Plus Interview

Britt Dekker: ‘Ik mis het filter dat normale mensen hebben’

Britt Dekker (27) is al tien jaar op televisie te zien – een jubileum waar ze geen aandacht aan schenkt. Liever werkt ze aan haar paardenimperium of rijdt ze op droompaard George, dat ze ‘kreeg’ van John de Mol. 

Britt Dekker met haar paard George. ‘Ik heb geen eindeloze ambitie om op tv te zijn.’ Beeld William Rutten

Britt Dekker zucht het voor het interview letterlijk uit: wat is het toch héérlijk dat ze een ontspannen gesprek kan voeren. Nu ze onafhankelijk is van haar televisiewerk, hoeft ze niet te vrezen er iets geheims of stoms uit te flappen. “Dat vond ik altijd zó vervelend. Ik hoef nu niet meer bang te zijn dat een baas boos op me wordt en ik geen werk meer heb.”

De Purmerendse was als 17-jarige een van de spraakmakendste deelnemers van dating­programma Take Me Out. Dekker zat in 65 afleveringen en viel op vanwege haar openhartige karakter en haar ietwat platte, vooral heel geestige taalgebruik. 

Samen met Take Me Out-kandidaat Ymke Wieringa zat ze daarna in Echte meisjes in de jungle, een realityprogramma met spelelement dat Dekker won. Ze kreeg 30.000 euro mee naar huis (oftewel: “Bijna een miljoen!”) en was daarna te zien in een trits spin-offs.

Tien jaar later is Britt Dekker nog steeds niet van de buis te slaan. Talkshows als Jinek en De wereld draait door zijn gek op haar, voor AvroTros presenteert ze Zappsport en Britt’s Beestenbende. En ze werkt sinds kort voor Talpa, doordat ze een tamelijk bizarre deal met John de Mol wist te sluiten – in ruil voor haar droompaard gaat ze programma’s voor hem maken.

Toegespitst op paardenmeisjes

Naast al dat tv-geweld is Dekker vooral druk met haar bedrijf Paardenpraat, dat ze samen met Esra de Ruiter runt. Eerst maakten ze vooral video’s op het YouTubekanaal Paardenpraat.tv, de afgelopen jaren is dat uitgebreid tot een serieus bedrijf, helemaal toegespitst op paardenmeisjes tussen de vier en zestien jaar. 

Dekker verhuurt zichzelf voor meet-and-greets en demonstraties, verkoopt een indrukwekkende merchandiselijn en woensdag gaat de eerste Paardenpraatfilm in première: Whitestar.

“Ik heb de afgelopen twee jaar heel erg m’n best gedaan om te zorgen dat ik onafhankelijk ben van tv. Ik hoef nu niet meer te denken: ach, ik doe dat programma maar, want ook al vind ik het helemaal niet leuk, ik verdien wel een hoop geld. Dat heeft mij heel veel vrijheid gegeven.”

Wat heeft je doen besluiten voor jezelf te beginnen?

“Ik deed Het beste idee van Nederland voor SBS 6, dat heb ik helemaal niet als prettig ervaren. De baas wisselde en toen mocht ineens iemand anders dat programma presenteren. Daar had ik geen zin meer in. Ik kan sowieso niet goed met autoriteit omgaan. Ik kan niet aardig doen tegen iemand die ik niet aardig vind, alleen omdat hij m’n baas is. Dat is in mijn vak wel nodig.”

Dit is het tiende jaar dat je op televisie te zien bent. Gevierd?

“Nee hoor, nee. Ik knipper met m’n ogen en we zijn tien jaar verder. Take Me Out en zo, ik denk er allemaal nooit aan terug. Laatst zei iemand tegen me: weet je nog dat vroeger iedereen dacht dat je dom was? Toen dacht ik wel even: wat ik nu allemaal doe, als dat de definitie is van dom, dan vind ik het fantastisch om dom te zijn. Als ik slim zou zijn, zou ik al helemaal geen tijd meer hebben.”

Vond je die opmerkingen vervelend?

“Het kon me vroeger best wel raken. Maar kijk: ik zie ook heel veel collega’s die op sociale media schrijven van #doeslief, en blablabla. Je kiest er zelf voor om op tv te gaan, mogen mensen dan alleen maar aardige dingen over je schrijven? Dat is toch alleen maar vette censuur? Nee, iedereen mag z’n mening over me geven, dat hoort erbij.”

“Dankzij al die tweets over mij heb ik me ook ontwikkeld. Als niemand tegen mij zou zeggen: hoezo weet je dat niet?, had ik nu nog steeds alleen in een paardenstal geleefd en alleen dingen over dieren geweten. Ik heb mezelf in de afgelopen jaren wereld­wijzer gemaakt.”

Hoe heb je dat dan gedaan?

Lachend: “Nou, de NOS-app gedownload! Ja! En een keer de Volkskrant lezen in plaats van de Tina of de Penny. Zonder tv had ik echt nog in de klei geleefd en niet geweten… Nou, als ik nu alles moet gaan opnoemen wat ik toen niet wist... Als iemand tweet dat ik een kutstem heb: daar kan ik niet zoveel mee. Maar als iemand iets schrijft over mijn karakter, dan probeer ik er iets mee te doen.”

Past die tv-wereld eigenlijk wel bij jou?

“Totáál niet. Je moet heel erg doen van ‘kijk-eens-wie-ik-ben’, want voor jou zijn er nog honderd anderen. Ik heb geen eindeloze ambitie om op tv te zijn.”

Een redacteur van een talkshow vertelde me dat jij wordt gezien als zo’n beetje de perfecte gast.

“O, ik zeg elke week wel nee tegen een talkshow. Doodeng. DWDD doe ik twee keer per seizoen, daarna niet meer, omdat ik elke keer kapot ga van de stress. Als ik moet presenteren kan ik tenminste nog een tekst leren, in een talkshow moet ik vertrouwen op mezelf. Ik weet van tevoren niet welke vragen er komen, en ook niet wat ik zelf ga zeggen of doen. Normale mensen krijgen een vraag, dat komt terecht in een natuurlijk filter, en dan denken ze: dit gaan we erover zeggen. Bij mij is het elke keer een verrassing wat eruit komt; ik mis dat filter. Dat vind ik het enge eraan.”

Televisiemensen passen vaak enorm op hun woorden. Dat heb jij helemaal niet.

“Dat kan me dus ook in de problemen brengen. Ik heb twee jaar voor RTL gewerkt, daar moest ik alles laten controleren. Ik ging mijn contract tekenen, dat mocht nog niet naar buiten, en toen schreef ik heel naïef op Twitter: ‘Ik ga iets heel gaafs doen bij RTL, en ik neem m’n pen mee.’ Toen kreeg ik een Twitterverbod. Daar ben ik nu dus klaar mee, ik laat me niet meer aan de ketting leggen.”

Toch ga je nu ook weer programma’s voor John de Mol maken.

“Tegen hem durf ik te zeggen wat ik denk, want hij kan de mannen van Veronica Inside handelen. Ik vind alles wat zij doen en zeggen geweldig, die zelf gecreëerde onafhankelijkheid: ze zijn echt mijn grote voorbeelden. Als zij iets willen zeggen, zeggen ze het gewoon. Dat vind ik tof. Ik heb altijd zoiets van: als John de Mol met de VI-mannen kan dealen… Ik ben een stapje minder erg.”

Hoe ging die deal met dat paard nou precies?

“John vroeg mij al twee jaar of ik programma’s voor hem wilde maken, maar door mijn slechte ervaring met Talpa had ik gezegd: daar werk ik nooit meer voor, al betaal je me een miljoen. Erland (Galjaard, ook werkzaam bij Talpa, red.) kwam daarna een keer bij mij op stal. Tegen hem zei ik voor de grap dat ik alleen nog voor Talpa zou werken in ruil voor George, mijn ultieme droompaard. Ik had George vijf jaar geleden op YouTube gezien en ben hem nooit vergeten, hij kan lopen op het allerhoogste niveau.”

“Erland heeft dat aan John verteld, en toen zat ik ineens met hem aan tafel om over dat paard te onderhandelen. Ik maak drie programma’s in ruil voor George, en heb in het contract laten zetten dat ik overal nee op mag zeggen. Het is de deal van mijn leven.”

En woensdag gaat een bioscoopfilm met jou én George in première.

“Alle stukjes vielen als een puzzel in elkaar! Met Paardenpraat hebben we al een kledinglijn en zestien boeken uitgebracht; de volgende stap was een bioscoopfilm. Ik ben erg betrokken geweest bij het scenario: het moest sowieso gaan over de liefde tussen een paardenmeisje en een paard, want die is heel sterk. Paardrijden is een way of life, geen hockeystick die je in een kast gooit.”

Wilde je zelf graag een rol?

“De producent en distributeur wilden dat ik de hele film zou spelen, maar mijn droom was om een hele goeie paardenfilm te maken die straks naar andere landen kan: Duitsland, Zweden, Engeland. Toen dacht ik: tsja… als dat mijn prioriteit is, is het dan wel verstandig dat ik de hoofdrol ga spelen? Ik heb nog nooit geacteerd, misschien moet ik dat maar niet gaan uittesten in m’n eigen film. Zo kwamen we op het idee om een tijdsprong te maken; ik speel de oudere versie van de hoofdrol. Zo weet ik zeker dat zeventig procent van de film sowieso gegarandeerd goed is, omdat dat geacteerd wordt door iemand die echt kan acteren.”

Acteren is dus ook nooit een doel van je geweest. Wat wel?

“De allergrootste droom is natuurlijk om het hoogste niveau in de dressuursport te halen. Vanaf oktober ga ik weer serieus trainen. Uiteindelijk hoop ik dat ik m’n bedrijf kan verkopen en alleen nog maar kan paardrijden, maar ik moet nu nog werken om al dat hooi, stro en de stalling te betalen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden