PlusAchtergrond

Bijzondere aanwinst voor een prikkie: Museum Tot Zover voegt het Meisje van Maes toe aan collectie

Met de verwerving van een portret van Nicolaes Maes haalde Museum Tot Zover zijn meest spectaculaire collectiestuk binnen. Restauratie legde bovendien toegedekte geheimen bloot.

Het post-mortemportet van een meisje van Maes, aangekocht door Museum Tot Zover.  Beeld Peter Lange
Het post-mortemportet van een meisje van Maes, aangekocht door Museum Tot Zover.Beeld Peter Lange

Collega’s bij het Dordrechts Museum tipten Guus Sluiter over een buitenkansje. Een Zwitsers veilinghuis bood een schilderij aan van Nicolaes Maes, waarschijnlijk een 17de-eeuws post-mortemportret van een kind. Dat zou en mooie aanvulling zijn op de collectie van Museum Tot Zover, waar Sluiter directeur is. “De vraagprijs was absurd laag, maar dat kwam omdat de laatste keer dat het werk geveild werd, in 1993 bij Christie’s in Londen, er geen zekerheid was over de maker,” vertelt Sluiter. “Ik heb er Rudi Ekkart, voormalig directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, en de gespecialiseerde restaurator Jos Deuss naar laten kijken. Zij zagen er meteen een Maes in. Toen durfde ik de gok bij die prijs van 2000 Zwitserse franc (bijna 2200 euro) wel aan.”

De veiling vond online plaats. Sluiter zat zelf achter het scherm in Amsterdam, een collega sloot aan in Eindhoven. Al snel kreeg hij een paniekerig telefoontje. “De biedingsknop werkte niet! Ook bij mij niet. We zagen het schilderij voor 2200 franc naar iemand anders gaan. Ik heb meteen gebeld met het veilinghuis en gevraagd om ons in contact te brengen met de koper, vermoedelijk een handelaar. We stelden een tegenbod voor van 3200 franc, daar zou dan nog 25 procent opgeld bijkomen. Drie uur later kreeg ik een mailtje dat hij akkoord was. Ik moest het een paar keer teruglezen voordat ik het geloofde.”

Lodderige blik

Daarmee waren de verrassingen nog niet voorbij. “Bij de eerste inspectie zag Jos Deuss wat krasjes in het vernis en besloot hij het schilderij schoon te maken. Hij was nog maar net bezig en er floepte een oogje van het gezicht.”

Het geportretteerde kind kwam ter veiling met half geopende ogen, een beetje een lodderige blik. “Zo schilder je doorgaans ogen niet. Misschien had het kind even geleefd en is daarom gekozen voor die halfopen ogen, dachten we eerst. Maar de ogen bleken een toevoeging, vermoedelijk uit de 19de eeuw. Er was in die tijd een levendige kunstmarkt en het gebeurde vaker dat werken werden aangepast om ze verkoopbaarder te maken. Bij dit portret had ook de vernis in het gezicht een warmere, levendige toon gekregen. Met die ingrepen was eigenlijk het hele wezen van het schilderij veranderd.”

Dat Sluiter al eerder vermoedde dat het afgebeelde kind overleden was, komt door de bloemenkrans. “In de 17de eeuw werden gestorven kinderen zo beschermd tegen het kwaad. Het was vooral populair onder katholieken. Strenge calvinisten waren ertegen, maar er waren genoeg minder steile protestanten die geen bezwaar hadden tegen zo’n extra verzekering.”

Wanneer Maes het werk geschilderd heeft, is niet helemaal duidelijk. Het is ook niet makkelijk vast te stellen, aangezien de extreem productieve kunstenaar meer dan achthonderd portretten heeft gemaakt. Sluiter denkt dat het voor 1673 moet zijn geweest, het jaar dat hij vanuit zijn geboortestad Dordrecht verhuisde naar Amsterdam, waar hij als tiener had gestudeerd in de studio van Rembrandt. “De plooival van de rode doek is typerend. Eenmaal in Amsterdam ging Maes nog gladder schilderen, waardoor hij sneller en goedkoper kon werken om de hongerige markt te bedienen.”

“Hij heeft het kind waarschijnlijk in het echt gezien en een schetsje gemaakt van het gezicht. De rest volgde in het atelier. Daardoor lijken de ledematen buiten proporties. Maar men had in die tijd ook de gewoonte om kinderen af te beelden als miniatuurvolwassenen.”

Bij de veiling in 1993 werd het kind geïdentificeerd als jongetje en dat label is blijven plakken. Sluiter heeft daar andere ideeën over. “Jongens werden toen vaak afgebeeld in jurken waardoor het onderscheid moeilijk te maken is,” geeft hij toe. “Maar zo’n medaillon met parel zie je niet vaak bij jongens. En de kraag van de jurk is geplooid als een decolletétje, heel vrouwelijk.”

Net als de overschildering dateert de lijst uit de 19de eeuw. Het abrupte afbreken van het beeld links, waardoor het fonteintje bijna uit zicht verdwijnt, is een indicatie dat het doek is verkleind. “Het bassin is een standaardelement bij Maes,” vertelt Sluiter. “Dat kon je gewoon bestellen, links of rechts van de figuur. Net als het arcadische landschap op de achtergrond.”

Twee vliegen in één klap

Nicolaes Maes is goed vertegenwoordigd in de Collectie Nederland. Het Rijks heeft een paar joekels en ook aan post-mortemportretten is geen gebrek. Toch is dit schilderij volgens Sluiter een grote aanwinst. “Bij andere musea staan post-mortemportretten veelal in depot of hangen ze tussen ander werk van dezelfde schilder. In Museum Tot Zover gaat het om het verhaal achter het schilderij, dat ook wordt verteld door andere collectiestukken zoals post-mortemfoto’s. En dan gaat het ook nog om een werk met hoge kunsthistorische waarde. Twee vliegen in één klap.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden