Bij Ischa Meijer was voor altijd iets kapot

Ischa Meijer kon het allemaal: schrijven, interviewen, acteren, zingen. Hij verrijkte het Nederlandse journalistieke landschap van de jaren tachtig en negentig. Totdat hij op zijn 52ste verjaardag, 14 februari 1995, overleed en alles plotseling stopte. Wat is zijn erfenis, twintig jaar na zijn dood?

Beeld Berry Stokvis

Nog altijd wordt hij geroemd als de beste interviewer van Nederland. Ischa Meijer - op de foto hiernaast in 1980 en morgen precies twintig jaar dood - liet vriend noch ­vijand onberoerd. Vaak werd hij geprezen om zijn talent ontboezemingen te ontlokken aan geïnterviewden of 'slachtoffers', zoals hij zijn gasten noemde.

Ischa wordt door velen nog steeds op handen gedragen. Studenten journalistiek krijgen hem nog altijd als toonbeeld voorgeschoteld van wat écht interviewen is. En er blijft materiaal over hem verschijnen. Een radiodocumentaire, een tv-documentaire, zijn hele archief werd gedigitaliseerd, journalist Gijs Groenteman schreef een boek over hem, Ischa's dochter Jessica deed dat twee jaar geleden nog.

Spraakmakend was zijn gesprek met Mart Smeets, waarin Smeets de NOS-leiding voor rotte vis uitmaakte en dat bijna met zijn ontslag moest bekopen. Ontroerend was zijn interview met Annie M.G. Schmidt, uitgeroepen tot het beste Nederlandse interview van de vorige eeuw, die zonder schroom vertelde over haar abortus en haar bestaan als 'een met mos bedekte boom' in de jaren dat zij bibliothecaresse was.

Regelmatig begon hij een vraaggesprek met de zin 'vertel maar, pappie mammie, problemen'. Want dat was waar het hem écht om ging: het hart. Velen speculeerden over de herkomst van deze obsessie. Kwam het door de psychoanalyse die hij volgde bij de bekende Amsterdamse psychiater Louis Tas? Was het de oorlog? Zijn eeuwigdurende strijd met zijn vader, de historicus Jaap Meijer?

Kapot
Voor Ischa, product van een weinig harmonieuze jeugd en geteisterd door oorlogstrauma's, was elke jeugd ongelukkig en waren alle ouder-kindrelaties verknipt. Een normaal functionerend gezin kon hij zich niet voorstellen. Omdat hij in zijn interviews keer op keer op deze thema's uitkwam, verweten zijn critici hem egomanie - na afloop van een interview vroeg hij steevast 'Hoe was ik?' Hij zou aan zelfanalyse doen tijdens de gesprekken, een man zijn van één thema.

Mensen waren vaak bang door hem te worden geïnterviewd; angstig ten prooi te vallen aan zijn niets ontziende, onberekenbare benadering. Maar tegelijkertijd hoorde je er niet bij als je nooit door hem was ondervraagd. Job Meijer, Ischa's broer, vertelde in een in 2005 gemaakte documentaire over Ischa's leven, Ik hou van mij, over de achtergrond van zijn scherpe inzichten.

Volgens Job wist Ischa vrijwel onmiddellijk wanneer iemand loog of de waarheid probeerde te verdonkeremanen. Dat kende hij immers van thuis, waar meer niet dan wel gezegd werd. Ook Ischa's kwaadaardige, destructieve kant belichtte hij in zijn documentaire. Ischa kreeg wel eens een speelgoedje van zijn vader. Puur om hem te stangen maakte hij dat speeltje vervolgens kapot voor zijn vaders ogen en hield het dan triomfantelijk omhoog. Het moest kapot, het mocht niet heel blijven. Hij was tenslotte ook niet gespaard.

Zielenpijn
Ischa Meijer werd midden in de oorlog, in 1943, geboren als Israël Chaim (wat volgens Ischa zoveel betekende als 'hup Israël'). Hij overleefde het kamp Bergen-Belsen en dat oorlogsverleden bleef karakteristiek voor zijn werk. Ischa duidde de naoorlogse taboes en trauma's als geen ander.

Gedreven door zielenpijn durfde hij het aan te spreken over 'de hiërarchie van het leed. 'Wie in een kamp had gezeten kon zich tot de leedadel rekenen, welke kaste natuurlijk eigen rangen en standen kende. Belsen kon niet op tegen Sobibor en op de een of andere mysterieuze wijze stond Auschwitz bovenaan het lijstje als onbetwiste winnaar van deze competitie. Degenen die in Theresienstadt hadden gezeten telden helemáál niet mee. Stonden onder de onderduikers, waren op de keper beschouwd eigenlijk fout geweest,' schreef hij in de sketch Leerkracht.

'Een jongetje dat alles goed zou maken': die regel uit zijn beroemde gedicht Victorieplein markeert ook pijnlijk de verwachting die zijn ouders van hem in het gezin hadden, maar die hij nooit zou kunnen vervullen. In 1974 rekende hij af met zijn jeugd, en zijn moeder in het bijzonder, in het boek Brief aan mijn moeder. Het motto van het boek, uit een gedicht van Vasalis, spreekt boekdelen: 'En niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn.'

Vooringenomen
Uit het eerste deel van de dubbelbiografie Jaap en Ischa Meijer die historica Evelien Gans schreef in 2007, blijkt Ischa's vroege journalistieke interesse als maker van de schoolkrant. Een studie rechten brak hij af om eerst voor De Nieuwe Linie en later Haagse Post, Het Parool, Nieuwe Revu en Vrij Nederland te gaan werken. Hij viel in zijn stukken op door zijn vileine tong en deinsde er niet voor terug mensen op hun nummer te zetten.

Niet alleen was hij fel over of tegen zijn lijdend voorwerp, hij kon behoorlijk vooringenomen zijn. De antwoorden leek hij al te kennen en het was alleen maar lastig dat hij die niet zelf kon geven. Uit een interview met het Algemeen Dagblad, op 27 december 1988: 'Ik vind het eigenlijk heel vervelend dat er bij een interview een ander aanwezig is die nog eigen gedachten heeft en ook dingen zegt. Het liefst zou ik tegen die persoon willen zeggen: Ik interview, maar blijft u maar lekker thuis. Ik zeg het allemaal voor u en heus, ik zorg dat u er heel mooi en goed uitkomt.'

Heel mooi en goed was niet altijd waar, maar dat maakte die interviews juist zo spannend, ze schurkten ook geregeld tegen amusement aan; infotainment. Hij excelleerde in de VPRO-radioprogramma's die hij vanaf de jaren tachtig maakte: Een uur Ischa en later Een dik uur Ischa.

RTL5
Tussen aanhalingstekens en met het weglaten van zijn eigen vragen liet hij de geïnterviewden spreken in monoloogvorm. Vanaf 1991 schreef hij De Dikke Man, een column in Het Parool waarin hij zijn dagelijkse bezigheden optekende en mede kleur gaf aan de hoofdstad.

Na een kortstondig televisiebestaan bij de NOS, en later de RVU, maakte hij in 1993 de onverwachte overstap naar het commerciële RTL5 van Joop van den Ende, een veelbesproken beslissing. Daar presenteerde hij als eerste in Nederland, en naar Amerikaans model, een latenighttalkshow. Ondanks de tegenvallende kijkcijfers hield Van den Ende vertrouwen in I.S.C.H.A. en gaf hij hem zelfs dagelijkse zendtijd.

Gijs Groenteman schreef een boek over Ischa, zijn werk bleef herdrukt en voorgeschreven worden aan studenten journalistiek. Ischa was hot; dít was en is hoe je moest interviewen. Scherp, erudiet, goed voorbereid.

Gemis
Voorgesprekken deed Meijer af als 'een hap lucht' en ook blaadjes met vragen naast de interviewer waren uit den boze: 'Zo kun je niet luisteren.' Nu is er nauwelijks nog een journalistiek programma denkbaar zónder.

De originaliteit die in een gesprek zonder voorgesprek ontstaat, wordt nu weggekaapt door veelal voorbesproken vragen - om maar te zwijgen over vaak dezelfde gasten. Als de naam Ischa Meijer klinkt, klinkt vaak het woord gemis. Voor zijn geschreven interviews dook hij soms weken in iemands leven. Hij las alles wat los en vast zat over zijn slachtoffer.

Misschien was het wel zijn liefde voor de letteren die hem samenbracht met Connie Palmen, die over hun liefdesrelatie beklemmend schreef in haar boek I.M.. Eerdere relaties - er waren velen - verliepen moeizaam.

Jessica
Hij liet de moeder van zijn dochter Jessica in de steek toen zij zwanger was. Jessica schreef over haar jeugd en vader het boek Een blik Jodenkoeken, dat in 2013 verscheen.

Bij Connie Palmen leek hij een vorm van rust te hebben gevonden in zijn nooit aflatende zoektocht naar een thuis, na een familie die hem had verstoten en uit huis had gezet. Soep op het vuur / is / als / een goede vriend in huis. / Extra lekkere soep / is / als nieuwe familie, dichtte hij, zoals De Dikke Man wel vaker dichtte.

Hun liefde kwam abrupt ten einde toen net een week na de afronding van het testament van Ischa's ouders, Ischa kwam te overlijden, onderweg naar zijn vertrouwde koffiehuis. Amsterdam moest het voortaan zonder Dikke Man doen. Fysiek dan, want hij is er nog altijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden