PlusInterview

Cabaretier André Manuel: ‘Schoonheid is het enige antwoord op lelijkheid’

Andre Manuel: ‘Ik heb nooit een plan gehad, ik probeer gewoon de tijd waarin we leven te duiden. Vaak met harde humor, ja.’ Beeld Roger Cremers
Andre Manuel: ‘Ik heb nooit een plan gehad, ik probeer gewoon de tijd waarin we leven te duiden. Vaak met harde humor, ja.’Beeld Roger Cremers

André Manuel is een cabaretier die er met gestrekt been invliegt. Maar nooit zonder bedoeling. ‘Het oppervlakkig neermaaien van andersdenkende mensen is te makkelijk.’

Mike Peek

Zo heftig als André Manuel in De zieke geest soms tekeer gaat, zo rustig zit hij na afloop van de voorstelling in de piepkleine kleedkamer van het Haarlemse Theater De Liefde. Uiterlijk dan. Want Manuel, die anderhalf uur later 57 jaar wordt, is een man met meningen. Zijn antwoorden krijgen al snel het karakter van een, doorgaans vrij sombere, maatschappelijke analyse.

Hoe zou u de huidige tijd typeren?

“Als een tijd waarin we niet goed opletten. Ik vind het wonderbaarlijk dat we mogelijk tegen een kernoorlog aanschurken en er ook in Nederland veel mensen zijn die de Russen de hand boven het hoofd houden. Op de Zuidas staan bedrijven die oligarchen hielpen om geld door te sluizen. In ons parlement zitten lui die Poetin verdedigen. Daar verbaast niemand zich meer echt over. We worden overspoeld door onjuiste informatie. En Joseph Goebbels had gelijk: als je een leugen maar vaak genoeg vertelt, gaan mensen hem vanzelf geloven.”

In uw vorige voorstelling zei u dat het podium een ‘onveilige werkplek’ moet zijn. Wat bedoelde u daarmee?

“De vraag wat je wel en niet mag zeggen in het theater vind ik een verkeerde. Op het podium hoort geen grens te liggen. Er mag natuurlijk best oppositie ontstaan tegen wat ik roep, dat is juist mooi. Humor kan een discussie op gang brengen. Wanneer ik een grap maak die over de grens gaat, moet dat overigens wel ergens vandaan komen. Het oppervlakkig neermaaien van andersdenkende mensen is te makkelijk.”

U pakt de man die Salman Rushdie neerstak hard aan.

“Als een moslim Rushdie aanvalt, vind ik dat ik het recht heb om die persoon tot op het bot te beledigen. Dan moet ie dat maar niet doen. Soms lijkt het alsof zelfs dat niet meer mag. Als we niet meer fel mogen reageren op achterlijk geweld belanden we volgens mij op een hellend vlak.”

Sommige mensen denken misschien dat u daarmee een hele religie aanvalt.

“Dat is ook best een dilemma, want door het iets algemener te maken komt de grap vaak beter over. En ik ben wel echt een praktiserend atheïst. Ik begrijp weinig van geloof. Bij de antivaxers merk je ook dat er een soort religieuze stroming onder zit. Als duizenden mensen met hetzelfde gevoel bij elkaar komen, ontstaat er een alternatieve waarheid. Ik ben ooit met een vriendin meegegaan naar een optreden van Jomanda. Dan voel je de energie van die massa en snap je opeens waarom mensen op de grond vallen.”

U noemt literatuur het antwoord op religie.

“Kunst in het algemeen eigenlijk. Schoonheid is het enige antwoord op lelijkheid. Ik ben daar zelf niet het allerbeste voorbeeld van, maar ik probeer het wel. En ik geloof ook dat er best schoonheid zit in mijn voorstellingen. Zeker in mijn liedjes. Maar ik zal niet zoals Claudia de Breij in haar oudejaarsconference deed een ballerina in een tutu laten opkomen. Ik zou dat beeld kapotmaken. Daar kun je hetzelfde mee zeggen op een voor mij interessantere manier. Soms is het beter om achterlijk veel lawaai te maken dan iets heel moois.”

Gedijt u goed bij chaos?

“Ik denk het wel. Ik maak al heel lang muziek en die ontstaat al improviserend met muzikanten. Ik schrijf bijna nooit liedjes thuis. Het zijn geen zorgvuldig afgewerkte producten. Ik zíe het ook helemaal niet als producten. Datzelfde geldt voor mijn theatervoorstellingen. Ik heb nooit een plan gehad, ik probeer gewoon de tijd waarin we leven te duiden. Vaak met harde humor, ja. En daar zit echt wel nuance in, maar die moet je als je toeschouwer vaak zelf zoeken. Dat is de opdracht. Ik hou niet van hapklare brokken, heb nooit gemaakt wat anderen willen dat ik maak. Dat ik dat nog steeds kan doen, dat er nog steeds publiek op afkomt, daar ben ik best trots op.”

Heeft u echt fascisten in de zaal gehad, zoals u in deze voorstelling vertelt?

“Ja, in Den Bosch zaten er ooit dertig neonazi’s voor mijn neus. Wanneer je theater maakt zonder knipoog, niet duidelijk vertelt dat je een rol speelt, nemen sommige mensen alles letterlijk. Die mannen hebben de eerste twintig minuten keihard zitten lachen om zogenaamd racistische grappen. Toen ik de boel vervolgens om begon te draaien, dachten ze: wacht eens even, het is gewoon een linkse fucker, die kutclown. Er zit een opbouw in mijn voorstellingen, aan het einde komt alles bij elkaar. Daarom kan ik ook niet op televisie. Als je niet snapt waar ik mee bezig ben, kun je uit dit programma wel honderd stukjes knippen waar ik trammelant mee krijg.”

De zieke geest is op 25 en 26 (première) januari te zien in De Kleine Komedie

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden