PlusVoorpublicatie

Biografie over schrijfster en danseres Dola de Jong: ‘Haar familie vond dat ze overdreef. Zoals ze altijd overdreef’

Na Een knipperend ogenblik, portret van Remco Campert, komt auteur Mirjam van Hengel nu met de biografie van de Joodse schrijfster en danseres Dola de Jong (1911-2003). Ze zag het naderende gevaar van een Duitse invasie en vertrok in april 1940 uit Amsterdam om na een verblijf in Marokko door te reizen naar New York. Een voorpublicatie.

Mirjam van Hengel
Dola de Jong in Amsterdam, circa 1935. Beeld privéarchief Dola de Jong
Dola de Jong in Amsterdam, circa 1935.Beeld privéarchief Dola de Jong

Dan maar alleen, heeft ze gedacht. Haar trein vertrok heel vroeg in de ochtend, vanaf het Amsterdamse Centraal Station. Ze had onheus diep geslapen en was verbouwereerd wakker geworden van de wekker. Het was nog donker, de kamer een vreemd leeg koninkrijk waaruit net iedereen vertrokken was.

Ze was op haar blote voeten naar het raam gelopen. Terwijl ze de gordijnen opentrok doofde net de straatlantaarn aan de overkant en nam het witte ochtendlicht het over. Ze deed haar nachthemd uit, liep naar de kast en bekeek zich zelf in de spiegel: een strak gezicht boven het strakke, pezige lichaam. Een bruikbaar voertuig. Ze dronk een slok water, borstelde haar haar. Het nachthemd, de warmte er nog in, bij de andere kleren in de koffer, slot dicht. Rechtop, aankleden. Plotselinge schrik bij de aanblik van haar beslapen bed: hoe liet je zoiets achter? Wie zou hier straks als eerste komen, welke mededelingen zou het huis doen over haar?

Ze keek naar het restant van haar boeken, naar de linnenkast, de schrijfmachine, de stapel papieren en knipsels op de plank naast het bureau. Streek met haar hand over de stoel erachter, de ronde boog van de rugleuning. Er zat een haaltje in de stugge wol van de zitting, ze haakte haar vinger erin, heel even wankel. Ze vermande zich. Jas aan.

Eén koffer mee

Met haar bagage ging ze de trap af, opende en sloot de deur, gooide de sleutel door de brievenbus en draaide zich om. De straat uit, linksaf en door naar de halte op het Roelof Hartplein. Bij Het Nieuwe Huis in de oksel van de trambaan was de dag al begonnen en werden de kachels opgestookt, rook schoot omhoog tegen de bleke lucht. Rammelende karren op weg naar de Albert Cuyp, in de verte het rinkelen van de tram. Ze droeg één koffer, meer niet, en ze was vastberaden.

Wat ze meenam:

de papieren, natuurlijk alle papieren mee. Reisbrieven, referenties, paspoort;

de zekerheid dat ze weg moest;

de andere jas, de getailleerde met de grijze band langs de revers, gemaakt in het atelier van haar vaders firma. (De scheur in de voering waar alleen zij van wist, het zitten aan de keukentafel, zo stil was het in huis, ze dacht dat ze er altijd konden blijven, het garen op de tafel, de lange linten in het ingelegde houten kistje, de schaar, de vingerhoed, het naaldenkokertje en haar moeders zachte stem, kien, oplettend – ze zou geglimlacht hebben om de manier waarop ze nu haar spullen had ingepakt);

de schoentjes, de maillot, een paar krantenstukken toch ook maar;

Henry James’ The Portrait of a Lady, gekregen van een collega-danser;

twee schriften, pennen, adresboek, zestig gulden in het blauwe mapje;

de notities over zijn vaarroute, het nummer van het schip en de naam van de rederij in Tanger;

eten voor de reis, mondjesmaat. Brood, wie dacht aan brood? Op de markt in februari dacht niemand aan brood, aan verjagen dacht men, aan schoonvegen, wegschelden, het was een trap in haar maag geweest, voluit en verhelderend. ‘Ga je weg, vuile jood.’ ‘Ksssj, ksssj.’ ‘Alsof er al niet genoeg zijn van jullie’;

haar eigen boeken. De twee dikke meisjesboeken, het kinderboek en de nieuwste, pas verschenen roman met het citaat van Rilke als motto: ‘Niemand maakt me wijs dat het verhaal van de verloren zoon niet het verhaal is van iemand die de liefde afwijst.’

Verloren dochter

Ja, misschien gedroeg ze zich als de verloren dochter. Ze verliet haar hele familie, van de ene dag op de andere. Maar dat was niet haar wens geweest, niet echt. Ze had oprecht geprobeerd iedereen mee te krijgen: haar vader, haar stiefmoeder, haar broer Hans en haar lievelingsbroer Jan, die net als zij bezig was in Amsterdam een leven op te bouwen ver weg van het Arnhem waar ze waren opgegroeid.

Ze had geprobeerd haar familie de schellen van de ogen te trekken, hen te wijzen op wat in Duitsland aan de gang was, waar bedrijven als het hunne vernietigd werden, boeken als de hare verbrand en gezinnen als dat van hen hadden ingezien hoe de antisemitische erupties toenamen, de haat en de uitsluiting, de nieuwe wetten en de rechteloosheid, waarna ze hun biezen gepakt hadden, deze kant op – familieleden van haar moeder uit Hannover, uit kleine stadjes overal in Duitsland.

Ze had geprobeerd haar vader te laten inzien dat er geen reden was waarom hij ontzien zou worden en Jan verweten dat hij alle kranten las maar niet wilde begrijpen wat overal tussen de regels stond. Ze had, ten slotte, geprobeerd uit te leggen wat haar was overkomen, op de Albert Cuyp. Maar ze vonden dat ze zich niet zo moest opwinden. ‘Mijn familie zei: je bent stapelgek. Ik werd gewoon uitgelachen toen ik zei dat we in Holland geen schijn van kans hadden.’ Haar familie vond dat ze overdreef. Zoals ze altijd overdreef, Dola die nooit eens accepteerde hoe de dingen waren, die altijd zo dwingend en eigenwijs was, zo koppig. Die niet voor niets schrijver was geworden: te veel fantasie.

De hele mikmak

De dag dat schrijfster, redacteur en programmamaker Mirjam van Hengel (55) een column las waarin Dola de Jong had geschreven dat ze een nieuw leven begon en dat ‘de hele vroegere mikmak’ haar geen laars meer kon schelen, wist ze: daar wil ik meer van weten. Ze begon een zoektocht die leidde langs De Jongs vrijzinnige Amsterdamse jaren toen ze danseres wilde worden en begon met schrijven, de vlucht voor Hitler naar Tanger en haar eenzaamheid in de straten van New York. Dorothea Rosalie de Jong (Arnhem, 1911 – Laguna Woods, Californië, 2003) schreef kinderboeken, romans, korte verhalen en reisverhalen voor onder meer De Telegraaf, Het Vaderland, De Groene Amsterdammer en het Algemeen Handelsblad. Haar roman Dans om het hart (1939) over de Amsterdamse danswereld, gebaseerd op haar eigen danscarrière, wordt als haar literaire debuut beschouwd. Het boek is nu heruitgegeven door uitgeverij Cossee met een voorwoord van Van Hengel. In 1947 verscheen En de akker is de wereld over vluchtelingenkinderen in Marokko, een van de eerste romans over de Tweede Wereldoorlog, bekroond met de Prijs van de Stad. In 1954 publiceerde zij De thuiswacht, een roman over liefde tussen twee vrouwen. Ook deze boeken zijn verkrijgbaar bij Cossee. Haar in het Engels geschreven thrillerachtige roman The Whirligig of Time (1964) werd in de Verenigde Staten bekroond met de Edgar Allan Poe Award en door haarzelf in het Nederlands vertaald onder de titel De draaitol van de tijd (1965).

DOLA

Over haar schrijverschap en de hele mikmak
Mirjam van Hengel
De Bezige Bij, €24,99
304 blz.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden