PlusAchtergrond

Boeken met illustraties in zwart-wit zijn terug van weggeweest

Beeld Mark Janssen

Drie recent verschenen (kinder)boeken zijn zwart-wit geïllustreerd – een trendbreuk. Vroeger was het een kwestie van productiekosten, maar deze uitgaven laten zien dat zwart-wit juist ook heel goed kan werken.

Zwart-wit is het nieuwe kleur. Die gedachte dringt zich op als je drie recent verschenen (kinder)boeken bekijkt: Het hele leven geïllustreerd door ­Peter Van den Ende, Altijd dichtbij van Mark Janssen en Wonderbos met tekeningen van Medy Oberendorff. Twee titels zijn volledig zwart-wit, bij Oberendorff speelt kleur een ondergeschikte rol.

Dat is opvallend. Een halve eeuw geleden ­hadden de meeste kinderboeken zwart-wittekeningen, al had dat voornamelijk te maken met het productieproces: kleur was duur. Er was een coproductie of grote oplage in eigen land nodig om uit de kosten te komen.

Annie M.G. Schmidt

Mooi voorbeeld: begin jaren zeventig durfde De Arbeiderspers een full colour Pluk van de Petteflet niet aan wegens hoge productiekosten, reden voor Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp over te stappen naar Querido, die het boek uitbracht in de voor die tijd ongehoord hoge oplage van 30.000 exemplaren.

De afgelopen decennia zijn drukkosten sterk gedaald. Fullcolourillustraties in oplages van minder dan tweeduizend zijn geen uitzondering meer. De kinderboekenafdeling groeide uit tot het kleurrijkste hoekje van de boekwinkel.

Maar nu zijn er dus deze drie boeken: sober, ­ingetogen en (voornamelijk) zwart-wit. En de paradox is: juist door de afwezigheid van kleur springen ze eruit.

Licht vervreemdend

Peter Van den Ende verraste eerder dit jaar met de zwart-wit graphic novel Zwerveling, een grafisch prentenboek dat zich aan leeftijdsgrenzen onttrekt. Door zich nu te verbinden aan Bart Moeyaert – kinderboekenschrijver met veel ­volwassenen onder zijn lezers – trekt hij die lijn door.

Het hele leven is een bundeling van Moeyaerts verhalen De Schepping, Het Paradijs en De ­Hemel, eerder geïllustreerd door Wolf Erlbruch en Gerda Dendooven, nu tot één geheel gesmeed door de tekeningen van Van den Ende. Hoewel aan de verhalen niets is gewijzigd, is de bundeling verschenen in Querido’s fonds voor volwassenen.

Het is een kleine, handzame uitgave met ­stofomslag, secuur vormgegeven door Herman Houbrechts. De ragfijne, licht vervreemdende illustraties doen denken aan het werk van de Duitse kunstenaar Quint Buchholz, ze ademen diezelfde magisch-realistische sfeer. Met slechts twee boeken heeft Van den Ende zich een stevige plek toegeëigend in het Nederlandse illustratorenlandschap, een uitzonderlijke prestatie.

Exuberante aquareltekeningen

Hoe anders verliep de carrière van Mark Janssen. Van veel-tekenaar van vaak commerciële uitgaven – sinds zijn debuut in 1997 illustreerde hij honderden boeken – maakte hij enkele jaren geleden de overstap naar eigen, groot formaat prentenboeken. Pers en boekhandel bejubelden de exuberante aquareltekeningen en titels als Niets gebeurd en Dino’s bestaan niet werden internationale verkoopsuccessen.

Niettemin besloot Janssen het roer nogmaals radicaal om te gooien. Voor Altijd dichtbij ruilde hij zijn verfdoos in voor het rafelige en geschakeerde van potlood. Het fijnzinnige verhaal – een jongetje probeert in het reine te komen met de dood van zijn oma – vroeg om ander mate­riaal, verklaarde Janssen in een interview.

Geïnspireerd door eerdere reizen situeerde hij het boek in Nepal, een decor dat hij optrekt uit louter grijstinten en licht-donkercontrasten. Toch kennen de gearceerde tekeningen iets van de uitbundigheid van Janssens eerdere werk: dat zit in de verbeelding van de weelderige ­Aziatische vegetatie, door Janssen gevangen in ­repetitieve patronen, en de betovering van een Van Goghachtige sterrennacht.

Hyperrealisme

Waar Van den Ende het zoekt in dromerige vervreemding en Janssen het verhaal vastlegt in gedetailleerde landschapsprenten, bewandelt Medy Oberendorff de weg van het hyper­realisme. Wonderbos is een non-fictieboek over de raadselachtige geheimen van het woud. ­Oberendorff maakte grote, haast fotografische platen, waarop zich tussen het gebladerte allerlei dieren schuilhouden.

Haar illustraties zijn minutieus opgezet; de sporen van een paddenstoel, de blaasjes op een kikkerlijf, de weerspiegeling van besneeuwde bomen in een vennetje, het is allemaal naturalistisch en met grote precisie in beeld gebracht.

Op elke spread volgt een onderhoudende tekst van Jan Paul Schutten over de kringloop van de natuur of de dodelijke schoonheid van het woud. Die pagina’s worden op hun beurt gevolgd door spreads waarop losse elementen uit het bos in woord en beeld nog eens extra worden uitgelicht, dit keer in kleur.

Afrikaanse savanne

Oberendorffs realisme is verwant aan het werk van de Engelse illustrator Ben Rothery, al is zijn habitat de Afrikaanse savanne en koos Oberendorff voor onze eigen lage landen. De kleuren­tekeningen zorgen voor een vrolijke cadans in het boek, maar de vraag is of de kijker ze had gemist als ze er niet waren geweest.

Indien ingezet op de juiste manier is zwart-wit zeker zo evocatief als kleur, dat laten deze drie boeken overtuigend zien.

Beeld Mark Janssen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden