschrikkingen hebben die uitgevoerd uit naam van de kruidnagel en de nootmuskaat, moordpartijen met als hoogste doel het beter op smaak kunnen brengen van ons eten. Zo absurd dat je vanuit een uitgezoomd perspectief bijna niets anders kunt doen dan erom lachen.”

René Gude

“Zijn foto staat prominent bij mij in de kast. Hoewel hij als filosoof ook worstelde met de vragen van het leven, vertrouwde ik er toch op dat hij de antwoorden die ik zocht toch ergens had. Theo Maassen stelde ons in 2013 aan elkaar voor op een filosofieavond in Toomler. Daarna ging ik bijna wekelijks met het pontje naar zijn woonboot in Noord om een paar uurtjes te kletsen over van alles en nog wat. René is er nu al zeven jaar niet meer, maar nu de wereld zo in chaos verkeert, zou ik heel graag nog een keertje bij hem langsgaan om zijn visie te horen.”

Klimaatdepressie avant la lettre

“Depressie is een groot woord, maar ik liep wel rond met grote zorgen. Ik was 18 toen de documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore uitkwam. Tot die tijd had ik een zorgeloos leven van computerspelletjes en karate, maar na het zien van die film kreeg ik een milde obsessie met klimaatverandering.”

“Dat ging zo ver dat ik me uiteindelijk zo treurig en alleen voelde dat ik een psycholoog bezocht. Ik begon daar allerlei doemscenario’s over overstromingen en de onverschillige mensheid op te dissen in de hoop enigszins gerustgesteld te worden, maar die man zei alleen: ‘Ja, dat lijken me hele reële angsten.’ Ik ben niet meer teruggegaan. Maar het was ergens ook nuttig: hoewel toen nog bijna iedereen zijn schouders ophaalde over klimaatverandering, bleek het dus helemaal niet gek om daarmee bezig te zijn.”

Klapstoel

“Is het misschien nog leuk voor die rubriek van jullie dat de punchline van een van mijn slechtste grappen ooit ook ‘klapstoel’ was? Die grap zat in een van mijn eerste showtjes. Ik was in die tijd een vrij verlegen jongen. Toen ik het verlangen kenbaar maakte cabaretier te worden, zorgde dat in mijn directe omgeving voor gefronste wenkbrauwen.”

“Na een paar optredens kwam mijn zus kijken in een klein theatertje in Utrecht. Daar liep het totaal niet. Nul lach. Doodse stilte bij alles wat ik vertelde. Nu ik eraan denk, voel ik meteen de schaamte van toen weer in mijn lichaam.”

“Ik had ook een slecht verhaal, waarin ik vertelde hoe ik stoned begon te hallucineren. Ik voelde me één worden met de stoel waarop ik zat. Als stoel kreeg ik vervolgens ruzie en deelde een tik uit. ‘Wie denk je wel niet dat je bent,’ was de reactie van de ontvanger. Op ‘Een klapstoel!’ kreeg ik één heel voorzichtig lachje. Toen ik die binnen had, ben ik de coulissen ingesprint. Wat een desastreuze avond. Mijn zus sprak na afloop bemoedigende woorden, maar moet hebben gedacht dat ik een totaal verkeerd pad had gekozen.”

Tim Fransen treedt zaterdag om 21.30 uur op op de Uitmarkt op het Museumplein.

Tim Fransen. Beeld Harmen de Jong
Tim Fransen.Beeld Harmen de Jong

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden