Dansers van de Club Guy and Roni’s Poetic Disaster Club.

Plus Vooruitblik

Bij theaterfestival De Parade ligt fomo ook dit jaar weer op de loer

Dansers van de Club Guy and Roni’s Poetic Disaster Club. Beeld Lex Vesseur en Jelmer Buitenga

Geen eikenprocessierups te bekennen in het Martin Luther Kingpark en de hittegolf is nu ook wel voorbij. Ideale omstandigheden voor het rondreizend theaterfestival De Parade. Vanaf vrijdag is er weer een breed aanbod aan eten en drinken én meer dan zeventig theater-, dans- , mime- en muziekvoorstellingen.

Fomo (fear of missing out) ligt op de Parade op de loer. Laat het los: je kunt niet alles mee­maken, maar met een voorstellingslengte van gemiddeld een halfuur pik je toch zo vier tot vijf verschillende producties op een avond mee.

Zeker als je de voorstelling Voicemail mono­logen van acteur Bert Hana selecteert. Daar sta je na een klein kwartier alweer buiten. In misschien wel de kleinste tent weet hij een broeierig sfeertje op te roepen met niet veel meer dan een bakelieten telefoon met draaischijf, een donkere pruik die hem op Bob Ross doet lijken en een voicemailbericht van het meisje met wie hij ooit op school een bijzondere fysieke relatie had. Het is een verhaaltje van niks, maar de stukjes rode biet met ketchup die hij daarna in sneltreinvaart naar binnen werkt, verliezen er wel hun onschuld door. Griezelig en geestig.

Publiek aan het werk

Van deze eenmansvoorstelling door naar de onewomanshow van Nora Ramakers. Onder de vleugels van Het Nationale Theater werkte ze samen met Anna Luka da Silva Songs in ­Languages I don’t Understand uit tot een merkwaardige maar fascinerende performance. Ramakers doet denken aan Edith Piaf als ze ietwat wankel op de benen een chanson aanheft.

De drank heeft duidelijk al rijkelijk gevloeid en veel hoger dan dit afbladderende zaaltje zal de carrière van deze zangeres met besmeurde tule kraag en leeg martiniglas niet meer reiken, maar ze houdt onze aandacht moeiteloos vast. Haar gepassioneerde onderonsje met de grootste praatjesmaker uit het publiek is heerlijk ­gênant en ongemakkelijk. Een uiterst spannend halfuurtje door deze jonge makers.

Aanmerkelijk lichter gaat het er bij de al wat oudere Sandra’s aan toe. Met die naam hebben Erik Brey, Alfred van den Heuvel en Haye van der Heyden zich voor De Parade getooid. Waarom, dat werd mij niet duidelijk. Speed Singing heet hun voorstelling en dat is het ook. Zestig Nederlandse liedjes worden er in verschil-

lende chronologische rijtjes razendsnel doorheen ­gejast, teruggebracht tot die ene bekende regel. Van Max van Praag (Het meisje van de zang­vereniging) tot Frans Bauer (Heb je even voor mij) en weer terug. Adequaat muzikaal ­begeleid door Brey op keyboard. Een staalkaart van een rijk repertoire biedt Speed Singing, hier en daar met wat flauwe tekstanalyse verluchtigd. Vrij inwisselbaar, maar het zingt lekker mee.

Ook Nederlandstalig werk bij het Clean Pete Journaal van tweelingzussen Loes en Renée Wijnhoven. Ze begeleiden hun lieflijke maar ook soms venijnige tweestemmig liedjes (Ik wil bijna iedereen maar jou toevallig niet) op cello en (bas)gitaar en daartussen zetten ze vooral het publiek aan het werk. Is er toevallig iemand kunstenaar? Die krijgt twee nummers de tijd om de zussen te portretteren en een muzikale bezoeker mag de baslijn spelen bij weer een ander nummer. Het format van een ‘journaal­uitzending’ wordt na het aftellen en ‘stilte opname’ wel heel snel losgelaten, maar daar krijg je een afwisselend half­uur voor terug.

Tot het gaatje

De meeste energie krijg je zonder meer van de zeven dansers van Club Guy and Roni’s Poetic Disaster Club. Jonge makers die tot het gaatje gaan, en die op De Parade een prachtig podium krijgen. De drie jongens en vier meiden sparen elkaar en zichzelf bepaald niet en gaan hun voorstelling met ongekende energie te lijf op een rechthoekig vlak waar we van vier kanten op uitkijken.

De titel Carry/jump/catch dekt volledig de ­lading. Ze sjouwen elkaar eerst als zakken meel over het speelvlak en tonen zich ten slotte kwetsbaar door zich blind van een verhoging te laten vallen. Voortdurend lijken ze door het maken van oogcontact ons bij hun performance te willen betrekken, medeplichtig te maken. Dat lukt. Het applaus is ontladend als een frisse onweersbui, maar buiten is het gelukkig nog droog. Op naar de rosé.

De Parade
Gezien
28/7, Moreelsepark, Utrecht
Te zien in Martin Luther Kingpark, 9 t/m 25 augustus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden