PlusInterview

Blokfluitmeester Erik Bosgraaf: ‘Geluk zoeken heeft in deze tijd iets rusteloos’

Met zijn nieuwe cd Le Plaintif heeft blokfluitist Erik Bosgraaf met het ensemble Cordevento iets nieuws gemaakt: een Barok-conceptalbum over deze tijd.

Erik Bosgraaf: ‘Het is ­inderdaad iets anders dan exuberante partymuziek, maar dat doen we dan een volgende keer!’ Beeld Paul en Menno de Nooijer
Erik Bosgraaf: ‘Het is ­inderdaad iets anders dan exuberante partymuziek, maar dat doen we dan een volgende keer!’Beeld Paul en Menno de Nooijer

Erik Bosgraaf, internationaal vermaard meester op de blokfluit, heeft met zijn ensemble Cordevento iets gemaakt wat nog niet bestond: een conceptalbum met barokmuziek. Een zinvolle samenhang van droevige stukken voor droevige tijden, die, o mooie paradox, een troostende arm om de luisteraar heen legt.

“Normaal neem je een cd op met werken van een bepaalde componist,” zegt Bosgraaf aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Keulen, “maar wij maakten een mooi boeket van verschillende stukken uit de zeventiende en achttiende eeuw. We wilden een donkere, lage, velvetty klank en daar hebben we de stukken bij gezocht; werken van Marin Marais, Jacques Hotteterre en Michel Pignolet de Montéclair. Montéclairs Plainte speel ik op basblokfluit. Dat is een enigszins enigmatisch instrument, omdat niemand precies weet hoe ze het destijds gebruikten. Was het een onderdeel van de continuogroep, van de ­begeleiding? Mijn duit in het zakje is dat ik laat horen dat je er ook sololijnen op kunt spelen. Die basblokfluit, te horen in de videoclip die we hebben gemaakt, past qua lengte ook erg bij mij. Ik ben niet de allerkleinste – als ik op een sopraninoblokfluit speel, lijkt het toch net alsof ik in mijn neus sta te peuteren.”

De coronatijd heeft Bosgraaf, zoals alle musici, niet ongemoeid gelaten. “Ik verviel aanvankelijk in een oblomoviaanse lethargie. Misschien had ik die rust nodig. Musici zijn gewend van doel naar doel te werken en als dat ontbreekt, zijn we onze oriëntatie kwijt. Ik heb iets van vijftig concerten moeten annuleren. Er zit momenteel financieel weinig vlees op de botten. Ik had dit seizoen veel concerten in andere werelddelen. Hongkong, Japan, Taiwan, Zuid-Afrika, Amerika, Colombia, Rusland. Die glamoureuze optredens gingen allemaal niet door. In plaats daarvan speelde ik bijvoorbeeld in een middeleeuws kerkje in Friesland. En eigenlijk was dat heel erg leuk. Je zou bijna zeggen: het nieuwe internationaal is regionaal. Je kunt je ook af­vragen of het wel houdbaar is dat we zo veel ­vliegen. Toch ontkom ik er nauwelijks aan, want mijn instrument is toch een niche en je moet dan naar het buitenland, want het aantal concerten dat je alleen in Nederland kunt geven is niet oneindig.”

Corona als correctie

Bosgraaf heeft de eerste weken van de crisis ­weinig gedaan. Daarna werd hij hyperactief. “Zo kwam ik op de plainte, een klaagzang, een ­zeventiende-eeuwse Franse variant van het ­lamento of de ­pianto – denk aan Monteverdi’s Lamento di ­Arianna of Pianto della Madonna. De stukken hadden we al vóór de coronacrisis opgenomen, maar ze zijn toch een uitdrukking van de tijd geworden.”

“We definiëren geluk als een opeenstapeling van zo veel mogelijk geluksmomenten op een dag, maar dat is niet zoals ze er in de zeventiende eeuw over dachten. Destijds werd de staat van melancholie juist als zeer prettig ervaren, terwijl die nu bijna gemedicaliseerd wordt en je meteen aan depressie of minstens winterblues denkt. Geluk zoeken in de huidige tijd heeft daardoor iets rusteloos; bijna hysterisch. In die zin is deze coronaperiode daarop een correctie, al is er natuurlijk ook veel treurigs uit voortgekomen. Mij geeft het veel voldoening en geluk om deze melancholische muziek te spelen. Veel van mijn favoriete stukken zijn melancholisch van aard. Vrolijkheid heeft minder diepte, lijkt het. Intrigerend is overigens dat veel droevige stukken in majeur staan. Denk ook aan het begin van Bachs begrafeniscantate Actus Tragicus: F groot. Heel gek. Maar het gaat om de berusting. Le Plaintif is daarom geen zwartgallige cd geworden. Waarom luisteren mensen überhaupt naar treurige muziek of kijken ze naar tragische films? Omdat ze zich daarmee verbonden voelen en zich er in herkennen.”

Camembert

Op Le Plaintif spelen de musici met een lage stemtoon van 392 hertz (in plaats van 440), die in Frankrijk gebruikelijk was. Ze combineren die met een middentoonsstemming waarin de contrasten tussen hele en halve toonsafstanden versterkt worden en dus de expressie wordt vergroot.

“Bij een conceptalbum is de volgorde van de stukken en daarmee de opbouw heel erg belangrijk. Dan kijk je naar toonsoortkarakteristieken. Of dat voor de gemiddelde luisteraar te merken is? Jazeker! Misschien heeft hij er niet onmiddellijk de woorden voor, maar het is als met ­camembert eten. Je proeft het meteen als de kaas een diepere smaak heeft. Een kenner heeft daar dan woorden voor, maar ook als je die niet hebt, registreer je wat er gebeurt.”

Van de 24 stukken op de cd staan er 22 in een mineurtoonsoort. “Als de componisten hun werk goed hebben gedaan, is dat niet alleen maar zwartgallig, maar ook hoopvol. Het is ­inderdaad iets anders dan exuberante partymuziek, maar dat doen we dan een volgende keer!”

Le Plaintif: Cordevento (Erik Bosgraaf, Izhar Elias, Israel Golani, Alessandro Pianu, Robert Smith), ­Doleful Music of the French Grand Siècle (Brilliant Classics).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden