PlusBoekrecensie

Biografie: hoe de rusteloze, excentrieke René Descartes de wereld wilde begrijpen

In zijn biografie van René Descartes stelt Hans Dijkhuis de Nederlandse jaren van de filosoof en wiskundige centraal. Dijkhuis schetst een aardig beeld van de rusteloze Descartes als excentriekeling.

Hans Renders
René Descartes in Amsterdam.  Beeld Getty Images
René Descartes in Amsterdam.Beeld Getty Images

René Descartes is bekend vanwege zijn motto cogito, ergo sum, ik denk, dus ik ben. Filosofie was destijds niet alleen nadenken over abstracte vraagstukken, maar omvatte de hele natuurkunde. Descartes’ eerste publicatie ging over geometrie, hij wilde de wereld op wiskundige wijze verklaren. Niet de waarneming zelf was volgens Descartes belangrijk, maar de subjectiviteit ervan. Iedereen neemt anders waar, dus er kan geen universele waarde aan toegekend worden.

Toen hij zich in 1628 definitief in Nederland had gevestigd, studeerde hij aan de universiteit van Franeker, verbleef in Deventer, Egmond-Binnen en Leiden, doceerde aan de universiteiten van Leiden en Utrecht en kreeg een kind met de Amsterdamse huishoudster Helena Jans van der Strom. Descartes schreef in een aantekening dat de verwekking van Francine had plaatsgevonden op 15 oktober 1534, waarschijnlijk zo precies om de indruk te wekken dat hij maar één keer met het dienstmeisje ‘gezondigd’ had.

Meerdere ‘hemelen’

Te midden van de ingewikkelde zaken waar Descartes zich mee bezighield, is het verhaal over zijn dochter al bijna net zo gecompliceerd. Descartes vatte het plan op om Helena een baantje als dienstmeisje te bezorgen in het kosthuis waar hij woonde, zonder dat iemand wist van de relatie. Zelfs zou verborgen moeten blijven dat Francine de dochter van Helena was. Hans Dijkhuis: ‘Het toneelstukje heeft iets weg van een komedie waarin, afgezien van de gastvrouw, niemand is wie hij of zij voorgeeft te zijn.’ Francine stierf op vijfjarige leeftijd.

Descartes was een moedig man. In zijn strijd tegen de traditionele filosofie (Aristoteles) werd hij in de Republiek fel aangevallen door Gijsbert Voet (Voetius) en andere theologen. Zijn overtuiging dat niet de aarde maar de zon het middelpunt van het heelal was, scherpte hij nog aan door te stellen dat er geen middelpunt was omdat er meerdere ‘hemelen’ waren.

Volgens die opvatting is de zon niet het centrum van de wereld maar slechts een van de ontelbare sterren, die elk weer ook ‘zonnen’ kunnen zijn ‘met hun eigen planeten’. Daar is men het nu over eens. Net als Galilei eerder koos Descartes een literaire vorm, de fabel, om zijn kosmologische inzichten te verduidelijken. Uiteindelijk publiceerde hij deze explosieve tekst niet. ‘De reden waarom Descartes de door hem beschreven wereld een fabel noemde was uiteraard dat zij geheel in strijd was met het Bijbelse wereldbeeld.’

Kalf ontleden

Een geestverwant vond hij in Cornelis Drebbel, een vrijdenkende uitvinder uit Alkmaar. Drebbel werkte aan een duikboot, een nieuw mengsel voor buskruit en een windmachine. Je zou verwachten dat Descartes en zijn vrienden vaak met hun neus in de boeken zaten, maar nee. Descartes had niet eens een bibliotheek.

‘Van de meeste boeken is de hele inhoud duidelijk als je een paar regels gelezen en een paar illustraties bekeken hebt. De rest is erbij gedaan om het papier te vullen.’ Toen een bezoeker eens aan Descartes vroeg waar zijn boeken waren, gebaarde hij met een simpel handgebaar naar het kalf dat hij aan het ontleden was.

Naast alle aandacht die Dijkhuis ook heeft voor filosofische en natuurkundige discussies, weet hij een aardig beeld van Descartes als excentriekeling te schetsen. Descartes kwam nooit voor elf uur ’s morgens zijn bed uit. Urenlang lag hij te mijmeren, de perfecte omstandigheid, zo beschreef hij in zijn boek De passies van de ziel om zijn ‘geest open te stellen voor nieuwe invallen’.

Dieren op de maan

Descartes. Zijn Nederlandse jaren is een intrigerend boek. De filosoof Dijkhuis laat een man zien die rusteloos de wereld wilde begrijpen. Dat kon door veel te reizen, de geleerden van zijn tijd te ontmoeten, boeken te schrijven (die hij de laatste twintig jaar van zijn leven niet meer publiceerde) en door zich met uitvinden bezig te houden.

Anders dan Drebbel, was hij niet in staat zelf iets te bouwen. Jarenlang werkte hij aan een plan voor een verbeterde telescoop, zo nauwkeurig dat men zou kunnen vaststellen ‘of er dieren op de Maan zijn’. Zijn vriend Constantijn Huygens stak veel geld in deze telescoopplannen, maar het bleek geldverspilling.

De kapitein van het schip dat Descartes in 1649 voor een bezoek aan de Zweedse koningin naar Stockholm bracht, vertelde later dat hij in Descartes’ hut een doodskistachtige koffer had geopend ‘en dat er toen een meisje met starre blik uit de koffer was gesprongen dat sprak, zong en gebaarde, maar niet de indruk maakte van een levend wezen’. In paniek zou de kapitein de kist overboord gegooid hebben.

Volgens sommigen was dit meisje Descartes’ dochter Francine, die hij na haar vroege dood tot een automaat zou hebben getransformeerd om te bewijzen dat het menselijk lichaam een machine is.

null Beeld

Descartes. Zijn Nederlandse jaren

Hans Dijkhuis
Athenaeum-Polak & Van Gennep
€39,99, 519 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden