Bob Dylan: ‘De tekst is waar het echt om gaat, die moet tastbaar zijn, zonder metaforen.’

PlusInterview

Bob Dylan is terug: ‘Elk mens is kwetsbaar in het aangezicht van de dood’

Bob Dylan: ‘De tekst is waar het echt om gaat, die moet tastbaar zijn, zonder metaforen.’

Voor het eerst sinds 2012 verschijnt vrijdag een plaat met nieuw werk van Bob Dylan, Rough and Rowdy Ways. In een zeldzaam interview vertelt de zanger over het album, muziek en de wereld om hem heen.

Volkomen onverwacht en midden in de coronacrisis bracht Bob Dylan eind maart de epische, 17 minuten durende song Murder Most Foul uit, over de moord op president John F. Kennedy. Dylan had sinds het winnen van de Nobelprijs voor Literatuur in 2016 geen interviews meer gegeven en communicatie zo veel mogelijk beperkt tot zijn website. Maar omdat we oude kennissen zijn, wilde hij me telefonisch te woord staan vanuit zijn huis in Malibu in Californië.

Het gesprek ging goeddeels over Rough and Rowdy Ways, het eerste album met originele songs sinds het in 2012 verschenen Tempest. Natuurlijk spraken we ook over de dood van George Floyd in Minneapolis, in Dylans thuisstaat Minnesota. De inmiddels 79-jarige Dylan klonk bedroefd. “Het was ziekmakend om te zien hoe George in feite werd doodgemarteld. Dit gaat veel verder dan gewoon gemeen. Laten we hopen op gerechtigheid voor de familie Floyd en voor de natie.”

Is het nieuwe album een nostalgische lofzang op iets uit een ver verleden?

“Voor mij is het geen kwestie van nostalgie. En nee, ik beschouw Murder Most Foul niet als een verheerlijking van het verleden of het verlangen naar lang vervlogen tijden. Ik leg liever een verband met het hier en nu. Zo gaat het met mij altijd, zeker als ik de teksten schrijf. Deze songs zijn geen uitzondering.”

Was u verbaasd dat uitgerekend deze song uw eerste Billboard nummer 1-hit was in uw lange carrière?

“Zeker, yeah.”

De song I Contain Multitudes bevat een krachtige zin: I sleep with life and death in the same bed. Mogelijk hebben we op een bepaalde leeftijd allemaal zulke gevoelens. Denkt u vaak aan de dood?

“Ik denk aan de dood van het menselijk ras. De lange, vreemde reis van de naakte aap. Ieders leven is zo vergankelijk. Elk mens, hoe krachtig ook, is kwetsbaar in het aangezicht van de dood. Ik denk daar alleen aan in algemene zin, niet wat mezelf aangaat.”

Bij het luisteren naar Murder Most Foul beving me een gevoel van een naderende apocalyps. Bent u bezorgd dat we in 2020 het punt zijn gepasseerd waarna geen terugkeer meer mogelijk is? Dat technologie en hyperindustrialisering samenspannen tegen het menselijk leven op aarde?

“Zeker, er zijn genoeg redenen om daar bang voor te zijn. De mensen zijn nu ongetwijfeld veel angstiger en nerveuzer dan vroeger. Maar dat gaat alleen op voor mensen van een zekere leeftijd, mensen zoals u en ik. We hebben de neiging in het verleden te willen leven, maar jonge mensen absoluut niet. Ze hebben geen verleden, dus alles wat ze weten is wat ze zien en horen, en ze geloven van alles en nog wat. Over 20 of 30 jaar staan zij in de voorste linies. Als je nu een 10-jarige ziet, weet je dat hij het over 20 of 30 jaar voor het zeggen heeft. Dan heeft hij geen benul van de wereld die u en ik kenden. Tieners hebben nog nauwelijks herinneringen om op terug te vallen. Dat kunnen we maar beter zo vroeg mogelijk beseffen, want dat wordt de realiteit.”

“Technologie maakt ons allemaal kwetsbaar, maar jonge mensen denken anders. Het interesseert ze geen bal. Ze zijn nu eenmaal geboren in een wereld met uiterst geavanceerde technologie en telecommunicatie. Onze wereld is al verouderd.”

Uw song False Prophet deed me denken aan de onlangs overleden Little Richard, met wiens muziek u bent opgegroeid. Waarom kreeg hij als gospelzanger niet meer aandacht?

“Waarschijnlijk omdat gospel de muziek is van hoop, van goed nieuws, van blijde boodschappen. En tegenwoordig zijn die er niet. Goed nieuws is heden ten dage een vluchteling, een zwerver die wordt verjaagd en gegeseld. Alles wat we nu te zien krijgen is nieuws-dat-niet-deugt. Dat hebben we te danken aan de media. Hun soort nieuws vol roddel en achterklap jut mensen op, maakt ze depressief, boezemt ze walging in.”

“Aan de andere kant heb je het voorbeeldige nieuws uit de gospelmuziek. Mensen putten er hoop uit en moed om door te gaan met een leven dat draait om eer en principes. Voor veel mensen is dat echter onbelangrijk, hun levens gaan te snel voorbij met te veel slechte invloeden. Met seks, politiek en moord trek je de aandacht. We raken er opgewonden van, dat is ons probleem.”

“Little Richard was een geweldige gospel­zanger, maar ik denk dat de gospelwereld hem in het beste geval zag als een buitenstaander en in het slechtste als een indringer. Hij is er nooit echt aanvaard. En natuurlijk wilden veel fans vooral dat hij Good Golly Miss Molly bleef zingen en de gospel meed. Dus in geen van beide muziekwerelden hoorde hij er echt bij.”

In veel songs bewijst u eer aan artiesten die u bewondert, onder wie John Lennon. Nu zijn Don Henley en Glenn Frey aan de beurt, tot mijn verbazing. Van welke song van The Eagles houdt u het meest?

New Kid in Town, Life in the Fast Lane, Pretty Maids All in a Row. Die laatste zou wel eens een van de beste songs ooit kunnen zijn.”

Uw laatste album verwijst ook naar Art Pepper, Charlie Parker, Bud Powell, Thelonious Monk, Oscar Peterson en Stan Getz. Was jazz voor u in uw lange carrière als songwriter en dichter een inspiratie?

“Misschien het vroege werk van Miles op Capitol Records. Maar wat is jazz? Dixieland, bebop, high-speed fusion? Wat noem je jazz? Sonny Rollins? Ik houd van wat hij met de calypso deed, maar is dat jazz? Jo Stafford, Joni James, Kay Starr, volgens mij zongen die allemaal jazz. King Pleasure, dat vind ik nou een echte jazzzanger. Ik weet het niet, er past zo veel in die categorie. Jazz gaat terug naar de roaring ­twenties. Paul Whiteman stond bekend als de King of Jazz. Maar ik weet zeker dat als je het Lester Young zou vragen, hij niet zou weten waar je het over hebt.”

“Was dat allemaal een grote inspiratie voor me? Waarschijnlijk wel. Ella Fitzgerald inspireert me als zangeres, Oscar Peterson als pianist, absoluut. Waren ze ook van invloed op mij als songwriter? Yeah, dat geldt zeker voor Ruby, My Dear van Monk. Die song stuurde me een bepaalde richting op, ik weet nog dat ik die plaat keer op keer draaide.”

De song I Contain Multitudes is hier en daar verrassend autobiografisch. In de twee laatste coupletten klinkt een soort streng stoïcisme door, terwijl u in de rest van het lied met humor het een en ander opbiecht. Vond u het leuk om wat te stoeien met die tegenstrijdige impulsen?

“Daar was eigenlijk geen sprake van, eerder reeg ik wat coupletten aan elkaar als in een ­stream of consciousness, om er later het bruik­bare uit te halen.”

“In de song waar u op doelt, waren de laatste coupletten aanvankelijk de eerste. Maar ik zag dat dat niet de bedoeling was en het leek alsof deze song me de volgorde van de coupletten dicteerde. Het is zo’n lied dat je uit een soort instinct schrijft, als in een trance. De meeste van mijn recente songs zijn zo. De tekst is waar het echt om gaat, die moet tastbaar zijn, zonder metaforen. Het lijkt alsof de songs zichzelf ­kennen, en weten dat ik ze kan zingen, vocaal en ritmisch. Ze schrijven zichzelf, op de een of andere manier, en rekenen op mij om ze te zingen.”

Ook in deze song noemt u heel wat mensen. Waarom staat Anne Frank hier naast Indiana Jones?

“Haar geschiedenis betekent heel veel, gaat heel diep en is moeilijk onder woorden te brengen of te parafraseren, zeker in de moderne cultuur. Iedereen heeft zo’n korte tijdspanne. Maar je haalt Annes naam uit de context, ze maakt deel uit van een trilogie. Je zou net zo goed kunnen vragen waarom ik Indiana Jones of de Rolling Stones in de tekst opnam. De namen zelf zijn deel van een combinatie van drie mensen die meer is dan de som van drie individuen. Te veel ingaan op details is irrelevant. De song is als een schilderij; je kunt niet alles tegelijkertijd zien als je te dichtbij staat. De individuele stukken zijn slechts deel van een geheel.”

I Contain Multitudes heb ik geschreven in een trance, zo uit ik wat ik voel over bepaalde dingen. Dat is mijn identiteit en die trek ik niet in twijfel, ik ben niet in een positie om zoiets te doen. Elke zin in de tekst heeft een bepaald doel. Ergens in het universum moeten deze drie namen een prijs hebben betaald voor wat ze vertegenwoordigen. Ze zijn aan elkaar geketend. Ik kan dat niet echt uitleggen.”

Maar Indiana Jones was een fictief personage.

“Yeah, maar de muziek van John Williams bracht hem tot leven. Zonder die muziek zou de film niet veel hebben voorgesteld. Misschien is dat een van de redenen waarom hij in de song voorkomt, ik weet het niet, die drie namen kwamen tegelijk bij me op.”

U verwijst in het nummer ook naar de Rolling Stones. Gewoon voor de gein, welke songs van de Stones zou u graag hebben geschreven?

“O, ik weet het niet, misschien Angie en Ventilator Blues. Wat nog meer? Eens kijken, o ja, Wild Horses.”

Bent u de laatste tijd die u vanwege corona min of meer geïsoleerd moest doorbrengen, nog toegekomen aan schilderen of lassen?

“Een beetje.”

Kunt u thuis creatief bezig zijn met muziek, speelt u piano en oefent u in uw privéstudio?

“Dat doe ik meestal in hotelkamers, die komen voor mij het dichtst in de buurt van een privéstudio.”

Jammer genoeg werd het toneelstuk Girl from the North Country, naar uw song uit 1963, geannuleerd vanwege de corona-­uitbraak. De kritiek was juichend. Hebt u het toneelstuk gezien?

“Ja en het greep me erg aan. Ik zag het als een anonieme toeschouwer, niet als iemand die er iets mee te maken had. Ik liet het gewoon over me heen komen. Op het eind moest ik huilen, ik kan niet goed uitleggen waarom. Toen het doek viel, was ik stomverbaasd, echt. Zo jammer dat Broadway nog dicht is, want ik wil het nog een keer zien.”

Denkt u aan de pandemie in bijna Bijbelse termen, als een plaag die het land teistert?

“Ik denk dat het een voorbode is van iets wat nog moet komen. Een invasie is het zeker, wijdverbreid ook, maar Bijbels? Zoiets als een waarschuwing aan mensen dat ze moeten boeten voor hun zonden? Dat zou betekenen dat de wereld een soort goddelijke bestraffing staat te wachten.”

“Extreme arrogantie kan leiden tot rampzalige straffen. Misschien staan we aan de vooravond van een verwoesting. Er zijn tal van manieren om over het virus te denken. Ik denk dat we het gewoon moeten laten uitwoeden.”

Van al uw composities is When I paint my ­Masterpiece me in de loop der jaren het dierbaarst geworden. Waarom hebt u het terug­gehaald als een van de eerste nummers bij uw recente concerten?

“Dat lied is mij ook dierbaar. Ik denk dat het iets te maken heeft met de klassieke wereld, met iets wat buiten ons bereik ligt, een plek waar je ook een keer wilt zijn. Iets zo hoogstaands dat je nooit meer van die hoge berg wilt afdalen. Dat je het onvoorstelbare hebt bereikt. Dat is wat die song probeert te zeggen, in die context moet je dat plaatsen.”

“Maar wat doe je als je eenmaal zo’n meesterwerk hebt geschilderd? Wel, een ander meesterwerk schilderen, natuurlijk. Zo kan het een soort oneindige cyclus worden, een soort val. Hoewel; dat zegt de song nu ook weer niet.”

Een paar jaar geleden zag ik dat u een blue­grass­achtige versie speelde van Summer Days. Hebt u er ooit over gedacht een blue­grassalbum op te nemen?

“Echt nooit. Bluegrassmuziek is mysterieus en diep geworteld en om het goed te spelen moet je bijna spelend zijn geboren. Dat je een geweldige zanger of muzikant bent, betekent nog niet dat je ook in een bluegrassband kunt spelen. Het is bijna als klassieke muziek. Harmonisch en meditatief, maar wee je gebeente als je het niet goed doet.”

“Als je ooit van de Osborne Brothers hebt gehoord, weet je wat ik bedoel. Die muziek is meedogenloos en er zijn grenzen aan hoe ver je kunt gaan. Songs van de Beatles in bluegrassstijl slaan nergens op, al is het wel geprobeerd. Er zitten zeker bluegrasselementen in wat ik speel, vooral de intensiteit en soms de thema’s. Maar ik heb niet de hoge tenorstem die daarvoor nodig is, om maar wat te noemen. Ik luister veel naar Bill Monroe, de bedenker van het genre, maar beperk me liever tot wat ik het beste kan.”

Hoe gaat het met uw gezondheid? U lijkt me zo fit als een hoentje. Hoe zorgt u voor die saamhorigheid tussen lichaam en geest?

“Dat is de grote vraag, nietwaar? Hoe speelt iemand dat klaar? Je lichaam en geest gaan hand in hand, er moet een soort akkoord zijn tussen die twee, tussen geest en stof. Hoe je daar één geheel van maakt, geen idee. Ik probeer gewoon in een rechte lijn te gaan en daar zo min mogelijk van af te wijken.”

© The New York Times, Douglas BrinkleyVertaling René ter Steege.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden