Bibi Dumon Tak: ‘Hij is een roofdier dat zijn tijd afwacht en dan ineens toeslaat.’

PlusInterview

Bibi Dumon Tak: ‘Als ik de kinderen had mogen blijven zien, had ik dit boek nooit geschreven’

Bibi Dumon Tak: ‘Hij is een roofdier dat zijn tijd afwacht en dan ineens toeslaat.’Beeld Koos Breukel

In de autobiografische roman De dag dat ik mijn naam veranderde beschrijft Bibi Dumon Tak hoe haar ex-zwager haar na de dood van haar zus uit het leven van haar neefjes schrapte.

Vier jaar lang is ze aan het vechten geweest, zegt Bibi Dumon Tak (55). Pas nu kan ze loslaten en rouwen om haar in 2016 overleden zus Saar. In De dag dat ik mijn naam veranderde ­beschrijft Dumon Tak – vooral bekend van haar ­literaire non-fictie voor kinderen – hoe haar ex-zwager na de dood van haar zus alle deuren dichtgooit en haar en haar moeder elk contact met hun twee neefjes verbiedt. Vol overgave verkettert ze ‘hij wiens naam ik niet zal noemen – mogen de mistral, de sirocco en de chinook hem gelijktijdig en zonder onderbreking eeuwig tegemoetkomen’.

U treedt naar buiten met een hartverscheurend persoonlijk verhaal. Kunt u zich voorstellen dat ik bijna beschroomd ben u met mijn vragen lastig te vallen?

“Voor mij is dit een proces van jaren geweest en ik voel me nu juist heel erg opgelucht. Het is niet afgerond, dat is het akelige. Maar ik voel me een stuk lichter. Ik merk dat mensen die het net hebben gelezen, onthutst zijn. Die onthutste fase heb ik al achter me gelaten.”

Het is onomwonden duidelijk dat dit boek autobiografisch is. Waarom hebt u ervoor gekozen toch de namen te veranderen? Uw zus is Lize geworden, u bent Anna.

“Het gaf meer afstand. Eigenlijk hield ik mezelf natuurlijk voor de gek, maar anders had ik het niet durven opschrijven. Het is alsof je je ogen dichtdoet en doet alsof je er niet bent. Of als je gaat wildkamperen in een heel eng bos en de rits van je tentje dicht doet en denkt: nu ben ik veilig.”

Wist u van meet af aan dat dit een boek was dat u zou gaan publiceren?

“Ik ben een schrijver en een schrijver schrijft niet voor de la. Toen ik begon met schrijven mislukte het eerst. Maar toen ik de juiste vorm had gevonden, wist ik wel dat het voor publicatie was.”

Er spreekt een grote, onmachtige woede uit uw boek. Was het schrijven voor u noodzaak?

“De drang was heel groot, sterker: ik kón niets anders schrijven. Dit is wat ik te vertellen had. Woede was de drijfveer. Als ik de kinderen had mogen blijven zien, had ik dit boek nooit geschreven. Dan had ik nooit het risico genomen de jongens te verliezen. Maar nu was ik alles al kwijt. Ze zullen niet zomaar op een dag voor de deur staan, wat mensen ook zeggen. Dus bleef er maar een ding over. En wat ik bij het schrijven hoog in het vaandel had: zonder voorbehoud.”

Wat zou uw zus ervan gevonden hebben?

“Ik weet heel zeker dat ze het fantastisch zou hebben gevonden, zeker ook alle vervloekingen. Ze zou er zelf nog een paar achteraan gegooid hebben.”

‘Moge zijn ziel voor eeuwig zweven tussen een wolk dansmugjes boven de zwavelgrotten van Transsylvanië’ – u hebt zich uitgeleefd. Dat maakte het lezen ook dragelijker.

“Ja, dat hoopte ik, dat de lezer mee zou grinniken. Ik heb even getwijfeld of ik er mee door moest gaan. Maar mijn twee meelezers, mijn beste vriend Edward van de Vendel en mijn uitgever Frits van der Meij, zeiden volmondig ja.”

U noemt uw zus uw ‘dichtbijste’.

“Dat ze mij het meest nabij stond, realiseerde ik me voordat ze stierf. Als je kinderen hebt, zijn zij je dichtstbije personen, maar die heb ik niet. Ik heb een man, die is verschrikkelijk dichtbij. Maar zij was dichtbijer. Hem hoefde ik niet te beschermen, zoals je dat hebt met kleine zusjes en zeker als dat zusje zwaar slechthorend is. Hem heb ik niet al als jongetje gekend. Het gekke is dat nu mijn boek af is, het voelt alsof mijn zus opnieuw is doodgegaan. En dat ik nu in liefde om haar kan rouwen. Al het kwaad heb ik weggekieperd, dat zit in het boek. En nu kan ik zonder stremmingen aan Saar denken.”

Heeft u het boek ook als een boodschap aan hen geschreven?

“Nee, dat had ik tijdens het schrijven niet. Ik denk ook dat als ze het al durven lezen, ze ergens in de dertig zullen zijn. Ze zijn voor de helft hun moeder en voor de helft hun vader. De ene wordt in het boek op een voetstuk geplaatst en de ander de grond ingeschreven. Daar zitten ze tussen en ik weet dat ik ze dat aandoe. Maar ik heb deze keuze gemaakt, anders krijgt de verkeerde een standbeeld. Ik dacht: als ik het niet opschrijf, begrijpt niemand hoe ernstig het was.”

“Het boek is een herinnering aan haar, een eerbetoon. Een manier waarop ze levend blijft. Het is zo’n verschrikkelijk idee dat ze voor haar kinderen helemaal dood zou zijn, dat er geen herinneringen aan haar zijn. Want ze mogen verder niemand zien uit hun vorige leven, ook geen vriendjes. Alles wat oud en vertrouwd is, is doorgestreept. Het is zo’n verwoesting. Maar als ze het boek ervaren als verraad, is dat de tol die ik moet betalen om Saar recht te doen.”

Toch is er in het boek ook een kentering. U besluit de confrontatie aan te gaan met de ‘andere kant van de pannenkoek’ en zich in hem te verplaatsen.

“Ik had veel moed nodig om naar die andere kant te gaan, om echt te kijken en niet half. Voor mijn gevoel ging ik naar vergiftigd land waar ik me moest blootgeven. Die pannenkoek kwam van een vriendin die zei: je moet beseffen dat zo iemand ook een verhaal heeft en dat dat voor die persoon de waarheid is. Hij is oneetbaar, die andere kant van de pannenkoek. Maar ik ben er geweest.”

Bent u niet bang voor zijn reactie?

“Ik was bang van hem, maar nu niet meer. Mijn psycholoog Stien vroeg me: hoe zie je hem? Ik zie hem als een roofdier dat zijn tijd afwacht en dan ineens toeslaat. Hoe hij tijdens de crematie van mijn vader op me afvloog en wegduwde om te voorkomen dat ik bij de kinderen kon komen, dat wás ook een roofdier. Ik weet nog steeds niet hoe hij zo snel over al die rijen stoelen is gekomen. Hij zal niet actief in de auto stappen. Maar hij zal toeslaan, hoe weet ik niet. Maar zoals mijn grote held Guus Kuijer zegt: geluk begint bij niet meer bang zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden