Plus Filmrecensie

Bumperkleef: horrortocht in een heerlijke genrefilm

In Bumperkleef, de nieuwe film van de eigenzinnige Lodewijk Crijns, wordt de sympathie van de kijker gemanipuleerd. 

“Afstand houden,” zegt zijn vrouw Diana voor de zoveelste keer. Het helpt niet; als een wit VW-busje te lang voor hem in de linkerbaan blijft rijden, doet vader Hans zijn vaste quizje met zijn dochters op de achterbank van zijn Volvo. “Even jullie aandacht voor dit geval,” zegt hij geïrriteerd. “Wat is er hier vlak voor ons aan de hand? Antwoord nummer één: hij zit te bellen. Antwoord nummer twee: hij eet een frietje. Antwoord nummer drie…” “Vrouw achter het stuur!” brult de goed geïndoctrineerde jongste dochter. “Heel flauw,” riposteert Diana.

Terwijl de dochtertjes nog wat andere opties te berde brengen, blijft Hans vlak achter het busje ­rijden en drukt hij nog maar eens op zijn claxon. Als het busje opeens langzamer gaat ­rijden, moet Hans vol op de rem. “Alles onder controle,” zegt hij, in weerwil van de situatie. “Blijf er nou niet zo achter ­hangen,” sist Diana nog maar een keer. Ten slotte haalt Hans het busje in – rechts. En passant tikt hij met zijn middelvinger op zijn voorhoofd.

Bumperkleef heet de nieuwe film van de eigenzinnige Lodewijk Crijns, die zijn carrière begon met fakedocumentaires (Kutzooi, Lap rouge) en vervolgens uiteenlopende films regisseerde, zoals Jezus is een Palestijn en de tienerfilm Loverboy, de provocerende korte film Turkse chick en de tv-film Hitte/Harara, de geslaagde boekverfilming Alleen maar nette mensen en de remake Kankerlijers.

Het zijn bijna allemaal films die de condition humaine in beeld brengen en als thermometer van Nederland kunnen worden gezien. Hetzelfde geldt voor de zwarte komedie annex horrorfilm annex roadmovie Bumperkleef; het is over the top, maar tegelijkertijd erg herkenbaar.

Hans (Jeroen Spitzenberger) is een zelfverzekerde, welgestelde man, die zo uit een reclame lijkt weggelopen. Hij is bang voor de toorn van zijn macrobiotische moeder en wil dus per se voorkomen dat ze te laat op de verjaardag van zijn dementerende vader komen. Dus wordt het gaspedaal diep ingedrukt, onderweg van de Vinexwijk naar zijn ouderlijk huis in Stroink, ‘de Parel van Twente’.

Als er – kort voordat hij de doos van Pandora opent – een dikke Audi met nog meer haast achter hem opduikt, is de boot aan en laat Hans zich verleiden tot een levensgevaarlijk duel. “Totale mongool,” brult hij gefrustreerd als hij wordt afgesneden. “Niet te geloven dit!”

Het is knap hoe Crijns de boel laat ontsporen en daarbij de sympathie van de kijker manipuleert. Dat zit ’m in het zelfgeschreven script, waarin Hans’ nemesis een doodnormale man is, keurig en welbespraakt, die het gelijk aan zijn kant lijkt te hebben – hij hield zich immers precies aan de maximumsnelheid. Het zit ’m ook in de casting, met name die van Compagnie De KOE-acteur Willem de Wolf als Ed, de ongediertebestrijder in het busje. Prachtrol!

De snelwegscènes mogen niet altijd even overtuigend zijn (driebaans verandert zomaar in tweebaans en andersom), het camerawerk van Bert Pot en de montage verbloemen veel. Ook de soundtrack, het spel met horrorclichés en de verwijzingen naar Hollywoodfilms (onder meer Steven Spielbergs speelfilmdebuut Duel) dragen bij aan de broeierige sfeer. Bumperkleef is een zeer vermakelijke moraliteit, verpakt als genrefilm.

Bumperkleef

Regie Lodewijk Crijns
Met Willem de Wolf, Jeroen Spitzenberger, Anniek Pheifer
Te zien in Ketelhuis, Arena, De Munt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden