PlusDe klapstoel

Bregje Lampe, hoofd Fashion bij Amfi: ‘De fout die de meeste mensen maken, is het dragen van te strakke kleding’

Bregje Lampe (1980) is hoofd Fashion en Branding bij mode-instituut Amfi. Voor Het Parool en de Volkskrant werkte ze als modejournalist, en ze brengt de nieuwsbrief Modelogica uit. Een gesprek aan de hand van steekwoorden over haar favoriete ontwerpers, fast fashion en de roerige tijd bij Amfi.

Vera Spaans
null Beeld Harmen De Jong
Beeld Harmen De Jong

Neerloon

“Dat is echt heel klein hoor, er is geen school, geen café, alleen een kerkje. Een boerendorp in Brabant, met heel veel stikstof, weten we nu. Ik heb er tot mijn 18de gewoond. Het was 15 kilometer fietsen over een dijk naar de middelbare school. Veel natuur om je heen is goed voor je autonomie, denk ik. Altijd buiten, hutten bouwen. Maar toen ik 16, 17 was, wilde ik wel heel graag weg. Mijn halfzus woonde in Amsterdam, dan ging ik daar langs, naar het terras van De Vergulde Gaper. Ik hoorde de gesprekken van haar vrienden en dacht: dit is magisch. Hier moet ik zo snel mogelijk naartoe.”

Pizzeria

“Mijn eerste baantje in een plaatsje verderop, Ravenstein, een oud stadje, met kinderkopjes en alles. Toen daar een pizzeria opende, was dat heel wat. Later heb ik nog bij Van Son’s Eethuis gewerkt, de plaatselijke Van der Valk, langs de snelweg bij Schaijk. Ik heb best een lange horecacarrière gehad.”

“Ik had wel al vroeg belangstelling voor mode. In mijn kleutertijd kon mijn moeder me nog wel broekrokken aantrekken met een bijpassend diadeem, maar toen ik ouder werd, kreeg ik er snel zelf ideeën over. Op mijn oppasadres lagen allemaal modebladen, en als de kinderen op bed lagen, bladerde ik die door. Ik was een onzekere puber: heel mager, en dan droeg ik van die grote capuchontruien om in te verdwijnen. Ik had ook een grungefase, liep met gele Dr. Martens, en ik heb een tijdje dreadlocks gehad. Dat kan nu echt niet meer, maar toen deed de kapper dat gewoon.”

Amfi (1)

“Daar heb ik gestudeerd, en daar ben ik nu weer terug. Dat instituut leidt niet per se op tot modejournalist, nee. Mijn afstudeeronderzoek ging over de opmars van mode in musea. Ik had José Teunissen, die toen curator was in het Centraal Museum in Utrecht, gevraagd of ik bij haar onderzoek mocht doen. Vanuit daar heb ik allerlei conservatoren geïnterviewd. Toen dacht ik: dát is leuk, om met al die mensen te praten. Dus toen werd het de modejournalistiek.”

Modepolitie

“Daar heb ik een tijd gewerkt, met ex-Dolly Dot Patty Zomer. Na mijn afstuderen wilde ik extra geld verdienen zodat ik een master modejournalistiek in Londen kon doen, dus werd ik stylist bij dat tv-programma. Mensen werden op straat aangesproken of wij ze opnieuw mochten aankleden, en dat vonden ze dan hartstikke leuk. Ik hielp Patty met het uitzoeken van al die spullen.”

“De fout die de meeste mensen maken, is het dragen van te strakke kleding. Mensen kopen graag maat 38, maar één maat groter staat vaak beter. Niemand ziet welk label je in je nek hebt, maar iedereen ziet het als iets knelt. Ik koop zelf nooit te kleine kleren – al kocht ik vroeger wel te kleine schoenen. Ik heb maat 41, best groot, maar te kleine schoenen, dat is écht heel oncomfortabel.”

Parool

“Ik studeerde in Londen, en had allemaal uitgevers gebeld of ik als studieopdracht een modebijlage voor ze mocht maken. Frits Campagne, die toen uitgever bij Het Parool was, vond dat goed. Toen het af was, liet ik het hem zien en vroeg ik of ik stage mocht komen lopen. Dat vond hij ook goed, maar degene bij wie ik toen op gesprek kwam, dacht: wat moeten we in godsnaam met iemand die modejournalistiek doet, dat in Londen heeft gedaan en die door de uitgever door onze strot wordt geduwd?”

“Dus hij zei tegen mij: je kunt komen, maar als het niks wordt, sturen we je na een maand weg. Hij had een escapeclausule ingebouwd, andere stagiairs blijven altijd drie maanden. Maar uiteindelijk kwam ik in dienst en ben ik acht jaar gebleven. Ik heb er veel geleerd: snel en helder schrijven, het ontwikkelen van een moreel kompas, en ook dat het altijd wel goed komt. Dat zeiden ze vaak op de redactie: het komt eigenlijk altijd goed.”

Jurk van de dag

“De krant wilde iets met de Amsterdam Fashion Week, maar je kunt niet elke dag rapporteren: nou, vandaag was er een show en dat was zo en zo, want dan ben je de gemiddelde Paroollezer allang kwijt. De Fashion Week was opgezet als springplank voor jong talent, dus dachten wij: als we nu eens elke dag één jurk uitkiezen en dan backstage de maker interviewen, dan kun je een beetje de diepte in en is het ook nog leuk om te lezen.”

“Een van de eerste jurken was van Iris van Herpen, die had iets gedaan met bizarre schouderstukken en baleinen van kinderparaplu’s. Later kwam die jurk van de dag in de etalage van Maison de Bonneterie, dat bestond toen nog. De dag na de show brachten de ontwerpers die jurken langs, op de fiets, en ik zette er dan het Paroolartikel bij, dat ik had laten plastificeren. Dat was leuk voor die ontwerpers en voor de krant, maar ook heel goed voor de Bonneterie. Dat was een wat ingeslapen warenhuis en opeens gebeurde er iets in die etalage in de Kalverstraat.”

Dries van Noten

“Mijn favoriete ontwerper. Die kleren zijn heel mooi, zonder dat je denkt: wat heb jij voor hysterische mode-outfit aan. En ze passen goed, ook als je lang bent. Alles wat hij showt in Parijs wordt echt gemaakt. Het is heel draagbaar, hij kleedt drie generaties en daar is hij trots op.”

“Mijn allereerste designerstuk was van hem. Ik zat nog op de middelbare school en was shoppen met mijn moeder in Antwerpen. Zij wilde altijd naar België, want daar gaan ze beter gekleed, vond zij. Daar zag ik een topje van Dries van Noten: een shirt met een V-hals en een krantenopdruk. Dat moest ik hebben, ik heb er maanden kleedgeld aan uitgegeven. Ik moest het dus ook de hele tijd dragen want ik had geen geld meer voor andere kleren. Maar dat maakte mij niks uit want ik vond het zo mooi. Ik heb het nog steeds.”

1 meter 84

“Zo lang ben ik, maar voor Nederlandse vrouwen is dat helemaal niet zo lang. Volgens mij is het lastiger als je klein bent – al staan die lange jassen ook wel grappig als ze tot je enkels komen. Ik heb die rubrieken met regels wat je aan moet als je lang of juist klein bent altijd vermeden. Moderegels vind ik lastig. Als je iets draagt wat je comfortabel vindt, ga je daar automatisch lekkerder in bewegen. Committeer je vooral niet te veel aan regels.”

Amfi (2)

“Het zal de Paroollezer niet zijn ontgaan dat Amfi een roerige tijd achter de rug heeft. Ik ken de rapporten over de onveilige werksfeer goed, en ik heb het ziekteverzuim ook zien stijgen. Het is heftig hoor, als je collega’s uit ziet vallen. In 2020 begon ik als voorzitter van de examencommissie, een adviserende rol, en heb op een managementfunctie gesolliciteerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het beleid. En er zijn sinds begin 2022 veel stappen gezet. Je weet wat ze zeggen: een organisatie gaat staan naar de hoogste in rang.”

“Er is een heel nieuwe leiding, in maart begint de nieuwe directeur – José Teunissen, bij wie ik ben afgestudeerd. Het is voor iedereen die daar werkte en voor de studenten een heel lastige tijd geweest, maar ik heb er fiducie in dat het nu beter gaat.”

Primark

“Die mijd ik. Ik vind die fastfashionbedrijven een ongezonde ontwikkeling. Als je weet hoe moeilijk het is om een kledingstuk te maken, snap je ook dat dat niet voor 2 euro in de winkel kan hangen. Dan zijn ergens onderweg, tussen katoenplant en winkelrek, slachtoffers gevallen. Niet dat dure kleding wél altijd verantwoord wordt gemaakt, maar van zulke goedkope kleren weet je zeker dat degene die ze in elkaar heeft gezet, niet netjes behandeld is en niet marktconform betaald heeft gekregen.”

“Toen ik op Amfi begon, in 1998, was het nog heel normaal om voor een feestje een jurkje te kopen bij een fastfashionketen. Dat doen de eerstejaars van nu echt niet meer. Die gaan naar de Noordermarkt, of die vermaken iets. Het is een leuke tijd om in het modeonderwijs te zitten: deze studenten hebben genoeg verantwoordelijkheidsgevoel, kritisch denkvermogen en creativiteit om dingen te veranderen. Om andere bedrijfsmodellen te vinden. Mode kan circulair zijn, het gaat om identiteit, daarvoor hoef je niet per se spullen te kopen. We gaan ons echt niet kopen naar een betere wereld.”

Balenciaga

“Dat merk zit altijd spot-on op de tijdgeest. Ze snappen precies hoe je wat er speelt in de maatschappij kunt vertalen in kleding – al zijn ze laatst enorm in opspraak geraakt toen ze kleine meisjes lieten poseren met bondage-teddyberen.”

“Het is van die mode waarvan mijn moeder zou zeggen: hoezo, dit zijn hele lelijke kleren! En daar heeft ze een punt. Als een man van middelbare leeftijd met die enorme Balenciagagympen zou lopen, denkt iedereen: wat een lelijke gympen. Maar als de studenten van Amfi ze dragen, is het voor die club ineens fashion. Het gaat allemaal om context. Mode gaat om je onderscheiden, en dan zoek je iets waarvan een klein clubje weet: dit is cool. Het is een codetaal die niet iedereen begrijpt.”

Zandvoort

“Een heel geinig dorp. Iedereen woont er door elkaar, en in de zomer wordt het overspoeld door toeristen, dus dan zie je ook nog eens iemand anders in de supermarkt. En ik kan lopend naar de zee, of naar de duinen. Alleen dat Circuit… Dat is natuurlijk een ramp, midden in een natuurgebied. Daar zou een goede journalist eens in moeten duiken, want hoe dat gegaan is met die vergunningen, dat is niet zuiver.”

Rood

“Is dat de modekleur van 2023? Dat wist ik niet. Ik kan je ook zo vijf foto’s laten zien en claimen dat paars de modekleur is. Magazines moeten ook gewoon een rubriek vullen hè. Er hangt wel altijd iets in de lucht: we gaan felle kleuren dragen want we hebben zo lang binnen gezeten. Of de lipstickindex: hoe slechter het met je gaat, hoe meer lippenstift je draagt. Maar dit zijn geen dingen die ik mijn studenten wil leren. Die zet ik liever aan het denken over hoe je een merk in de markt zet zonder dat het greenwashing of rainbowwashing wordt. De modekleur van 2023, daar zit de industrie echt niet op te wachten.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden