Plus

Bethann Hardison strijdt tegen racisme in de mode-industrie

De septemberissues van modebladen bieden een diverser modellenaanbod dan ooit. Moderevolutionair Bethann Hardison, oprichter van de Diversity Coalition, is optimistisch. 'Je kunt nooit iedereen tevreden stellen, het negativisme moet je negeren.'

Bethann Hardison Beeld Araya Diaz

'Je moet het forceren, er bij ontwerpers, editors, stilisten en casting directors op hameren dat er vele geweldige zwarte en gekleurde modellen zijn," zegt Bethann Hardison aan de telefoon vanuit haar woonplaats New York. Bijna zestig is ze en nog altijd één brok energie. Samen met ex-model Iman Abdulmajid, de weduwe van ­David Bowie, en Naomi Campbell strijdt ze al dertig jaar tegen 'raciale vooroordelen'.

Vier jaar geleden stuurde ze, gesteund door een aantal anonieme waakhonden een brief aan de gemeentes van vier modesteden, waarin ze haar beklag deed over ontwerpers die al jarenlang slechts één of geen enkel gekleurd model in hun show of campagne gebruiken. "Wat het achterliggende idee ook is, het resultaat is racisme." Ze voegde een shame list bij met namen. Castings werden op slag gewijzigd.

Onwetendheid
In een interview met The New York Times sprak Hardison over Phoebe Philo die nooit andere dan witte meiden in haar shows gebruikte, 'terwijl er wél Célinetassen bungelen aan de armen van elk jong meisje, ongeacht de kleur, dat zich zo'n tas kan veroorloven'. En zie: enkele dagen later liepen er in Parijs vijf gekleurde meiden mee in de Célineshow. De Caraïbische Karly Loyce is nu het gezicht van de wintercollectie.

Het racisme in de modewereld is niet ­bewust, zegt Hardison, een ex-model en modellenagent, daarom is haar campagne zo effectief. "Het is onwetendheid. Editors, fotografen en stylisten laten het gebeuren omdat het gebruik van een bepaald type vrouw erin is gesleten. Kijk, als iemand tegen me zegt dat hij nooit gekleurde meisjes zal gebruiken omdat hij ze niet mooi vindt, dan laat ik 'm met rust. Maar in dit geval valt er iets te winnen, dan ga ik praten."

Het feit dat haar 'waakhonden' anoniem willen blijven, geeft aan dat de materie gevoelig ligt. "Je weet nooit of het hun carrière schade berokkent, ik ben al lang geleden uit het wereldje gestapt en heb niets te verliezen."

Hardison denkt met heimwee terug aan de jaren zeventig en tachtig, waarin het wemelde van de succesvolle gekleurde modellen. Maar in de jaren negentig verdwenen ze van het toneel.

"Door het openbreken van Oost-Europa werd de markt overspoeld met nieuwe meiden, Europese editors, met een andere geschiedenis, vervingen Amerikaanse bij invloedrijke titels. De genadeslag voor het gekleurde model - ook van het supermodel trouwens - kwam eind jaren negentig, toen Miuccia Prada alleen nog meisjes uit het voormalig Oostblok boekte. Knotje in het haar, weinig make-up, geen persoonlijkheden maar kleerhangers, om vooral de aandacht niet van de collectie af te leiden. En vanwege Prada's grote invloed volgden alle ontwerpers."

Maar gelukkig heerst er nu een positieve vibe, zegt ze. "Als een gekleurd meisje enkele jaren geleden al werkte, was haar carrière snel voorbij. Nu niet meer, kijk naar jullie Imaan Hammam. Ze is er nog steeds. En hoe! Dat is vooruitgang. Ik verwacht geen fiftyfifty handjeklap. Fashion is a white man's ballgame, een blank speeltje. De meerderheid van de belangrijk spelers zal altijd wit blijven, maar ik wil niet twee of drie gekleurde meiden in een show zien, terwijl er minstens zes kunnen lopen."

Modellenbureaus hebben hun macht verloren, stelt Hardison. "In mijn tijd belden Calvin (Klein) en Donna (Karan) me of ik een geweldig zwart model voor hun show kon leveren.

En dan stond ik 's avonds thuis bij ze op de stoep om te pleiten voor nog meer meiden. 'Kom Donna, 34 meisjes en maar één met een kleurtje!' Werkte altijd. Je moet ze wakker schudden."

Voer voor discussie
En staat er dan sporadisch een keer een gekleurd meisje op de cover, dan is dat op sociale media altijd voer voor discussie, en is het model sowieso nooit donker genoeg, weet Hardison. "Ik ben opgegroeid met het magazine Essence, opgezet in 1970 voor de hele gekleurde gemeenschap, dus ze konden nóóit iedereen tevreden stellen. Al dat negativisme moet je negeren.

Dat er beweerd wordt dat een zwart model op de cover minder goed verkoopt, dát is belangrijk, want de wereld draait om pegels. Ik denk niet dat het een excuus is, het zou waar kunnen zijn, mensen kopen niet wat ze niet aanspreekt. Maar de vraag is: gaan we erin mee, of blijven we vechten voor datgene waarvan we denken dat het juist is?"

"Neem Michael Bastian, een witte Amerikaanse mannenontwerper, die me voor zijn show altijd vraagt of zijn casting divers genoeg is. Enkele modellen in zijn laatste show mochten geen zonnebril dragen omdat het publiek móést zien dat het Aziaten waren. Kijk, dat is nu ook iemand die echt verandering wil forceren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden