Micha Wertheim

Plus Interview

Cabaretier Micha Wertheim: ‘Ik ben vrij goed in mislukken’

Micha Wertheim Beeld Eva Plevier

Negen kunstenaars en instellingen zijn genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst, de grootste cultuurprijs van de stad. Cabaretier Micha Wertheim, kanshebber met zijn voorstelling Voor alle duidelijk­heid, is sceptisch over prijzen, maar toch ook blij.

Micha Wertheim (47) is volgens de jury ‘een cabaretier die zijn publiek laat lachen maar ook ontregelt, confronteert en soms zelfs woedend achterlaat’. Ook weet hij ‘op geniale wijze de humor te vinden in kleine observaties, grote levensvragen en de actualiteit’.

Ondanks de mooie woorden was de jury er niet helemaal gerust op hoe Wertheim zou reageren op zijn nominatie, ‘want als ie vindt dat zijn werk te serieus wordt genomen, slaat hij terug met bijtend sarcasme’. Toen juryvoorzitter Simone Weimans hem na de bekendmaking, half juni in de tuin van de ambtswoning, vragend aankeek, wees Wertheim op de opdruk op zijn shirt: I am-bivalent.

Ambivalent was hij zeker; Wertheim heeft overwogen de nominatie te weigeren, zoals hij in 2015 ook niet genomineerd wilde worden voor de Poelifinario, de prijs voor het beste cabaretprogramma van het seizoen. 

“Dat werd toen een heel ding, dus ik dacht: laat ik dan maar een keertje ja zeggen, dan zien we wel wat er gebeurt. Voor mij staat het los van wat ik maak en wat ik doe; de meeste juryleden hadden Voor alle duidelijkheid nog niet eens gezien toen ik genomineerd werd. In het juryrapport komen mijn columns, mijn kinderboeken en podcast Echt gebeurd niet voor. Dat vind ik dan meteen ingewikkeld, omdat ik het gevoel krijg dat ze mij definiëren. Terwijl ik als maker juist mijzelf wil definiëren. Zoals ik het ook problematisch vind dat ik in competitie ben met twee mensen die ik het beste van de wereld gun en die totaal niet met mij zijn te vergelijken.”

“Ik vind het ook ongemakkelijk dat ik een reclamefilmpje heb moeten maken voor het AFK, terwijl ik nog helemaal niks gewonnen heb. Geef gewoon een prijs aan een paar mensen, denk ik dan, en laat het gedoe minimaal zijn. Maar ook al is het raar om zelf een prijs te krijgen, ik ben ook wel blij dat de gemeente in deze tijd nog kunstenaars steunt met een prijs. Bovendien ben ik trots op mijn voorstelling en wil ik ’m graag aan zoveel mogelijk mensen laten zien. In Amsterdam denken mensen vaak dat mijn zalen overal vol zitten. Maar buiten de stadsmuren kan de voorstelling beslist nog wat aandacht gebruiken. Daar ben ik blij mee.”

Wat kenmerkt uw werk?

“Ik geloof dat ik heel veel ideeën heb, maar met de meeste ideeën kan ik helemaal niks, omdat het te veel werk is, te ambitieus, omdat ik er niet geschikt voor ben of er geen tijd voor heb. Maar zo nu en dan heb ik een idee waar ik wél wat mee kan en daar ga ik dan mee door. Zolang ik dingen maak of schrijf, heb ik controle over mijn hoofd, als ik stop met maken keren de gedachten zich vrij snel tegen mij. Daarom probeer ik altijd iets omhanden te hebben. Een goede deadline helpt daarbij.”

“Toen ik klein was zei ik tegen mijn ouders dat ik van de hoge duikplank was gesprongen. Ze antwoordden: ‘Echt, mogen we het zien?’ Toen sprong ik pas voor de eerste keer. En toen ik tijdens mijn studie cultuurwetenschappen in Maastricht in een vlaag van overmoed tegen het universiteitskrantje had gezegd dat ik columnist wilde worden, antwoordden ze: ‘stuur er maar een paar’. Ik dacht: ‘o jee, nu moet ik het doen’. Dat is vaak hoe ik werk: iets beloven waarvan ik helemaal niet weet of het me wel lukt.”

“Het lukt natuurlijk heel vaak niet, maar juist uit mislukkingen kan iets onverwachts komen. Bij mijn shows zijn de dingen die achteraf als knap of origineel worden gezien vaak oplossing voor problemen die ik vooraf niet had voorzien. Omdat ik niet virtuoos genoeg ben om het anders op te lossen, verzin ik een lapmiddel. Ik ben vrij goed in mislukken. Misschien omdat ik als kind veel moeite had met school heb ik het vertrouwen ontwikkeld dat het wel goedkomt als je niet opgeeft. Ik heb heel veel try-outs gespeeld die verschrikkelijk waren. Maar juist als je een zaal vragend aankijkt, ontdek je waar het mis zit. En voor je het weet kom je dan op iets waar je anders nooit op gekomen was.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam?

“Mensen denken vaak dat ik een Amsterdam-Zuidjongetje ben, maar ik ben geboren in Groningen, zat op school in Maarsbergen en heb gestudeerd in Maastricht. Pas daarna ben ik in Amsterdam terechtgekomen. Ik vind het fijn om in De Kleine Komedie te staan, maar ik vind touren eigenlijk nog leuker. Hoe langer ik in de auto zit, hoe beter.”

Kunst in Amsterdam moet inclusiever, vindt wethouder Meliani; hoe kunt u daaraan bijdragen?

“Kunst moet helemaal niks, vind ik. Maar ik maak mijn voorstellingen zo dat ik ervan overtuigd ben dat de mensen die worden bedoeld met ‘inclusiever’ een topavond hebben als ze komen. Maar het lukt me niet altijd om ze naar het theater te krijgen. Dat voelt als een nederlaag, ik zie mezelf namelijk ook als outsider; ik heb er wel wat ervaring mee als enige Jood op school in een dorpje. Maar in essentie is iedereen een buitenstaander. Dat is waarom kunst mensen bij elkaar brengt. Samen eenzaam zijn. Ik vrees dat al het beleid om kunst inclusiever te maken averechts kan uitpakken. Hoe meer nadruk je legt op verschillen in afkomst en sekse, hoe hoger je de drempel maakt om naar buiten te kijken. Voor mij is kunst juist het vieren van eenzaamheid.”

“Ik houd heel erg van kunst, omdat het me soms troost geeft, maar er zijn genoeg mensen die er helemaal geen behoefte aan hebben. Dat kun je niet dwingen, en je moet de kunst volgens mij ook niet een bepaalde kant op dwingen. Ik kan me voorstellen dat je, als je naar de Stadsschouwburg gaat, het leuk vindt als er iemand op het podium staat die op jou lijkt. Maar de misvatting is dat iemand op je moet lijken om te ontdekken dat je erop lijkt. Ik heb zelf heel vaak gezien dat in kunst die heel ver van je af staat ook iets kan zitten waar je wat aan hebt. In de Matthäus Passion van Bach komen teksten voor die voor Joden geen lolletje zijn. Maar je moet letterlijk doof zijn om niet te erkennen hoeveel meer er te halen valt door er gewoon naar te luisteren.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Ik heb net met mijn impresariaat afgesproken dat ik volgend seizoen weer een voorstelling doe. Maar voor de rest ben ik slecht in nadenken over de toekomst omdat ik eigenlijk verschrikkelijk pessimistisch ben over de toekomst. Los van de ecologische rampen die ons te wachten staan, vraag ik me ieder jaar weer af hoelang de theaters nog openblijven. Er is zo’n sterke stroming die vindt dat dat allemaal maar eens afgelopen moet zijn. Ik houd er rekening mee dat die zomaar de macht kunnen krijgen – dat zou niet de eerste keer zijn. Maar ik heb gemerkt dat ik daar weinig tegen kan doen, behalve iets heel moois maken in de hoop dat er mensen naartoe gaan en dan denken: ik zou het wel heel jammer vinden als ik dat moet missen.”

Het prijzengeld bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen?

“Ik heb besloten dat een deel van het prijzengeld naar de mensen gaat die niet gewonnen hebben. Omdat ik het raar vind dat zij er ook tijd en moeite in geïnvesteerd hebben maar daar niks voor terugkrijgen. Dat vind ik principieel onjuist. Ik hoop het AFK op een idee te brengen en dat ze volgend jaar alle genomineerden in ieder geval duizend euro geven.”

“Dan zal er wat geld gaan naar Echt gebeurd, dat ik samen met Paulien Cornelisse maak, en naar de mensen met wie ik mijn show gemaakt heb. Want zoiets doe je niet alleen. En voor de rest moet ik nog iets verzinnen, ik denk dat het iets te maken zal hebben met mensen warm maken voor kunst.”

“Ik vind het trouwens volkomen legitiem als andere genomineerden het hele bedrag zelf houden. Een prijs is in wezen een subsidie waar je geen aanvraag voor hoeft te doen. En daar valt veel voor te zeggen.”

Voor alle duidelijkheid: 29 en 30/10 in De Kleine Komedie, 07/11 Hoofddorp, 09/11 Almere, 12/3 De Meervaart. Het thema van de eerstvolgende aflevering van Echt gebeurd is ‘littekens’. Zie echtgebeurd.net.

Shortlist Amsterdamprijs

De Amsterdamprijs voor de Kunst wordt dinsdag 15/10 om 15.30 uur uitgereikt in De Meervaart in drie categorieën:

Bewezen kwaliteit

- theatermaker/mimespeler Karina Holla
- modeontwerper Fong Leng
- choreograaf/directeur Ted Brandsen van Het Nationale Ballet

Beste prestatie

- internationaal podiumkunstenfestival Flamenco Biënnale
- documentairemaker Aboozar Amini
- cabaretier Micha Wertheim

Stimuleringsprijs

- beeldend kunstenaar Raquel van Haver
- conceptuele club/ sociëteit Sexyland
- filmmaker Sam de Jong

Lees ook: AFK-directeur Annabelle Birnie: ‘De Amsterdamprijs heeft geen politiek doel’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden