PlusBoekrecensie

Biografie Hannah Arendt: ode van een fan aan haar heldin

Het leven van de Joodse Hannah Arendt (1906-1975) is door de oorlog getekend.Beeld Getty Images

Zelden heeft een boek zoveel ­controverse opgeleverd als ­Eichmann in Jeruzalem: de banaliteit van het kwaad, in 1964 gepubliceerd door de oorspronkelijk Duitse Hannah Arendt. Alles omtrent Adolf Eichmann was omgeven met spektakel. Als hooggeplaatste nazifunctionaris was hij een van de hoofd­verantwoordelijken voor de massamoord op Joden. Na de oorlog wist hij te ontvluchten naar Argentinië. In 1960 werd hij door de Israëlische geheime dienst ontvoerd om in Jeruzalem terecht te staan. Eichmann kreeg de strop. Het proces trok wereldwijde aandacht van journalisten, schrijvers en filosofen. Zo was onze eigen Harry Mulisch aanwezig namens Elseviers Weekblad; hij bundelde zijn bevindingen later in het bekende boek De zaak 40/61.

Hannah Arendt was er voor The New Yorker. Haar artikelen – later gebundeld in Eichmann in Jeruzalem – trokken de aandacht omdat zij naar aanleiding van het proces de Holocaust interpreteerde als een banaal bureaucratisch geheel. Banaal omdat de talloze onbetekenende nazibureaucraten die gewillig orders opvolgden, slechts een radertje vormden in een groter geheel.

De Joden werden ‘gedehumaniseerd’, waardoor ze niet meer als mensen werden gezien maar eerder als onkruid in een groenteveld. Daarom, zo concludeerde Arendt, was de moord op zes miljoen joden eerder banaal dan radicaal. Met name de Joodse gemeenschap was woedend over Arendts boek.

De ‘banalisering van het kwaad’ is een staande uitdrukking geworden die te pas en te onpas wordt geciteerd, dat heeft Arendt tot een cultheldin gemaakt. Arendt is als het ware de Frida Kahlo van de filosofie geworden. Steeds weer verschenen nieuwe biografieën van haar. Die uit 1982 van Elisabeth Young-Bruehl gold lange tijd als de beste.

Dat veranderde nadat in 2004 de Britse historicus David Cesarani in zijn biografie beargumenteerde dat Eichmann wel degelijk een ideologisch gedreven antisemiet was die niet alleen maar orders opvolgde, maar werkelijk toegaf aan zijn diepgevoelde haat tegen Joden; daarmee was het debat over de ‘banalisering van het kwaad’ weer geopend. Al is daar in de nieuwe biografie van de Zweedse theoloog en ethicus Ann Heberlein niets van te merken.

Geheime liefdesrelatie

Het leven van de Joodse Hannah Arendt (1906-1975) is door de oorlog getekend. Als student filosofie begon ze een geheime liefdesrelatie met haar getrouwde docent Martin Heidegger, de wereldberoemde filosoof die later nationaalsocialist werd.

Al vroeg in de jaren dertig werd ze door de ­Zionistische Vereinigung für Deutschland gevraagd onderzoek te doen naar anti-Joodse propaganda. Ze werd bij dit werk opgepakt door de Gestapo. Toen ze na acht dagen uit de gevangenis kwam, week ze uit naar Parijs.

Daar kwam ze al snel in contact met Raymond Aron, Walter Benjamin en Albert Camus. Nadat de Duitsers Frankrijk binnenvielen werd ze geïnterneerd, eerst in Parijs en vervolgens in het Zuid-Franse Gurs. Ze wist te ontsnappen en vluchtte met haar man Heinrich via ­Lissabon naar New York.

In 1951 verscheen haar driedelige standaardwerk The Origins of Totalitarianism. Na haar studie over Eichmann werd ze een gerenommeerd hoogleraar in Chicago en daarna in New York. Ondertussen had ze weer een liefdesrelatie met Heidegger. Heinrich wist ervan. Gek genoeg bleef ze met de overtuigde nazi Heidegger tot aan haar dood contact houden.

De filosofische denkbeelden van Arendt gaan verder dan alleen ‘de banaliteit van het kwaad’. Ze heeft veel geschreven over de mogelijkheid en zelfs de noodzaak om als academicus geëngageerd te zijn en Heberlein is daar als biograaf door geïnspireerd.

Lachspieren

De lezer zit tevergeefs te wachten op wat Heberlein te zeggen heeft over de steen die Cesarani in 2004 in de Ahrendtvijver heeft gegooid. Ze negeert de kwestie. Het is in deze recensie niet de plaats om partij te kiezen voor Arendt of Cesarani, maar voor een biografie is dit stilzwijgen wel wat merkwaardig. Als dan ook in het hele boek geen noten zijn gebruikt en Cesarani maar één keer wordt genoemd, en zelfs weggelaten is in de lijst van gebruikte literatuur, maakt dat de biografie er niet beter op.

Heberlein heeft een schoolse manier van vertellen. Alles wordt met grote stappen snel thuis verteld, van Hannahs twee huwelijken naar de gespannen politieke sfeer in Duitsland en haar leven in Parijs. ‘Er wordt gezegd’, ‘Sommige mensen beweren’ en veel meer van dergelijke algemeenheden worden afgewisseld met zinnen die op de lachspieren werken.

Ook helpt het niet om in je voorwoord te schrijven: ‘Hannah Arendt is al jaren een vriendin van me.’ Om Arendt vervolgens het hele boek door met ‘Hannah’ aan te duiden. Wat je als lezer dan vreest, komt uit: tot aan de laatste letter lees je het dweperige verhaal van een fan.

Dit boek heeft niets nieuws opgeleverd. Misschien is dat niet erg, maar om dit boek nu ‘de biografie’ te noemen, is wel wat veel van het goede.

Ann Heberlein, Hanna Arendt, over liefde en kwaad, De biografie, Vertaald door Marika Otte, Spectrum, €26,99 228 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden