PlusFilmrecensie

Buladó: magisch-realistisch, maar ook zeer persoonlijk

Vrijdag opent het Nederlands Film Festival met het magisch-realistische Buladó van Eché Janga (42). Zijn tweede film gaat over het meisje Kenza, dat met haar rationele vader en spirituele opa op Curaçao woont.

Kenza (Tiara Richards) met haar vader (Everon Jackson Hooi) en opa (Felix de Rooy).Beeld Gregg Telussa

Aankomende vrijdag opent het Nederlands Film Festival met Buladó. Op deze hybride festivaleditie gaat de magisch-realistische film niet alleen in Utrecht, maar in 102 bioscopen door het land gelijktijdig in première. “Een geluk bij een ongeluk,” noemt regisseur Eché Janga het. “Nog nooit hebben zoveel mensen de kans gehad om de openingsfilm te zien.”

Buladó, geschreven door Janga en scenarist Esther ­Duysker, draait om de elfjarige Kenza, die op Curaçao opgroeit zonder moeder, tussen haar rationele vader ­Ouira en spirituele opa Weljo. Terwijl Weljo consequent Papiamento spreekt, spoort Ouira zijn dochter aan om vooral Nederlands te leren.

“Bij veel bewoners op het eiland leeft het gevoel dat hun toekomst niet daar ligt en dat zie je terug in Ouira’s overtuiging dat Kenza goed Nederlands moet leren om carrière te kunnen maken. Maar de taal staat ook symbool voor de tegenstelling tussen het verwesterde denken van de vader en de Caraïbische visie van de opa.”

Tussen die twee denkwijzen tracht Kenza haar weg te vinden. Dat gaat met vallen en opstaan. “Het zijn drie generaties die in één huis wonen, met alle drie een andere visie op het leven. Dat kan botsen, en dat gebeurt ook.” Binnen dat onderlinge onbegrip kan de eigenwijze Kenza nergens terecht met haar verdriet en verwarring.

Het is een complexe rol, die met overtuiging gespeeld wordt door Tiara Richards. Zij werd gevonden via een grootschalige casting op het eiland. “Tiara sprak op dat moment slecht Nederlands. Toen in de klas gevraagd werd wie er in een film wilde spelen, stak ze haar vinger op zonder precies te weten wat er gevraagd werd. Dat gaf meteen aan wat voor karakter zij heeft. Avontuurlijk, iemand die van uitdagingen houdt. En dat is precies wat Kenza moest hebben.”

Met Buladó maakte Eché Janga, wiens vader van Curaçao naar Nederland kwam om te studeren en daar Janga’s moeder ontmoette, zijn persoonlijkste film tot nu toe. Het idee voor de film kwam van een kort verhaal dat zijn oom schreef. “Ik las dat verhaal, over een oudere man die wil sterven op zijn eigen voorwaarden, zo’n vijftien jaar geleden en vond het een intrigerende vertelling. Uiteindelijk is dat de laatste vijf minuten van de film geworden en vanaf daar heb ik teruggewerkt.”

Het verhaal van zijn oom en de vertaling die Janga ervan maakte naar film, vermengt elementen uit de cultuur van de Caquetio, de oorspronkelijke bewoners van het eiland, met een slavenmythe. “De tot slaaf gemaakte mensen die ontsnapten uit de zoutmijnen op Curaçao konden, zo ging de mythe, naar een bepaalde berg. Daar zouden ze, mits ze niet van het zout hadden gegeten, vleugels krijgen waarmee ze konden terugvliegen naar Afrika, naar hun vrijheid.”

Subtiel vertellen

Die samensmelting van mythes en gebruiken in het verhaal past bij de orale vertelcultuur op het eiland, waar de geschiedschrijving voornamelijk bestaat uit verhalen die generatie op generatie worden doorverteld. “Iedereen geeft zijn eigen vibe en draai aan die verhalen, maar de essentie blijft.”

Janga, die in 2014 zijn speelfilmdebuut maakte met het met twee Gouden Kalveren bekroonde Helium, zegt dat hij de film aanvankelijk zelf wilde schrijven. “Maar ik kwam er niet uit.” Hij schreef Buladó uiteindelijk samen met Esther Duysker. Die samenwerking leverde een film op die in het verlengde ligt van Janga’s eerdere werk, maar ook een ontwikkeling laat zien.

“Ik ben iets helderder gaan vertellen dan in mijn eerste speelfilm Helium,” zegt hij. “Ik wilde graag een breder publiek aanspreken en ik verlangde naar wat meer verhaal. Maar ik houd er nog steeds van als film niet gaat over wat wordt gezegd, maar over wat niet wordt gezegd. Omdat je er dan als kijker je eigen invulling aan kan geven en meer betrokken raakt bij het verhaal. Het is een balans waar je steeds naar op zoek bent: hoe gaan we het subtiel vertellen, maar wel zo dat je het niet kan missen?”

Als voorbeeld haalt hij een scène aan waarin Ouira voor het eerst met Kenza over haar overleden moeder praat. Of daar althans een poging toe doet. “Hij begint te praten en eigenlijk weet je al wat hij gaat zeggen. In het script vertelde hij een anekdote, maar ik dacht: het is veel mooier als hij het niet kán vertellen.” Het is in zulke momenten dat Janga zijn sterke gevoel voor het onuitgesprokene toont en de veelzeggendheid die juist daarin ligt.

“Het is ook een film over het verwerven van je eigen vrijheden, over het losschudden van de burdens waar je mee zit en die je vaak zelf hebt gecreëerd,” zegt Janga. Het is een worsteling waar de personages elkaar bij nodig hebben. “Uiteindelijk gaat het over het leren accepteren van elkaars visie, zonder die visie te hoeven aannemen als jouw waarheid.”

Buladó

Regie Eché Janga
Met Tiara Richards, Everon Jackson Hooi, Felix de Rooij
Te zien in Arena, City, Het Ketelhuis, De Munt, Rialto

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden