PlusBoekrecensie

Biografie over Jef Last: een nu vergeten schrijver tot leven gewekt

Jef Last in 1930. Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Jef Last in 1930.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Het is nog niet eenvoudig uit te leggen wie Jef Last was. Natuurlijk, hij was bekend als schrijver van romans, gedichten en essays die werden vertaald in het Chinees, Frans, Duits, Engels, Deens, Japans, Russisch, Tsjechisch en Zweeds. Daarnaast had hij ook nog de energie om kinderboeken te schrijven en zich als schilder te ontplooien. Maar vooral, zo blijkt uit de biografie die Rudi Wester onlangs publiceerde, is zijn leven een aaneenschakeling van problemen geweest. Met zijn tomeloze energie en idealisme bleef hij overeind om het onrecht in de wereld bestrijden.

In de stationskiosk kocht de jonge Jef De geest van China, een boek van Henri Borel. Hij dacht dat het een detective was, maar het bleek een filosofisch boek over Confucius te zijn. Hij werd er zo door gegrepen dat hij zich inschreef als student Chinees in Leiden. Idealist als hij was begon het studentenleven hem te beknellen, dus ging hij voortaan ’s avonds colleges volgen om overdag te werken als visser in Katwijk.

In zijn memoires schreef hij zich seksueel aangetrokken te voelen tot de ruwe zeebonken. Van de Chinese wijsgeer Wang Yang-min had hij geleerd dat elke gedachte beproefd moest worden door de daad. Dus niet alleen vanuit socialistische idealen denken aan de arbeider of knappe vissers, maar je werkelijk in visserstenue hijsen en relaties aangaan.

Straatschoffies

Toch trouwde hij uit volle overtuiging met Ida ter Haar, ook zo’n idealist en net als Last geboren in een bourgeoisgezin, hoewel er zo nu en dan een ‘terugval’ was waarin hij een avontuurtje met een havenarbeider had. Met Ida werd hij in Rotterdam aangesteld als ‘vader en moeder’ van een opvanghuis voor straatschoffies. Hier konden zij hun idealisme om minderbedeelden op te voeden tot zelfstandig denkende individuen in daden omzetten.

Maar daar dachten de regenten anders over. Jongens uit arme gezinnen moesten juist leren ‘ondergeschikt’ te zijn en het tweetal werd ontslagen. Daarna vond hij een baantje als ‘film­leider’ bij het Instituut voor Arbeidersontwikkeling, een samenwerkingsverband van de SDAP en het Nederlands Verbond van Vak­verenigingen.

Natuurlijk kreeg Last ruzie met zijn werk­gever, zeker nadat hij zich in 1930 anders dan de partij wél solidair had verklaard met de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs. Hij verliet de partij.

Met zijn roman Zuiderzee, gepubliceerd in 1934, doorbrak Last volgens Wester – na Jacob Israël de Haans Pijpelijntjes (1904) – een taboe in de Nederlandse letteren. Dat is te veel eer. Er zijn in de dertig jaar ervoor vele romans met een homoseksueel thema uitgekomen, bijvoorbeeld Anders uit 1918 van Charley van Heezen. Dat neemt niet weg dat Zuiderzee een dapper boek was, zeker nadat Maxim Gorki vlak daarvoor nog had gezegd: “Roei de homoseksuelen uit en het fascisme is vernietigd.”

Last raakte enthousiast over het communisme en werd lid van de Revolutionair-Socialistische Partij. Ondertussen werkte hij als scenarioschrijver én acteur mee aan de film Branding van Joris Ivens. Geestig is de briefkaart die Last naar een vriend stuurde om een afspraak af te zeggen, ‘want ieder ogenblik kan de revolutie uitbreken en ik kan daarbij niet worden gemist’.

In 1932 maakte hij een lange reis door de Oeral, werd lid van de communistische partij en schreef een lovend boek over zijn verblijf aldaar, Het stalen fundament, zijn enige publicatie waar hij zich later voor schaamde. Ook vocht hij in Spanje tegen Franco. Zijn verblijf aan het front kostte hem wel zijn Nederlandse staatsburgerschap.

André Gide, met wie hij in Rusland had gereisd, bleef een vriend, tot aan diens dood in 1951. Het is ongelooflijk te lezen wie Jef Last, afgezien van Gide, tot zijn netwerk kon rekenen: Albert Camus, André Malraux, Mohammed Hatta, Henriette Roland Holst, Soekarno (Last woonde van 1950 tot 1953 in Indonesië).

Hoewel hij altijd graag naar China wilde, werd hem de toegang geweigerd, tot aan het begin van de jaren zestig toen hij er voor Het Parool een serie artikelen mocht schrijven. Hij was kort daarvoor als zestigjarige aan de universiteit van Hamburg gepromoveerd tot sinoloog. Wat een leven!

Documenten in vuilniszakken

Wester werkte vanaf begin jaren tachtig aan deze biografie. Soms lees je in een noot ‘gesprek in 1985’, een andere keer zien we de curieuze verantwoording: ‘Gekregen van iemand die omstreeks 1973 verschillende documenten van Jef Last aantrof in vuilniszakken die ergens in Amsterdam buiten gezet waren.’

Ook het verhaal over het verzetsverleden blijft in deze biografie vaag. Wester schrijft eerlijk dat ze er met die publicaties van Last tijdens de oorlog niet helemaal uitgekomen is. Ook lijkt ze haar vingers niet te willen branden aan het verhaal dat Jef Last flink heeft meegeschreven aan Wij slaven van Suriname van Anton de Kom.

Desondanks is de biografie van Jef Last een mooi boek waarin het hallucinerend volle leven van een nu vergeten schrijver tot leven is gewekt. Volgens zijn vrouw waren de laatste woorden van haar man: “Het is alsof ik in een grote kathedraal ben.” Rudi Wester heeft deze kathedraal postuum voor hem opgetrokken.

null Beeld

Non-fictie

Rudi Wester
Bestaat er een raarder leven dan het mijne? Jef Last 1898-1972
Prometheus, €34,99
565 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden