PlusInterview

Cabaretier Ramon Chatrer onderzoekt het beest in zichzelf

Ramon Chatrer Beeld Jaap Reedijk
Ramon ChatrerBeeld Jaap Reedijk

In Opperhond, waarmee hij avondvullend debuteert, bespreekt Ramon Chatrer zijn innerlijke onrust. ‘Als ik mijn gebreken kan accepteren, zouden ze helemaal niet zo erg zijn.’

Mike Peek

In het openingsnummer zingt u over ‘Het beest in mij’. Hoe zou u dat beest omschrijven?

“Een woede en onrust die in mij woedt en er bij de meest kleine dingen uit kan komen. Het is een soort defect. Veel dingen die anderen als normaal beschouwen, lukken mij gewoon niet. Waarom kunnen sommige mensen wel netjes koken? Of de was normaal ophangen? Ik voel me soms een alien omdat ik dat niet kan. Ik mis ook de overgave om vrijuit te dansen bijvoorbeeld. Daar zou ik graag wat losser in willen zijn.”

U zit er hier behoorlijk relaxed bij.

“Omdat ik me goed voel. Vroeger was ik sowieso veel opgefokter dan nu. Ik ben me inmiddels ook wel bewuster van mijn gedrag. Aan het begin van Opperhond speel ik een jongen die vastzit in zijn eigen gewoontes en niet bereid is om zich aan te passen. Dat was ik ook echt. Tijdens het maakproces merkte ik: ik moet iets veranderen, ik moet een beetje meebewegen, maar die stap is gewoon spannend. Soms maak je het jezelf veel te moeilijk. Ik hoop, want anders zou ik mezelf helemaal gestoord vinden, dat het publiek dat herkent.”

Heeft u moeite met ‘normale dingen’ of vooral met autoriteit?

“Allebei wel. Ik heb behoefte aan gelijkwaardigheid. Ik hang de was heus niet expres verkeerd op, maar als iemand zegt: je moet het eens zo en zo proberen, voel ik soms weerstand. Ik begon op mijn zestiende met pianospelen. Toen riepen mensen dat ik les moest nemen, omdat ik daar beter van zou worden. Maar ik was te koppig. Ik wilde dat het uit míj zou komen, uit een autonome motivatie. Dat is altijd de drijfveer in alles en soms beperkt dat me dus ook.”

In het laatste lied zingt u: “Laten we doen alsof al mijn gebreken geweken zijn.”

“Als ik mijn gebreken kan accepteren, zouden ze helemaal niet zo erg zijn. Ik hoorde iemand zeggen dat hij vrienden had uitgenodigd voor een etentje en toen vertelde dat het de laatste keer was omdat hij niet graag kookt. Hij is daar dus oké mee. Dat harmonieuze gevoel zou ik mezelf ook erg gunnen. Maar ik wil dan toch niet onderdoen voor anderen.”

Wat vindt u ervan, dat iemand dat gewoon zegt?

“Geweldig. Eerlijk zijn over je onkunde. Als ik mensen leer kennen die alleen maar heel aardig doen, wantrouw ik dat. Ik geloof dat niet. Je kunt niet alleen maar leuk en perfect zijn. Dat denk ik deels uit eigenbelang, want dat zou betekenen dat ik een minder goed mens ben. Dus als iemand dan toch een keer iets naars of tegendraads zegt, denk ik: wat fijn om dat ook te zien, dankjewel!”

U lijkt vooral een hekel te hebben aan de banaliteit van het dagelijkse leven.

“Wanneer ik een dag vrij ben, komt het nooit bij me op om een mooie kamerplant te gaan kopen in het tuincentrum. Ergens zou ik dat best willen, maar als iemand te veel aandacht besteedt aan zijn interieur, denk ik toch: waarom besteed je zoveel aandacht aan hoe je wil overkomen? Ik vind het fascinerend dat mensen zich zo vasthouden aan wie ze denken te zijn of wat ze uitdragen. Iemand houdt bijvoorbeeld van reizen, heeft daarom een landkaart aan de muur hangen en zet stipjes op de plekken waar hij of zij geweest is. Ik verwonder en verbaas me daar over, maar ben er ergens ook jaloers op.”

Wat straalt uw eigen interieur dan uit?

“Het is de meest eerlijke weergave van wie ik ben, want er is niet over nagedacht. Iemand vroeg ooit aan me waarom ik alleen groot licht heb en geen gezellige kaarsjes of een schemerlamp. Waarom zou ik dat doen, dacht ik toen, het is toch maar licht? Misschien ben ik te praktisch en durf ik mezelf niet te definiëren. Ik vind het prettig om alles nog te kunnen worden. Het voelt kwetsbaar om te zeggen: dit ben ik.”

Je kunt zo’n interieur best uit je duim zuigen toch? Het hoeft niet per se je karakter weer te geven.

“Ja, ik vraag me daarom altijd af wie mensen aan de binnenkant zijn. Je kunt je wel leuk presenteren, maar wat zit daaronder? Ik verwonder me over mensen die besluiten: dit ben ik, en daar houd ik me voortaan aan vast. Misschien omdat ik die keuze niet maak. En dat vormt óók weer een beeld voor anderen. Ik probeer nu bewust meer veranderingen toe te laten. Dat is een leuke zoektocht.”

Opperhond is op 22, 23 en 24/11 (première) te zien in Theater Bellevue

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden