PlusBoekrecensie

Biografie van dubbelspion vol ingrediënten uit de KGB-keuken

De KGB’er Oleg Gordievsky was eerst gestationeerd in Denemarken, maar begon te twijfelen aan het Sovjetsysteem en besloot zich door de Britse geheime dienst te laten rekruteren. De Britse historicus en journalist Ben Macintyre ontrafelt in De spion en de verrader het ongelooflijke verhaal van deze dubbelspion middenin de Koude Oorlog.

Oud-spion Oleg Gordievsky in 1997. Beeld Shawn Baldwin

Via een ingewikkeld systeem met geheime adressen, ‘schampcontacten’ en kledingcodes kon hij documenten uit de Russische ambassade in Kopenhagen aan Britse geheim agenten doorspelen. De informatie was gevoelig en explosief, maar er moest wel aan gesleuteld worden, zodat de Russen niet in de gaten kregen dat er een verrader in hun midden was.

Macintyre heeft met elke MI6’er die bij deze dubbelspion betrokken was, kunnen spreken, evenals met de inmiddels 81-jarige Gordievsky zelf. Dat levert zelfs nu nog informatie op die in Engeland tot groot tumult heeft geleid, onder meer de mededeling dat de latere Labourleider Michael Foot zich graag liet betalen om Russische propaganda in Britse kranten te verspreiden.

Gordievsky heeft al eerder iets in die richting beweerd in zijn memoires uit 1995, maar hij gaat in zijn mededelingen aan Macintyre nog een stap verder door te onthullen dat MI6 de koningin op de hoogte wilde stellen van Foots KGB-verleden als hij de verkiezingen van 1983 zou winnen en daarmee kans op het premierschap maakte.

Plastic boodschappentas

Gordievsky werd weer teruggeroepen naar Moskou. Met MI6 sprak hij een radiostilte af. Mocht hij in gevaar komen en hulp nodig hebben, dan kon hij op dinsdagavond ergens in Moskou met een plastic boodschappentas van warenhuis Safeway voor een bakkerij gaan staan; ten teken dat hij opgemerkt was, zou een Britse geheim agent hem tegemoet lopen terwijl hij een Mars at. Hij maakte er geen gebruik van.

Drie jaar lang deed hij braaf zijn werk in Moskou (de Britse geheim agenten ook door drie jaar lang elke dinsdagavond op een signaal te wachten dat nooit kwam) en leerde ondertussen goed Engels spreken. Tot zijn eigen verbazing werd hij vervolgens uitgezonden naar Engeland. Het KGB-bureau in Londen, gevestigd in de Russische ambassade, was een van de ‘meest paranoïde plekken op aarde’. Elektrische typemachines waren er verboden vanwege de angst dat het geluid van de toetsaanslag zou worden afgeluisterd en ontcijferd.

Dit boek staat barstensvol ingrediënten uit de KGB-keuken, van het soort waarvan je denkt dat ze alleen in B-films worden gebruikt: een sinaasappelschil onder een bankje in het park betekent: ik ben in gevaar; een gebogen spijker in een openbare wc achterlaten is een signaal dat ergens geld opgehaald kan worden en het achterlaten van een bierdopje is in de wereld van de spionage een signaal voor ‘boodschap ontvangen’. Een spion die bereid was over te lopen, moest een punaise prikken in de rechter trapleuning bovenaan perron 3 op metrostation Piccadilly Circus.

Toen Gordievsky vanuit een Londense telefooncel, na ruim drie jaar, weer contact opnam met MI6, begon een spionageverhaal dat zijn weerga niet kent. Gordievsky kwam elke week met een paar Britse geheim agenten bij elkaar in een safehouse, steeds met een karrenvracht aan informatie die zo bruikbaar was dat ook de CIA daarover werd ingelicht, zonder te zeggen wie hun spion was. Zo wisten ze dat de Russen ervan uitgingen dat Amerika een kernoorlog aan het voorbereiden was. Vooral toen KGB-baas Joeri Andropov de opvolger werd van ­Leonid Brezjnev als Sovjetleider, was alle spionage op die krankzinnige aanname gericht.

Margaret Thatcher en Ronald Reagan waren dolenthousiast over hun dubbelagent, van wie Reagan niet wist wie het was. Zozeer dat MI6 op een slimme manier Russische diplomaten begon uit te zetten als ‘ongewenste vreemdeling’, zodat Gordievsky vanzelf de hoogste man van de KGB in Londen werd.

Bloedstollend spannend

De CIA ergerde zich steeds meer aan het feit dat ze niet wisten wie toch die geheime overloper was. Die ergernis maakte uiteindelijk een einde aan Gordievsky’s gevaarlijke spel. De Amerikanen zetten een team op de zaak en kwamen achter de identiteit van de bron. ‘De Britten dachten dat zij iets wisten wat de Amerikanen niet wisten, maar nu wist de CIA iets waarvan MI6 niet wist dat zij het wisten.’

Tegelijkertijd liep een CIA-spion over naar de Russen en ‘verkocht’ Gordievsky aan Moskou. Vanaf hier is dit boek bloedstollend spannend. Gordievsky wordt in Moskou ontboden en begrijpt al snel dat zijn spel uit is. Hij verkeert in levensgevaar. Margaret Thatcher geeft persoonlijk toestemming voor een bizar, maar wel succesvol ontsnappingsplan, waarbij voor het eerst in de geschiedenis een KGB’er door MI6 van Rusland naar Engeland werd gesmokkeld.

Ergens in het zuidoosten van het Verenigd Koninkrijk staat een onopvallend huis waar een man woont die zelden buiten komt. Hij leeft onder een Britse naam, maar in werkelijkheid is hij Oleg Gordievsky, wiens leven nu vereeuwigd is in dit geweldige boek.

Ben macintyre De spion en de verrader Vertaling Marieke van Muijden, Boekerij, €19,99 412 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden