Plus Film

Birth of the Cool bevestigt met klem: Miles Davis was een grootheid

Dat Miles Davis een zeldzame grootheid was is bekend, maar in de documentaire Birth of the Cool wordt het nog eens bevestigd. 

Miles Davis: personificatie van cool. Beeld Piece of Magic

In 1956 werd bij Miles Davis een goedaardig gezwel aan zijn strottenhoofd verwijderd. Het was de bedoeling dat hij na de operatie een paar weken niet zou praten. Hij hield het een week vol. Het gevolg was dat hij voor de rest van zijn leven een heel rasperige, hese stem had. In Birth of the Cool doet bijna iedereen die in de documentaire aan het woord komt die opvallende stem na. En dan liefst in zinnen waarin nogal eens het woord motherfucker voorkomt, want de trompettist was ondanks een keurige middleclassachtergrond heel grof in de mond.

Niemand die zo dicht in de buurt van het stemgeluid van Miles Davis komt als acteur Carl Lumbly. Hij spreekt in Birth of the Cool de verbindende teksten, die zijn ontleend aan Miles Davis’ autobiografie Miles. Het werkt. Je hebt als kijker het idee te worden toegesproken door de echte Miles Davis. Zijn stem, althans de imitatie daarvan door Lumbly, brengt ook enige rust in een verder wel heel drukke documentaire.

Miles Davis verlegde meerdere keren eigenhandig de koers van de jazzmuziek en leidde daarnaast een heel turbulent privéleven. Zie dat alles maar eens in een documentaire van twee uur te proppen. Regisseur Stanley Nelson, gespecialiseerd in films over de zwarte experience, is erin geslaagd, maar erg snel gaat in de ­documentaire alles wel.

Geïnterviewden praten in soundbites, filmbeelden van onder meer concerten duren maar heel kort en foto’s blijven een fractie van een seconde in beeld (de liefhebber herkent evengoed een door Ed van der Elsken in de jaren vijftig in het Amsterdamse Concertgebouw ­gemaakte foto). Fascinerend is het bombardement van beelden en klanken zeker. Miles Davis was een zeldzame grootheid, we wisten het, maar zien het nog eens nadrukkelijk bevestigd.

Een hagiografie is Birth of the Cool evenwel niet. De ­fabuleuze trompettist had ook zijn duistere kanten, die zich uitten in zijn overmatige gebruik van drank en drugs en vooral zijn omgang met vrouwen. Miles Davis’ eerste echtgenote Frances Taylor was een succesvol danseres, maar hij eiste dat zij haar carrière opgaf voor hem. En toen ze zich eens liet ontvallen dat ze Quincy Jones een knappe man vond, sloeg Davis haar bont en blauw.

Jones komt ook aan het woord in Birth of the Cool. Zoals alle muzikanten in de documentaire is hij uiterst lovend. Drummer Lenny White zegt dat zij niet alleen graag met Miles Davis wilden spelen, maar dat ze ook allemaal Miles Davis wilden zijn. Hij was de personificatie van cool: de mooiste vrouwen vielen voor hem, hij ging altijd hip ­gekleed en scheurde rond in Lamborghini’s en Ferrari’s. Een zwarte superman wordt hij in de documentaire ­genoemd.

De mooiste prater in Birth of the Cool is Herbie Hancock, de pianist die door Miles Davis al op jonge leeftijd werd ­ingelijfd. Hancock vergelijkt het elegante trompetspel van zijn voormalige ‘baas’ met een steentje dat over het water ketst, de golven maar nauwelijks rakend.

Lees ook ons interview met regisseur Stanley Nelson: ‘Er klonk bij ons thuis altijd muziek en vaak was die van Miles.’

Miles Davis: Birth of the Cool

Regie Stanley Nelson
Te zien in De Balie, FC Hyena, Filmhallen, Kriterion, Lab111, De Melkweg, Rialto, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden