PlusAlbumrecensie

Bryan Ferry speelde in de Royal Albert Hall in 1974 vooral covers

Tegen het einde van 1974 was Bryan Ferry een van de dominantste stemmen van de Britse popscene geworden. Als frontman van Roxy Music hoorde hij bij de avantgarde, met zijn eerste twee soloalbums zette hij zijn eerste stappen richting popsterrendom.

Het opzwellende ego dat daarbij hoorde was multi-instrumentalist Brian Eno een jaar eerder al te veel geworden. Hij verliet Roxy Music en keerde nooit meer terug. Ferry stuurde Roxy Music vervolgens langzaam richting mainstream en gaf zijn sololoopbaan steeds meer aandacht.

Eigen composities gingen echter nog steeds vrijwel allemaal naar Roxy Music. Vandaar dat zijn concert op 19 december 1974 in de Royal Albert Hall – om enigszins onduidelijke redenen ruim 45 jaar later ineens als album verschenen – vrijwel geheel uit covers bestaat. Op zijn eerste twee soloalbums zocht Ferry – later een van de belangrijkste uitvoerders van Bob Dylans muziek – nog vooral soulklassiekers uit.

Het lekker vette Fingerpoppin’ van Ike Turner bijvoorbeeld. En, de beste cover van de avond, The Tracks of my Tears van Smokey Robinson. Enige Roxysong is A Really Good Time van het album Country Life. De geluidskwaliteit is – niet verwonderlijk voor zo’n oude opname – niet geweldig, maar de energie die Ferry in zijn vertolkingen legt, maakt veel goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden