PlusInterview

Britse progrockband Jethro Tull brengt eerste plaat in achttien jaar tijd uit: ‘Ik had dit al eerder moeten doen’

Een progrockband met een zanger die op één been dwarsfluit speelt en als een losgeslagen kobold over het podium huppelt? Dat was Jethro Tull. Of beter: is Jethro Tull, want voor het eerst in achttien jaar heeft de band een plaat uit.

Tom De Smet
Jethro Tullfrontman Ian Anderson: ‘Als je mensen vraagt wat het eerste is waaraan ze denken bij de naam Jethro Tull, antwoorden ze vaak: de band met die kerel die fluit speelt terwijl hij op één been staat.’ Beeld Europa Press via Getty Images
Jethro Tullfrontman Ian Anderson: ‘Als je mensen vraagt wat het eerste is waaraan ze denken bij de naam Jethro Tull, antwoorden ze vaak: de band met die kerel die fluit speelt terwijl hij op één been staat.’Beeld Europa Press via Getty Images

In de zomer van 1967 luisterde hij veel naar Eric Clapton, vertelt Jethro Tulloprichter en -frontman Ian Anderson. “En dan had je ook nog Jimi Hendrix, Peter Green, Jeff Beck... Ik realiseerde me meteen dat ik nooit zo goed gitaar zou kunnen spelen. Ik moest een ander instrument vinden.”

In een winkel zag hij een dwarsfluit liggen. “Die blonk en zag er mooi uit. Ik heb ’m gekocht en begon te oefenen. Ik was niet de eerste die de fluit gebruikte in de pop en rock. The Moody Blues deden dat bijvoorbeeld al, maar meer op de achtergrond. Ik was wel de eerste die ’m een centrale rol gaf, en nu zal ik voor altijd te boek staan als de zanger met de fluit. Als je mensen vraagt wat het eerste is waaraan ze denken als ze de naam Jethro Tull horen, antwoorden ze vaak: de band met die kerel die fluit speelt terwijl hij op één been staat.”

Ja, waarom eigenlijk op één been? “Ik speelde daarvoor een tijdje mondharmonica. Een wijdverspreid misverstand is dat je daarbij alleen moet blazen. Je moet soms ook zuigen. Ik deed dat met zoveel kracht dat één been van de grond kwam. Mensen begonnen daarover te spreken. Het werd dus iets waarmee ik me onderscheidde, zoals bijvoorbeeld Chuck Berry met zijn duckwalk. Dus ben ik dat ook blijven doen toen ik fluit begon te spelen.”

De door Anderson opgerichte band brak door in 1969 met Bourée, een bewerking van een klassiek muziekstuk van Bach. De grootste successen volgden in de seventies met albums als Thick as a Brick en Minstrel in the Gallery en hits als Aqualung en Locomotive Breath.

Ondanks zijn Britse sound werd de band ook zeer populair aan de andere kant van de grote plas. In 1978 kreeg Jethro Tull in de VS de eer om de eerste trans-Atlantische live televisie-uitzending te doen. Een optreden in Madison Square Garden in New York werd via satelliet live uitgezonden in Noord- en Zuid-Amerika én in Europa. Miljoenen mensen keken.

Metallica verslagen

De populariteit in de VS resulteerde in 1989 in de winst van de allereerste Grammy in de toen nieuwe categorie Best Hard Rock/Metal Performance, waarmee de band favoriet Metallica versloeg. Tot grote woede van heel wat heavy fans, die Jethro Tull even hardrock of metal vonden als pakweg Dire Straits. Het laconieke antwoord van Anderson: “Mijn dwarsfluit is ook van metaal gemaakt.”

Na wat mindere platen in de nineties en (jawel) een kerstalbum in 2003 verdween Jethro Tull onaangekondigd van de radar. “De band is destijds eigenlijk gestopt zonder dat dat echt de bedoeling was,” zegt Anderson. “Ik wilde wat solowerk opnemen, en andere leden ook. Toen we daarmee klaar waren, bleek onze drummer in Los Angeles te wonen, wat nogal onpraktisch was. Na wat geklooi heb ik besloten om solo verder te gaan.”

“Ik speelde wel nog shows onder de naam Jethro Tull. Zo deden we in 2018 een tournee om de vijftigste verjaardag van de band te vieren. Die live line-up is intussen al jaren stabiel en vormt een hechte groep. Maar ik twijfelde om met hen een Jethro Tullplaat op te nemen. Je gaat dan altijd kritiek krijgen dat het vroeger allemaal beter was en dat er naast mij geen enkel origineel lid meer bij is.”

Een grote tournee om de plaat te promoten is – om evidente redenen – nog niet gepland, maar Anderson en de zijnen hebben de voorbije maanden wel wat shows gespeeld. Beeld Redferns
Een grote tournee om de plaat te promoten is – om evidente redenen – nog niet gepland, maar Anderson en de zijnen hebben de voorbije maanden wel wat shows gespeeld.Beeld Redferns

“Maar toen dacht ik: het is mijn band en ik doe wat ik wil. En ik wilde met deze groepsleden de studio induiken om een klassiek Jethro Tullalbum te maken. Het voelde goed aan. Ik had dit al eerder moeten doen. Al heeft de pandemie wel wat roet in het eten gegooid: we waren halverwege de opnames toen we in lockdown gingen. De rest van het album is afgewerkt door thuisopnames naar elkaar door te sturen.”

Geen risico’s

Een grote tournee om de plaat te promoten is – om evidente redenen – nog niet gepland, maar Anderson en de zijnen hebben de voorbije maanden wel wat shows gespeeld. Daarbij hanteert de frontman strikte regels: “We hebben onze eigen bubbel en ontmoeten daarbuiten geen mensen, ook backstage niet. Daarnaast wordt iedereen om de twee dagen getest. We dragen ook de hele tijd mondmaskers, en dan bedoel ik échte maskers: FFP2, niet die dunne dingetjes die onvoldoende beschermen en niet goed passen.”

“We doen er alles aan om covid buiten de band te houden. Het is heel simpel: als één van ons besmet raakt, is de hele band minstens een tweetal weken uitgeschakeld. Daarnaast ben ik ook een risicopatiënt: ik ben 74 en heb een chronische longziekte. Dus ik ga echt geen onnodige risico’s nemen. Als dat betekent dat ik tien uur met zo’n FFP2-masker in een tourbus moet zitten, is het maar zo.”

The Zealot Gene van Jethro Tull is verschenen bij InsideOut Music.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden