PlusExclusief

Brigitte Kaandorp: ‘Het zij zo dat je een ouwe kop krijgt. Je bent milder, zachtaardiger. En je bent wijzer’

Brigitte Kaandorp: 'Het lijkt alsof die onbevangenheid van de eerste jaren weer terug is.'
 Beeld Annabel Oosteweeghel
Brigitte Kaandorp: 'Het lijkt alsof die onbevangenheid van de eerste jaren weer terug is.'Beeld Annabel Oosteweeghel

Van huis uit kreeg ze mee dat het leven niet leuk is, waardoor Brigitte Kaandorp zich vaak somber en angstig voelde. Maar nu de cabaretier 59 is, krijgt ze er eindelijk lol in. ‘Mijn onbevangenheid is weer terug.’

Sandra Donker

Hoe het komt? Geen idee, zegt ze. Maar ze kan tegenwoordig élke avond wel in een talkshow zitten – mocht ze dat ambiëren, hè. Of in een quiz. Of in een spelprogramma. Ze wordt de laatste tijd ineens suf gebeld. “Kennelijk,” zegt Brigitte Kaandorp, “wordt er gedacht: verhip, een oudere vrouw die tóch leuk blijkt te zijn! Die kan je er best bij hebben.” Schaterlach.

Haar man noemt het moederpower – de onverwachte kracht die vrouwen van een zekere leeftijd kunnen uitstralen. Ze somt op: “Je hebt kinderen opgevoed, je bent door crises gegaan, ook in je relaties. Er zijn mensen doodgegaan. Je bent door de overgang gekomen. Als je dan nog overeind staat, als je dan nog iemand bent, goed in je vel zit, dan bén je ook nog iemand.”

De komende maanden staat de cabaretier op het toneel met nog zo’n powerhouse, Jenny Arean, wier stem op haar 79ste nog geen spat heeft ingeboet aan kracht. In Gedeelde Smart, dat door de coronapandemie anderhalf jaar in de ijskast stond, zingt Arean en fungeert Kaandorp als spreekstalmeester.

In april en mei staan ze meerdere avonden in Carré. Tijd om even lekker in te spelen was er niet. Arean vindt dat eigenlijk maar niets, zegt Kaandorp, die houdt van een gedegen voorbereiding, maar zij zelf gedijt bij improviseren. “We hebben natuurlijk ervaring genoeg om onze reet te redden.”

Zingt u ook?
“Ja, jaaaaa, nou, ik ben wel echt de spreekstalmeester. Als Jenny Dit is mijn lijf zingt, gaat die hele zaal uit zijn dak. Ze blaast met een Édith Piaf-, Shirley Bassey-achtige kracht. Daar kan ik niet overheen hoor. Ik zing daarna een piepklein liedje wat ik al lang geleden heb geschreven, over een oude draaideur die niet zo lekker meer gaat. Ik heb wel een of twee epische nummers gemaakt, Leven zonder angst bijvoorbeeld, maar na Jenny heeft dat geen zin.”

Die piepende draaideur, wie van jullie is dat?
“We zijn allebei een piepende draaideur. Zo is het leven. Die draaideur heeft zijn hele leven iedereen er doorheen gelaten, er heeft een keer iemand in gebraakt en hij is zes keer kapotgegaan… Ik voel me zo vreemd de laatste tijd/ik heb zo’n last van duizeligheid/en ik hoor mensen zeggen dat ik slijt/ik ben mijn draai in enen kwijt. Het gaat over oud worden natuurlijk.”

Was u uw draai ook in enen kwijt?
“Nou. Ik heb me een periode heel slecht gevoeld. Je bent tot misschien wel vijftig, onoverwinnelijk. Dan ineens slaat het verval letterlijk toe. Je huid wordt minder elastisch, je bent niet meer vruchtbaar, je voelt je tien jaar lang alsof je de volgende dag ongesteld moet worden. Als je niet uitkijkt, zak je uit, je borsten gaan op je knieën hangen. Sommige vrouwen raken daarvan in paniek.’

Alle vrouwen, denk ik.
“Iedereen raakt in paniek. Je probeert er nog wat aan te doen, en dan blijkt er geen houden aan. Daar ga je. Als je daar weer uitkomt, ben je al je zekerheden kwijt, je staat naakt in het leven als het ware. En dan moet je maar eens kijken wat er van je over is. Als je je dan kan losmaken van de teleurstelling over wat je allemaal kwijt bent, blijkt dat je best nog een heel leuk wijf bent. Dan blijk je niet helemaal ingestort, dan ga je terug naar de essentie. En die essentie heb je in al die jaren opgebouwd. Je bent ook leuker dan toen je achttien was.”

Als komiek heeft u misschien het voordeel dat u voor uw werk minder afhankelijk bent van uw uiterlijk dan een actrice.
“Dat klopt. Het is fijn als je er leuk uitziet, maar het is niet belangrijk. Dat wil niet zeggen dat je denkt: kan mij het schelen. Ik wil er ook zo leuk mogelijk uitzien. Ik heb de fout gemaakt dat ik – of fout, ik had dikke oogleden, die zaten echt voorbij mijn wimpers. Dus ik heb toen in een vlaag van ik-ga-er-wat-aan-doen een ooglidcorrectie laten doen. Dat had achteraf geen enkele zin. Het is ook nogal wat hè, ik heb mijn gezicht nodig, ik ben geen typist. Ik zou er ook nooit nooit nooit meer iets aan laten doen, ook geen botox, niks. Ik ben me echt het lazarus geschrokken.”

Het ziet er nu mooi uit, toch?
“Mwah, vind je? Ik schrik nog altijd als ik in de spiegel kijk. Ik had ook wel heel veel ooglid.” Ze duwt haar wenkbrauw omhoog. “Zie je? Die arts heeft hier twee centimeter en hier zelfs nog iets meer weggehaald. Het heeft me niet van onzekerheid afgeholpen. En het helpt niks, want alles gaat toch weer hangen.”

U zit nu veertig jaar in het vak. In hoeverre bent u veranderd?
“Wat ik merk, is dat ik steeds meer durf te vertrouwen op mezelf. Ik heb zoveel vlieguren gemaakt. Je raakt ontspannener. Het lijkt ook alsof die onbevangenheid van de eerste jaren weer terug is. Dat is ook het verschil tussen Jenny en mij. Ik durf het toneel op te lopen en te denken: we zien wel. En ik kan me steeds beter uitdrukken in liedjes zonder dat ze grappig hoeven te zijn.”

“Over sommige dingen kan ik niet vertellen, maar wel zingen. Zoals Het is gebeurd, naar aanleiding van de zelfdoding van mensen uit mijn omgeving. Het is over/Over en gebeurd, het is voorbij/En ik weet niet waar je bent, maar niet bij mij/Het is voorbij. Toen ik dertig was durfde ik zoiets niet. Mijn eerste ‘mooie’ liedje, dat vond ik doodeng, ik hoefde maar één keer zó te kijken en iedereen lachte alweer. Ik wist niet eens hoe het moest. Zoiets moet je jezelf eigen maken. Nú weet ik: dit komt honderd procent aan want ik schrijf uit eerlijkheid. Mensen willen niet alleen lachen, mensen willen ook graag huilen, hun emoties kanaliseren.”

Houdt u zich weleens bezig met de vraag of een grap nog wel kan?
“Die scherpschutterij van dit is goed en dit is niet goed, dat is de dood in de pot. Die woke- beweging is zo negatief, dat staat me enorm tegen. Ze zijn de hele tijd aan het turen wie er iets verkeerd doet. En de manier waarop het wel goed is, is hún manier. Een beetje de Spaanse inquisitie. Jij deugt en jij deugt niet. Dat is zo kortzichtig.”

“Vroeger vroegen mensen weleens: vind je dat je overal grappen over mag maken? Toen wist ik dat nooit goed, nu zeg ik volmondig ja. De enige reden waarom dat mag, is: wie bepaalt waar de grens ligt? Een commissie? Dat wordt een doodenge commissie. Je moet de grap aan de vakman overlaten. De komiek. En die moet je het vertrouwen geven. En hij schiet weleens mis. Iedereen schiet weleens mis. Maar níemand mag tegen hem zeggen: verboden.”

Heeft u ooit gedacht: dit doe ik niet meer?
“Mijn humor is van huis uit niet zo scherp. In de grond maak ik mezelf belachelijk, omdat ik het zelf allemaal niet aankan. En iedereen moet dan lachen omdat ze denken: dat heb ik ook. Maar even denken. Er is een heel mooi lied van Theo Nijland, Een Eiland, daar komt een negertje in voor. Spoel maar aan/Want er is zoet water in mijn aderen/Koelte onder mijn bladeren/En warmte van een slapende vulkaan/En mocht je ooit naar iemand snakken/Verzin je maar een negertje/Dat lekker een visje voor je komt bakken. Het staat op een van mijn cd’s, soms zing ik het. Ik zou nu dat negertje wel vermijden, denk ik. Daar zou ik jongetje van maken. Omdat het me te weinig waard is om mensen in de zaal te verliezen. Ik hoef het niet op de spits te drijven met een woord dat mensen dwars kan zitten.”

U heeft nu zo veel ervaring. Wat vindt u nog moeilijk?
“Op pad zijn, laat thuis zijn. Ik moet om twee uur weg om files voor te zijn. En de periode tussen zes en acht uur ’s avonds is hopeloos. Ik bel altijd mijn man op. ‘Ik wil naar huis, ik wil naar jouhou...’ Zit je in zo’n kouwe kutkleedkamer, dat is heel eenzaam.”

Wat zegt uw man dan?
“Hij zegt: kom op, doe het maar schat, er zit niks anders op, ik zie je straks weer. Dat soort lieve dingen. Ik vergelijk het weleens met de spelerstunnel bij voetbal, maar die lui gaan met hun hele team het veld op en ik in mijn eentje. Bij het eten is het nog gezellig, met de technici, de muzikanten, daarna gaat iedereen poolen of lezen, maar ik kan me nergens meer op concentreren. Drie kwartier voor een voorstelling ga ik daadwerkelijk die tunnel in. Een kwartier wat meditatie-achtige oefeningen, wat gymnastiek, tweede kwartier opmaken en jurk aan en derde kwartier is voor de zender, naar de wc, de ‘vijf minuten’. Dan ben ik al in die tunnel. Maar het vooruitzicht dat ik daarin moet, vind ik echt klote.”

Waarom omschrijft u dat als eenzaamheid?
“Nou, niemand kan zeggen: ik doe het vanavond wel even. Niemand anders gaat die grap maken. Maar als je er eenmaal staat, is het ’t allerleukste wat er is. Als je de hele zaal aan een draadje hebt en we met z’n allen één energie vormen.”

Die magie bestaat alleen uit de gratie van uw publiek.
“Het klinkt misschien gek, maar ik voel me bijna een medium. Waarbij je mij toevallig nodig hebt om die energie te creëren. Ik focus daar ook steeds meer op, om de weg vrij te maken om dat medium te kunnen zijn. Alle rotzooi los te laten voor ik het toneel opga. Op de beste avonden zitten we met z’n allen in één flow. Om dat te bereiken doe ik tegenwoordig allerlei idiote dingen in mijn hoofd.”

Wat voor dingen?
“Ik visualiseer allerlei dingen. Het klinkt een beetje stom, maar ik heb ooit een keer geleerd over een orb. Ik heb een orb boven mijn hoofd, een soort lichtbol. Of het wel of niet bestaat, maakt me geen reet uit. En die orb kan van alles, alle vormen aannemen. Die kan je naar iets of iemand toesturen.”

Een soort barbapapa.
“Een soort barbapapa, ja. En deze barbapapa gaat van tevoren de zaal in en die maakt om te beginnen de zaal schoon. Die zet bij de ingang een soort tralies waar mensen doorheen lopen en waar ze hun rotzooi achterlaten. Een soort kam. Het is allemaal visualiseren, maar voor mij maakt het het makkelijker om die gezamenlijke energie te genereren. Ik voel altijd liefde voor die zaal. Die mensen komen allemaal hun huis uit voor mij, en ik weet hoe leuk of fijn het is als we als één lichaam door die avond gaan.” Weifelend: “Het klinkt allemaal wat esoterisch.”

U probeert mensen mee te nemen, iemand als Hans Teeuwen, daar ben je als theaterbezoeker toch altijd een beetje bang voor.
“Ik probeer te voelen dat we met z’n allen zijn en dat het op die avond niet anders kan gaan dan zo. Ik wist eerst niet dat het zo werkt. Ik mediteer ook weleens, om rust te creëren. Als het goed gaat, ben je geconcentreerd én ontspannen. Dat is de combinatie die cruciaal is. En toen dacht ik: verrek, dat heb ik op het toneel ook!”

Is somberheid of angst een voorwaarde om een succesvol artiest te worden?
“Als jij daar zit met je humor en een zaal kan laten kolken (wijst omhoog), dan heb ik ook weleens het idee dat het daar (wijst naar beneden) vandaan moet komen. Je moet ook de dieptes van je bestaan kennen.”

Je moet eerst het absurde van het leven kunnen zien?
Aarzelend: “Zoiets, de tragiek, en daar dan weer de humor van. Humor klinkt lichtvoetig, maar er zit vaak diepe wijsheid achter. Ik ken die periodes ook, dat je de kluts kwijt bent. Iets maken is ook nogal kwetsbaar, je geeft je bloot. Niemand snapt precies wat je aan het doen bent. Ik doe dingen intuïtief, ik kan nooit precies uitleggen wat ik maak of waarom iets goed is. Weet jij veel, je plukt iets uit de lucht. Ik had vroeger een impresariaat – die lulden mij zo zo’n creatief proces uit. Kwam ik op het verkeerde spoor. Dan weet je het even niet meer. Het is al een wankel bestaan, en als je dan niet de support hebt, dan sta je er zo ongelooflijk alleen voor.”

Waar kwam de diepte in uw bestaan vandaan?
“Lang verhaal. Ik ben zelf ooit gevlucht van het gewone leven. Ik ben vrij droog opgevoed, sterker nog, voor mijn vader was het leven een aaneenschakeling van moeilijke opdrachten. Dan krijg je mee dat het leven niet leuk is. Niet luchtig. Mijn man ging vroeger bijvoorbeeld met zijn ouders in het weekend naar een museum en daarna een kroket eten en dan hadden ze een leuke middag gehad. Dat soort lichtheid, dat zat bij ons niet zo in het systeem.”

“Toen ik in het cabaret belandde, was ik voor mijn gevoel ontsnapt aan die vermeende zwaarte. Ik dacht: o, dat moeilijke hóeft helemaal niet, ik loop het toneel op en mensen vinden het leuk, ik verdien er mijn geld mee, ik drink bier na afloop en heb lol. Maar dat gewone leven is er ook nog. En dat kon ik niet goed leven. Daarop had ik geen grip. Achteraf kan je zeggen: die stuurloosheid maakt somber, angstig. Dat geeft een onveilig gevoel. Ik liet altijd alles maar een beetje gebeuren. Ik heb heel lang aan mijn man Jan gehangen, zo van: hoe doen normale mensen dit, wat gaan we doen, wat kost een brood? Ik had geen idee. Het was niet om te koketteren. Ik kon niet zeggen: ik wil een blauwe bank. Had iemand toevallig een rooie, dan zei ik: nou zet maar neer. Klinkt stom hè, maar ik kon gewoon geen keuzes maken.”

Die periode ligt achter u.
“Godzijdank. Ik kan er nog niet helemaal de vinger op leggen, maar ik krijg steeds meer grip op mijn leven. Je moet wel, want je kunt niet eeuwig als een kip zonder kop rondlopen. En nu ik beetje bij beetje begrijp hoe het werkt, heb ik daar zo’n lol in. Aha, zó doe je dat! Ik vind het nog steeds lastig, maar nu weet ik: als je zo doet, word je rustig. Dit gaan we wel doen en dat niet. De verdiensten van het ouder worden. En dat wordt alleen maar aantrekkelijker. En een oudere vrouw die goed in haar vel zit, dat is...”

Een genot om naar te kijken?
“Ja! Het zij zo dat je een ouwe kop krijgt. Je bent milder, zachtaardiger. En je bent wijzer.”

Brigitte Allegonda Maria Kaandorp

Geboren 10 maart 1962 in Haarlem
Studeerde 2,5 jaar Nederlands
Won nadat ze haar studie in 1983 had afgebroken Camaretten, in 2007 gevolgd door een Gouden Harp en in 2010, samen met Theo Nijland, de Annie M.G. Schmidtprijs
Theater maakte sinds 1982 twintig solovoorstellingen
Scoorde een hit met Duet, met Herman Finkers
Tourt nog t/m 11 mei door het land met het liedjesprogramma Gedeelde Smart met Jenny Arean (zie voor speellijst: brigittekaandorp.nl)
Privé is getrouwd en heeft een dochter en een zoon uit een eerder huwelijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden