PlusAchtergrond

Bijmoers Dikkertje Dap groeide uit tot een klassieker

Donderdag is het 25 jaar geleden dat Annie M.G. Schmidt overleed. Voor het Literatuurmuseum in Den Haag schreef Joukje Akveld een digitale rondleiding langs de tekenaars van haar kinderversjes. Hier een fragment: Dikkertje Dap.

De Dikkertje Dap van Noëlle Smit, 2017. Met zebra en koedoe.

Geen Nederlandse schrijver van wie het werk door meer tekenaars is geïllustreerd dan Annie M.G. Schmidt (1911-1995). Tussen tekenaar van het eerste uur Wim Bijmoer en Noëlle Smit, illustrator van recente uitgaven, hebben tientallen tekenaars zich over haar werk gebogen – en dan voornamelijk over de versjes. Wat maakt de kindergedichten zo aantrekkelijk om te illustreren? Volgens Bijmoer lag het aan de hoge kwaliteit van Schmidts werk. “Alles reikte ze je aan, álles zat er al in,” zei hij eens in een interview. “Want ook zonder illustraties zijn de versjes al zó sterk, dat je je als illustrator vaak afvroeg: is die vent nou nog wel nodig?”

Dat laatste vonden degenen die Schmidts werk publiceerden in elk geval van wel. Krantenredacties en uitgevers gingen volmondig voor de combinatie: vers én beeld. Zo waren het niet alleen Schmidts taalmuzikale versjes die zich vanaf begin jaren vijftig vastzetten in hoofd en hart van opgroeiend Nederland, maar ook de verbeelding daarvan.

Neem Dikkertje Dap. Het versje over het ondernemende ventje dat op een ochtend Artis bezoekt is misschien wel het bekendste gedicht uit de Nederlandse kinderliteratuur, in elk geval uit Schmidts oeuvre. Een tikkeltje bevreesd, maar toch vooral dapper benadert hij de giraf met een vraag die op kleuterniveau volkomen logisch klinkt: ‘Mag ik niet eens even bij je / stiekem van je nek afglijen?’

Rode laarsjes (voor de regen)

Het was Wim Bijmoer die het jochie voor het eerst illustreerde in Het Parool, waarin het versje op 3 juni 1950 verscheen. Bijmoer tekende Dikkertje met vette arceerlijnen op een enorme trap, geflankeerd door een realistische giraf in een klassiek Artisdecor. Elf jaar later volgde een kleurenillustratie voor het omslag van de gelijknamige bundel. Daarvoor gebruikte Bijmoer de steunkleuren geel en rood, waarmee zowel de geel gevlekte giraffenhuid als de rode laarsjes (‘voor de regen’) werden benadrukt.

Keukenopstapje

Bijmoers Dikkertje groeide uit tot een klassieker. Pas in 1995 zou een volgende tekenaar zich eraan wagen. In het door Harrie Geelen geïllustreerde prentenboek Beestenboel waren elf dierenversjes van Schmidt bijeengebracht. Dikkertje Dap schopte het opnieuw tot omslagbeeld met een originele uitsnede waarbij je alleen een jongetje ziet op een minitrap (eigenlijk is het met z’n twee treden meer een keukenopstapje) naast een stel giraffenbenen. Geelen penseelde zijn prenten met gouache en voorzag ze stuk voor stuk van een kader, als kleine schilderijtjes. In het binnenwerk werd het vers uitgesmeerd over vijf pagina’s met eenzelfde aantal tekeningen waarbij een opvallend verschil met Bijmoer is dat Dikkertje niet naar het hoogste punt van de giraffennek klimt (dat lukt met zo’n opstapje natuurlijk niet), maar de giraf zich naar het jongetje toebuigt, zodat hij makkelijk kan opstappen.

In Het grote Annie M.G. Schmidt voorleesboek (2005) koos Martijn van der Linden voor weer een andere uitsnede. De tekenaar creëerde zijn gestileerde giraffennek – zonder lijf en kop! – met scraperboard in zwart-wit en de rotvaart waarmee zijn Dikkertje naar beneden suist doet vrezen dat de grond van Artis inderdaad héél erg hard is.

Sieb Posthuma plaatste zijn giraf in Een vijver vol inkt (2011) dan weer in volle omvang. Zittend op een steen kijkt hij met lichte verwondering naar het parmantige mannetje dat vanaf zijn linkervoorpoot zo vrijmoedig tegen hem staat te kletsen – meer minivolwassene dan kleuterkind. Dat Dikkertje al drie letters kan spellen en bijna kan rekenen toonde Posthuma door cijfers en letters vrijelijk in zijn beeld te verwerken.

Een jaar later presenteerde Noëlle Smit haar eerste interpretatie van het versje in Ik sta paf!. Met gouache schiep Smit een giraf die te groot is voor de pagina’s en waarvan consequent een deel ontbreekt. Haar Dikkertje is een kereltje op een eindeloze ladder die tot in de wolken lijkt te reiken. Zijn rode wangen wekken de indruk dat hij danig door de hoogte is geïmponeerd.

Koedoe

In 2017 volgde een tweede Dikkertje Dap van Smits hand: dit keer mocht ze een heel prentenboek aan hem wijden. Op haar uitbundige tekeningen spelen andere Artisbewoners een prominente rol. Dikkertje – nu meer een kleuter – sjouwt zijn trap langs een flamingovijver en een apenrots. Olifanten, zeehonden en leeuwen worden op speelse wijze verwerkt in Dikkertjes opsomming van wat hij allemaal al kan. En de naast de giraf geplaatste zebra en koedoe (vermoedelijk de eerste koedoe in een Nederlands prentenboek) tonen pas echt hóe hoog het dier is langs wiens nek Dikkertje naar beneden wil roetsjen.

Het probleem van de giraf die niet op de pagina past, heeft Smit op het omslag handig omzeild door het dier met zijn kop naar de grond gebogen te tekenen, vergelijkbaar met Geelens prent. De kleine Dikkertje – rode laarsjes, zwarte pet – berijdt hem als een volleerde jockey. 

Dikkertje Dap

Dikkertje Dap klom op de trap
’s morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.
Dag Giraf, zei Dikkertje Dap,
weet je, wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!
’t Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf.

O Giraf, zei Dikkertje Dap,
’k moet je nog veel meer vertellen:
Ik kan al drie letters spellen:
a b c, is dat niet knap?
Ik kan ook al bijna rekenen!
Ik kan mooie poppetjes tekenen!
Lieve deugd, zei de giraf.
Kerel, kerel, ik sta paf.

Zeg, Giraf, zei Dikkertje Dap,
Mag ik niet eens even bij je
stiekem van je nek afglijen?
Zo maar eventjes voor de grap,
denk je dat de grond van Artis
als ik neerkom, heel erg hard is?
Stap maar op, zei de giraf,
stap maar op en glij maar af.

Dikkertje Dap klom van de trap
met een griezelig grote stap.
Op de nek van de giraf
zette Dikkertje Dap zich af,
roetsjj daar gleed hij met een vaart
tot aan ’t kwastje van de staart.
Boem!
Au!!

Dag Giraf, zei Dikkertje Dap.
Morgen kom ik weer hier met de trap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden