Hans Dorrestijn: ‘De ekster houdt niet van de natuur. Daar kan ik niet helemaal mee instemmen.’

PlusInterview

Cabaretier Hans Dorrestijn: ‘Als mensen lachen, geeft mij dat troost’

Hans Dorrestijn: ‘De ekster houdt niet van de natuur. Daar kan ik niet helemaal mee instemmen.’Beeld Sanne Zurne

Cabaretier Hans Dorrestijn wordt dinsdag 80 jaar. Hij viert het met een nieuw vogelboek en de vaststelling dat hij de leukste jaren van zijn leven doormaakt. ‘Als je jong bent, ben je suïcidaal. Op mijn leeftijd heet dat gewoon filosofisch.’

“Tachtig jaar. Dat geeft geen recht op praatjes, hoor. Ik heb gewoon geluk gehad. Blijkbaar is mijn lichaam vrij sterk en heb ik altijd gezwijnd in het verkeer.”

“Ik heb me de laatste maanden ook verbaasd over die redenering van de regering: de hele samenleving stilleggen om mensen van mijn leeftijd te beschermen. Daar zou ik zelf niet voor hebben gekozen, hoor. Als er om mijn leven te redden tien gezinnen met kinderen in armoede worden gedompeld, zeg ik: ‘Hallo, ik heb tachtig jaar geleefd. Daar hoeft ten koste van een ander echt niet nog meer bij te komen.’ Of vind je me nu te edel doen?”

“Ik heb gezien wat voor vreselijke ziekte die corona is, hoor. Mijn assistente en haar man hadden het. Zijn zo ziek als een hond geweest. Omdat ik intens met hen omging, heb ik het, denk ik, ook gehad. Ik was in maart kortademig, vreselijk verkouden. Kwam me slecht uit, omdat ik mijn boekje en mijn nieuwe theaterprogramma moest afmaken. Pas toen die corona bij ons een beetje op gang was, had ik tijd om uit te rusten.”

“Heerlijke tijd was dat. Beetje rommelen in huis, wat schaven aan mijn materiaal. En mijn werkster deed voor de zekerheid de boodschappen. Jammer, want een bezoek aan een winkel is voor mij een uitje op zo’n dag. Gelukkig belde de illustrator van mijn nieuwe vogelboekje. Hij zei: ‘Hans, wist je dat in een natuurgebied hier in de buurt geweldig veel vogels zitten?’ Nou, dat wilde ik zien, natuurlijk.”

Vogelfeest

“Man, ik heb nog nooit zo dicht bij mijn eigen huis genoten van vogels. Wulpen, grutto’s, ­tureluurs, blauwborsten en grasmussen in ­grote hoeveelheden. Och, één groot vogelfeest. En ik was hartstikke trots dat ik in één keer wist wat ik zag toen zich een tapuit liet zien. Die zijn zeldzaam, hoor.”

“In Wensvogels beschrijf ik mijn vijftig lievelingsvogels, maar ik had er nog tweehonderd bij kunnen zetten. Zo mooi vind ik ze. Of er exemplaren zijn waaraan ik een hekel heb? Ik ben niet dol op de ekster. Hij heeft vast zijn leuke kanten, maar ik vind het een beetje een cultuurvogel, hij gaat helemaal mee in het stadsbedrijf. Eigenlijk een vogel die niet van de natuur houdt. Daar kan ik niet mee instemmen.”

“De coronatijd is wel goed geweest voor de vogels. Die hadden fijn het rijk alleen. En de verkoop van vogelboeken is enorm gestegen, las ik. Een opwekkende gedachte. Nee, zo slecht was die crisis niet voor mij. Het bewijst dat als het slecht gaat met de wereld, het goed gaat met mij. En andersom.”

“Dan doel ik ook op mijn depressies, ja. In de jaren tachtig en negentig groeiden de bomen toch tot in de hemel in Nederland? Merkte ik weinig van. Terwijl ik deze jaren van mijn oude dag eigenlijk de leukste vind van mijn leven tot nu toe. Dat meen ik echt.”

Minder zwaar

“Ik werd altijd verscheurd door onzekerheid en angst. En met de liefde wilde het ook maar niet lukken. Al die zaken zijn de laatste jaren veel minder zwaar geworden. Ik heb zoveel complimentjes gekregen dat ik niet meer zo angstig hoef te zijn dat ik niets voorstel. En weet je wat ik ook heb gemerkt? Als je oud bent, heb je gewoon steeds minder fut om ongelukkig te zijn. Daar is namelijk kracht voor nodig.”

“Ik ben nog steeds alleen. Je hoort vaak over de eenzaamheid van al die oude mensen. Nou, die is honderd keer makkelijker te verdragen dan de eenzaamheid op jonge leeftijd. Die ­wanhoop van niet weten welke kant je op moet, ben je op mijn leeftijd helemaal kwijt. Er is maar één kant en dat is deze.”

“Je ziet op deze leeftijd ook beter wat je hebt fout gedaan. Neem mijn drankgebruik. Ik drink nu al jaren geen druppel, maar vond dat gezuip van vroeger ergens toch nog best acceptabel. Ik schoof het gewoon op mijn vreselijke jeugd met een stiefvader die me mishandelde. Nu denk ik: ik had die ellende vlugger overwonnen door juist niet te drinken. Dus daar heb ik spijt van, want ik heb de wereld niet beter meegemaakt met drank in m’n mik. Integendeel.”

“Je moet trouwens niet denken dat ik tegenwoordig de hele dag in een rieten leunstoel zit te peinzen, hoor. Ik heb het nog druk genoeg. Die gedachten overvallen me vanzelf. Ook omdat je veel mensen verliest. Want dat gaat maar door en maakt het er allemaal niet leuker op.”

“Misschien herken je dit, maar veel mensen zijn toch niet geboren om dood te gaan? Neem Jules Deelder. Een paar weken voor zijn dood trad ik nog met hem op. En ineens was hij weg. Terwijl hij zo bij het leven hoorde! Hupsakee, floep, daar ging ie.”

“En zo zijn er nog meer. Studievrienden met wie ik m’n hele leven al omging, bijvoorbeeld. Ik dacht laatst: als ik doodga, ben ik tenminste wel verlost van het gemis van al mijn dode vrienden. Niet eens onaantrekkelijk. Zo zie je maar: als je jong bent, ben je suïcidaal, op mijn leeftijd heet het gewoon filosofisch.”

“Tegen die dood van vrienden kun je ook moeilijk in opstand komen, je moet het accepteren. Soms voel ik de wanhoop wel op schoot kruipen, want het gaat natuurlijk niet alleen om hen, maar ook om mezelf. Mij wacht hetzelfde. En niet over veertig jaar, maar over hoogstens tien. Verder durf ik niet te kijken. Dat maakt de zaken er toch wel griezeliger op. Want misschien heb je de indruk dat ik dood wil, maar ik heb nog schik in het leven. En nog plannen! Een echt groot vogelboek bijvoorbeeld. En een goed toneelstuk.”

Kleinkind

“En weet je van wie ik ook geen genoeg krijg? Mijn kleinkind. Voor zijn geboorte was ik natuurlijk weer angstig. Dat had ik toen ik ­kinderen kreeg ook: bang dat ik hun liefde niet kon beantwoorden. Maar och, de komst van die kleine jongen is een meevaller vanjewelste, zeg. Hij is zo dol op me. En ik op hem.”

“Ik vond het echt vervelend om hem niet te zien in die coronadagen. Weet je wat we toen hebben gedaan? Skypen. Zeg ik dat goed? Als we belden, werd hij helemaal opgewonden. Ging ie door de kamer hollen om al z’n beren bij elkaar te zoeken en te laten zien. Daar word je als oud mens toch even wat jonger van.”

“Natuurlijk, ik ken nog steeds diepe wanhoop en angst. Maar op een gemiddelde dag kan ik tegenwoordig redelijk gerust zijn. Vroeger kon het me altijd overvallen. Er zijn nu veel meer momenten waarop ik vind dat ik werkelijk bestaansrecht heb. En over die keren dat het toch misgaat, kan ik op een leuke manier vertellen. Daarvan heb ik gelukkig mijn werk kunnen maken. Als de mensen lachen, geeft mij dat troost. Op die manier krijgt die ellende weer nut. Dan is het allemaal toch niet voor niets geweest.”

De verjaardag van Hans Dorrestijn wordt zaterdag op NPO2 gevierd met De nacht van Dorrestijn om 23.15 uur, gepresenteerd door Gijs Groenteman.


Als de coronasituatie het toestaat speelt Dorrestijn vanaf september zijn nieuwe cabaretprogramma ’t Houdt een keer op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden