PlusKlassiek

Box van het Berliner Philharmoniker met alle symfonieën van Mahler

Van de Berliner Philharmoniker is een fraaie doos verschenen met daarin alle symfonieën van Mahler, gedirigeerd door de beste dirigenten van de afgelopen tien jaar. Het orkest maakt indruk, maar Willem Mengelberg doet voor hoe het echt moet.

Gustav Mahler (1860-1911) dirigeerde zelf zijn eerste drie symfonieën bij de Berlijners. Beeld Getty Images
Gustav Mahler (1860-1911) dirigeerde zelf zijn eerste drie symfonieën bij de Berlijners.Beeld Getty Images

In de aanloop naar Mahlerfeesten in Leipzig en Amsterdam, waarvan de laatste deze week is ge­annuleerd, komt vanuit Berlijn een allerprachtigst vormgegeven doos tot ons, oblong van formaat en in de kleuren zwart en blauw. Het geheel heeft iets van een sarcofaag. Om bij de 10 cd’s en 4 blu-raydiscs te komen moet een deksel worden geopend. In de doos liggen dan de schijfjes keurig in het gelid, aflopend als een trapje. Chic is het woord. En de liefhebber hoeft er niet eens een tweede hypotheek voor af te sluiten. Voor die 109 euro krijgt hij er ook nog een informatief boekwerkje bij, waarin de relatie van Mahler met de Berliner Philharmoniker staat beschreven.

Die relatie was niet onbeduidend, al bleef het aan Mahler knagen dat de eerste Berlijnse chef, Hans von Bülow, het aan het einde van de negentiende eeuw niet heel erg zag in de jonge componist. Mahler dirigeerde uiteindelijk zelf zijn eerste drie symfonieën bij de Berlijners, waaronder de eerste uitvoering van de Tweede. Die Tweede stond in 1924 ook op het programma bij de allereerste radio-uitzending van de Berliner Philharmoniker.

Vanuit Amsterdams perspectief is het verbazingwekkend hoe lang het heeft geduurd voordat de Berlijners de muziek van Mahler hartelijk omhelsden. Dat had te maken met de reserves van de achtereenvolgende chefs Wilhelm Furtwängler en Herbert von Karajan. De laatste wachtte zelfs 20 jaar in zijn chefschap voordat hij de eerste Mahlersymfonie dirigeerde (de Vijfde).

Bernard Haitink

De aarzeling is ook af te leiden uit de hoeveelheid jaren die liggen tussen de première en een eerste Berlijnse uitvoering (behalve, zoals gezegd, bij Symfonie nr. 2). De Derde: 5 jaar. De Vierde: 12 jaar. De Zevende: 12 jaar. Adagio uit de Tiende: 26 jaar.

In Amsterdam was dit door toedoen van de grote Mahlerapologeet Willem Mengelberg totaal anders. Mengelberg dirigeerde trouwens ook de eerste Berlijnse uitvoering van de Achtste, in 1912 – twee jaar na de première in München, die Mahler zelf nog voor zijn rekening had genomen.

Na Karajan kwamen Claudio Abbado en Simon Rattle en nu is er Kirill Petrenko, alle drie grote Mahlerfans. Allen zijn van de partij in de doos, die louter uitvoeringen bevat van de laatste tien jaar. Petrenko is aanwezig met een brandend intense Zesde symfonie, Rattle met een indrukwekkende Zevende en Abbado met een aangrijpend Adagio uit de Tiende.

Verder in de doos: Daniel Harding met een nogal saaie en bij vlagen verrassend technisch onvolmaakte Symfonie nr. 1, Andris Nelsons met een flink uit de kluiten gewassen Symfonie nr. 2, Gustavo Dudamel met een Derde en een Vijfde waar je niet chagrijnig van wordt, maar ook niet van op je hoofd gaat staan van enthousiasme, Yannick Nézet-Séguin met een mooie, maar brave Vierde en Bernard Haitink met een Negende, die zeker niet de beste is die hij ooit vastlegde. Dat heeft, denk ik, iets te maken met de klank van het orkest.

Begrijp me niet verkeerd, de Berliner Philharmoniker vormen het beste orkest ter wereld, maar ze zijn geen Mahlerorkest. Of ben ik na al die jaren in gunstige zin te zeer bedorven door die ranke en wendbare, lenige, onopdringerige, kwetsbare en menselijke klank van het Concertgebouworkest, dat Mahler speelt vanuit een vragende, zoekende muzikaliteit, terwijl de Berliner alles vanuit een onweerlegbare zekerheid lijken te doen?

Perfectie is ook niet alles

Misschien is het ook een kwestie van smaak. Er valt hoe dan ook veel te genieten aan deze zwart-blauwe doos, die bovendien een indruk geeft van de manier waarop in de 21ste eeuw Mahler wordt gespeeld.

Des te interessanter is de dubbel-cd die de Willem Mengelberg Stichting het licht heeft doen zien, met geweldig klinkende, opnieuw gemixte en gerestaureerde opnamen van het Adagietto uit Symfonie nr. 5 (uit 1929) en de Vierde symfonie (uit 1939). Hoe oneindig veel spannender, veelkleuriger en ontroerender laat Mengelberg de noten klinken, compleet met vertragingen en versnellingen die hij ter plekke bedenkt en met glissandi en portamenti die geen moderne dirigent meer zou durven te eisen. (Waarom eigenlijk niet?)

Vergeleken bij Mengelberg en het Concert­gebouworkest van bijna een eeuw geleden zijn de Berliner oneindig veel perfecter, maar maakt de Baas niet gewoon meer muziek?

Discussieer hierover in groepjes van vier.

null Beeld Het Parool
Beeld Het Parool

Klassiek

Berliner Phil­harmoniker
Mahler, Symphonien 1-10
(Berliner Philharmoniker Recordings)
 €109 (excl. verzenden)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden