Morris Column, avenue de l'Observatoire, 1934 © Estate Brassaï Succession

Plus Achtergrond

Brassaï is meer dan de fotograaf van Parijs bij nacht

Morris Column, avenue de l'Observatoire, 1934 © Estate Brassaï Succession Beeld Brassaï

Met ruim tweehonderd foto’s en tijdschriften belicht het eerste Nederlandse retrospectief van Brassaï (1899-1984) de breedte van zijn oeuvre. Maar hij zal altijd bekend blijven als de fotograaf zijn die Parijs bij nacht op sprookjesachtige wijze wist te vereeuwigen.

‘Ik gaf hem een spoedcursus nachtfotografie… maar later kopieerde hij mijn stijl,” zei André Kertész eens in een interview over Brassaï. Het is gefrustreerde zuurheid van de mentor die zich in erkenning voorbijgestreefd zag door zijn leerling. En dat terwijl hij zijn Hongaarse landgenoot zelf zijn eerste camera had geleend.

Brassaï, die eigenlijk Gyula Halász heette en zijn pseudoniem ontleende aan zijn geboortestad Brassó, belandde in 1924 in Parijs met de intentie journalist te worden maar zonder kennis van het Frans. Overdag leerde hij de taal door Marcel Proust te lezen, ’s nachts ging hij op stap. Toen hij Kertész op de Pont Neuf een opname zag maken, realiseerde hij zich dat hij zijn verhalen beter kon vertellen in beelden dan in woorden.

Bij de ingang van de tweede zaal van het aan hem gewijde retrospectief in het Foam hangt een opgeblazen afdruk van een exemplarische Brassaïfoto. In het midden staat een reclamezuil omgeven door mistflarden, rechts het silhouet van een man met hoed. De fotograaf gebruikte een flinke flitslamp en omdat de mist ook vanachter wordt aangelicht door straatlantarens, krijgt de neerslag een bijna tastbaar volume, wordt de duisternis zelf als het ware zichtbaar.

De nacht is bij Brassaï geen tijd maar een plaats, merkte fotografiekenner Colin Westerbeck eens treffend op. En die plaats wordt afgebakend door de mist die de wereld klein maakt, maar ook door telkens terugkerende relingen, hekken en balustrades.

Er gebeurt niet veel in Brassaïs nachtfoto’s. De actie is natuurlijk beperkt door de lange sluitertijd die bewegende voorwerpen reduceert tot vegen. Maar ze zitten boordevol sfeer en suggestie. Een brug lijkt op een oog, meer Freudiaanse lezingen zijn ook mogelijk. En de put waar een rioolwerker in afdaalt is niet smerig maar een uitnodiging om net als Alice in Wonderland het magische konijnenhol in te stappen.

Respectvol vastgelegd

Brassaï is met zijn omfloerste stadstafrelen in hoge mate verantwoordelijk voor het beeld dat in de jaren dertig ontstond van Parijs: mythologiserend, op het sentimentele af. Maar de samensteller van dit eerste Nederlandse retrospectief, voormalig Moma-conservator Peter Galassi, wilde laten zien dat zijn oeuvre breder is dan dat. En daar slaagt hij goed in.

Er is natuurlijk geen ontkomen aan Brassaïs voorliefde voor de onderkant van de samenleving: nachtvlinders, tippelaars en op straat slapende zwervers. Opvallend is hoe respectvol hij ze vastlegt.

Brassaï fotografeerde ook het andere uiteinde van het maatschappelijk spectrum. Zijn beelden van upperclassfeestjes zijn echter een stuk minder spannend. Er blinkt veel, sieraden en bloot gelachen tanden, maar je hebt niet het gevoel echt iemand te zien. Beter zijn de portretten geproduceerd voor tijdschriften. Parijs was in die jaren de navel van de mondiale kunstwereld en Brassaï kende iedereen, van Matisse die poseert met naaktmodel tot de altijd treurig kijkende Giacometti in zijn deprimerend donkere atelier.

Billiard Player, boulevard Rochechouart, 1932-1933 © Estate Brassaï Succession Beeld Brassaï

Op straat ving Brassaï het ontluikende moderne leven. Reclames voor Coca-Cola en Gitanes, een steelse zoen in het openbaar, een vrouw die de fotograaf spiegelt door haar Rolleiflex op hem te richten. In een opvallend achtluik legde Brassaï vast hoe passanten een dode man op straat vinden, de haag nieuwsgierigen aanzwelt, een ambulance aankomt en het opstootje weer oplost. Het is een soort fotostripverhaal. Wie goed kijkt, ziet aan de positie van de auto’s dat de maker de volgorde van de beelden heeft gemanipuleerd om het verhaal beter te laten lopen.

Spiegelgebruik

Brassaï zag zichzelf niet als documentair of journalistiek fotograaf maar eerder als kunstenaar. Dat is het best te zien in het zaaltje met café­foto’s die duidelijk geïnspireerd zijn door de affiches en schilderijen die Henri de Toulouse-Lautrec een halve eeuw daarvoor maakte van het nachtleven. Brassaïs innovatieve toevoeging is het veelvuldig gebruik van spiegels.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, stopte Brassaï met fotograferen. Hij weigerde zich bij de Kulturkammer te registreren. Op aanraden van Picasso ging hij tekenen en beeldhouwen, wat hij getuige de paar voorbeelden in Foam niet onaardig deed.

Na de oorlog zei hij het nachtleven vaarwel en fotografeerde hij nog maar drie, vier maanden per jaar, vooral voor tijdschriften. In de gang van het Foam hangt een selectie van dat late werk. Onmiskenbaar virtuoos maar op het eerste gezicht een beetje saai: een gevel, een luik, een compositie van wijngaard en dakpannen. Het onderwerp is uitgebeend tot vlakken en lijnen, de fotografie tot vorm. Wat rest is de esthetiek.

Werk van Brassaï dat te zien is op het retrospectief in het Foam. Op de grote foto schilder staat Henri Matisse met een naaktmodel. Brassaï maakte de foto in 1939. Beeld Estate Brassaï Succession, Paris

Brassaï: 13/9-4/12 in Foam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden