PlusAchtergrond

Breitner en Israels als artistieke rivalen te zien

Ongedateerd zelfportret van Isaac Israels.Beeld Privecollectie

George Hendrik Breitner en Isaac Israels waren de prominentste schilders van de Amsterdamse School. In Kunstmuseum Den Haag kun je hun onderlinge rivaliteit op de voet volgen.

Op zaterdag 30 april 1892 is het regenachtig weer met een stevige noordwestelijke wind. De 27-jarige Isaac Israels maakt een wandeling door de stad. In de Kalverstraat gaat zijn aandacht bijna automatisch uit naar nummer 194, waar twee maanden daarvoor een nieuw filiaal was geopend van kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. Wat Israels in de etalage ziet, slaat bij hem in als een bom.

Hij ziet een Amsterdams stadsgezicht met sjouwende sleperspaarden die door een dik pak vieze sneeuw ploeteren. De schilder van dat doek kent hij maar al te goed. Tot voor kort werkten ze zelfs in hetzelfde pand aan het Oosterpark. Het is zijn collega en rivaal George Hendrik Breitner.

Israels kreeg van het werk een ‘opdonder’, schrijft hij enige tijd later aan een vriend. Hij moet toegeven dat Breitner dingen voor elkaar krijgt die hij zelf maar al te graag wil, dingen die eigenlijk heel eenvoudig lijken.

Israels wil het moderne leven in de stad schilderen, maar moet daarbij in Breitner zijn meerdere erkennen. Hij loopt al een tijd vast in zijn ambities, kan nauwelijks schilderijen voltooien en besteedt zijn tijd voornamelijk aan het maken van snelle schetsen. Hij werd moedeloos bij het zien van Breitners rauwe stadsgezicht, maar het zien van het schilderij spoort hem ook aan om weer door te gaan. ‘Ik dacht, ik schei er mee uit, tegen zulk werk kun je toch niet op schilderen, maar toen ik op mijn atelier was ben ik toch hard aan ’t werk gegaan.’

George Hendrik Breitner (1857-1923) en Isaac Israels (1865-1934) maken vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw furore in de Nederlandse kunst. Beiden hebben zich ontwikkeld in Den Haag, destijds het centrum van de Nederlandse kunst. In 1886 verhuizen ze naar Amsterdam, waar ze de belangrijkste vertegenwoordiger worden van een groep schilders die wordt aangeduid als de Amsterdamse School of de Tachtigers.

Zelfportret met lorgnet (1882) van George Hendrik Breitner.Beeld Kunstmuseum Den Haag

Artistieke bokspartij

Breitner en Israels zijn enorm aan elkaar gewaagd, blijkt uit de tentoonstelling over hun vriendschap en rivaliteit. Stap voor stap kun je zien hoe ze elkaars artistieke kompas beïnvloeden.

De tentoonstelling wordt nadrukkelijk als wedstrijd gepresenteerd. De catalogus is er in twee edities. Wie een boek koopt, moet kiezen tussen een portret van Breitner of Israels op het omslag. Het is niet opgedeeld in hoofdstukken, maar ronden, alsof het een bokswedstrijd is. En aan het einde van de tentoonstelling hangt een foto van een boksring, waarbij een van de boksers knock-out is geslagen. Het publiek mag daar ook een stembiljet invullen om de winnaar van de artistieke bokspartij te bepalen.

Breitner profileert zich in Den Haag als ‘le peintre du peuple’, de schilder van het volk. Hij komt niet uit een kunstminnend milieu en is eigenlijk voorbestemd kantoorklerk te worden. Op de Haagse academie maakt hij kennis met een knaap die zeven jaar jonger is en in menig opzicht zijn tegenpool: Isaac Israels, de zoon van Jozef Israëls, zonder enige twijfel de allergrootste levende Nederlandse kunstenaar van dat moment.

Israels begrijpt al snel dat hij niet in de voetsporen moet treden van zijn beroemde vader, met wie hij door iedereen wordt vergeleken. Als statement verandert hij subtiel zijn achternaam, door hem zonder trema te schrijven.

In het Kunstmuseum kun je mooi volgen hoe de rivaliteit tussen Breitner en Israels doorwerkt in de motieven die ze beproeven. En wat hun goede en zwakke punten zijn. In Den Haag maken ze beide grote figuurstukken met galopperende cavaleristen en andere soldaten. Als ze naar Amsterdam verhuizen, storten ze zich op het tekenen en schilderen van het dagelijks leven in de stad. Israels is de handige tekenaar, Breitner de virtuoze schilder.

Geen contact meer

Steeds zie je de één een voorzetje geven en de ander reageren. Als Israels een aantal geslaagde vrouwenportretten maakt, wil Breitner hetzelfde gaan doen. Als Breitner arbeidersvrouwen op straat schildert, zoekt Israels vergelijkbare onderwerpen. Als Israels de Dam bij avond schildert, maakt Breitner er ook een, maar dan net iets broeieriger en spannender. Zelfs hun zelfportretten lijken op elkaar, met dezelfde lichtwerking of een vergelijkbare achtergrond.

Ze verbreken in 1894 elk contact. Breitner maakt zijn serie kimonomeisjes, terwijl Israels zijn blik richt op de luxe modezaken op de Nieuwendijk. Na de eeuwwisseling zijn de heren gevierde kunstenaars en begraven ze de strijdbijl. Zonder rivaliteit koersen de oeuvres elk een andere richting op. Breitner richt zich steeds meer op verstilde stadsgezichten met eeuwenoude panden, terwijl de vermogende Israels het zonnige leven opzoekt van de mondaine internationale jetset. De gretige jonge honden zijn vermoeide en gemakzuchtige oude mannen geworden maar gelukkig laat de tentoonstelling daar niet al te veel van zien.

Twee meiden op de Lijnbaans­gracht in Amsterdam (1894) van Isaac IsraelsBeeld Groninger Museum

Breitner vs Israels. Vrienden en rivalen: t/m 10/5 in Kunstmuseum Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden