Recensie

Bij de eclectische musical 'Moeder, ik wil bij de revue' valt veel te lachen (****)

Beeld Roy Beusker

De molentjes op de Delfts blauwe borden die in de openingsscène op grote ledschermen worden geprojecteerd, vangen in één beeld alles waar 'Moeder, ik wil bij de revue' voor staat: het oer-Hollandse, de nostalgie, maar ook de innovatieve middelen die zijn ingezet om van Joop van den Endes nieuwste musical een spektakel te maken. Technisch is het allemaal zeer vernuftig: de wieken van de molens draaien echt.

De succesvolle tv-serie 'Moeder, ik wil bij de revue' is voor de theaterproductie afgepeld en opnieuw opgetuigd. Zo moet de zoon van een Limburgse kolenboer, die droomt van een carrière bij de revue, zijn hoofdrol op toneel delen met een variétéduo op leeftijd: Simone Kleinsma en Jon van Eerd als bekvechtende broer en zus.

Wezenlijker is de verrassende, postmoderne vorm die als een mal over het verhaal is geschoven: deze musical leunt niet op één stijl, sfeer of traditie. Het is een eclectische genremix, uitbundig showballet en intieme kleinkunst ineen. De beeld- en muziekverwijzingen zijn legio, maar nooit zonder knipoog of ironie. Wim Sonneveld, Annie Schmidt, Harry Bannink, Frans Halsema, Charles Aznavour, Friso Wiegersma - hun teksten en muziek klinken er voortdurend in door.

Verbluffend
Vooral uit de Schmidt/Banninkmusical 'Foxtrot' wordt gretig geciteerd: óók een ­ruziënd revuekoppel, óók een homo in crisis, óók een zwangerschap die in de Nes zal worden beëindigd met een breinaald. Je zou de makers van domme kopieerzucht betichten als het niet zo verbluffend knap en origineel was gedaan.

Het zijn de verzuilde jaren vijftig. De tv begint aan zijn opmars, homoseksualiteit bestaat alleen in het geniep en een vlaflip geldt als een traktatie. Een homo begeeft zich op liefdespad, een jongen en een meisje worden tegen de zin van hun ouders verliefd op elkaar, en die jongen wil ook nog eens bij de revue. Ook deze benepenheid wordt voortdurend geïroniseerd: 'Het is 1956, we zitten allemaal nog in de kast,' aldus de montere metatekst van een dragqueen die een kast vol jonge homo's in matrozenpakjes opentrekt. De bewerking van André Breedland en Maurice Wijnen zit vol met zulke spitsvondigheden.

Verrassing
Kleinsma en Van Eerd zijn perfect als artiestenduo op leeftijd: geestig, vilein, gevoelig als het moet, bonkig als het kan, gloriërend in zang, dans en spel. Terence van der Loo en Cristanne de Bruijn houden hen als jong stel met hun mooie zangstemmen en frisse spel prima bij. Maar de grote verrassing is Raymonde de Kuyper, de gelauwerde toneelactrice, nu voor het eerst te zien in een grote musical. Als één van de beste comédiennes van ons land buit zij elke grap voorbeeldig uit, maar klucht of kolder wordt het nooit.

Veel te lachen dus, bij deze nieuwe musical, waarin je je blijft vergapen aan de kostuums en de energieke ensemblechoreografieën die steeds uit een ander vaatje lijken getapt. Maar dat niet alleen. Als Van der Loo helder en stil Sonnevelds 'Het dorp' aanheft, verzoent hij niet alleen generaties op het toneel; ook in de zaal blijft de ontroering niet uit.

Moeder, ik wil bij de revue

Ons oordeel: ★★★★☆
Regie: Carline Brouwer
Productie: Joop van den Ende Theaterproducties
Gezien: 21/9
Waar: Beatrix Theater, Utrecht
Te zien: voorlopig aldaar, di t/m zo
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden