PlusOverzichtstentoonstelling

Bep Rietveld, de dochter van die wel moest schilderen

Zelfportret uit 1929, rechtsboven.Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite

Bep Rietveld, dochter van, maakte haar hele leven portretten en stillevens. Ze gaf ze veelal weg, voor een fles wijn of een lapje stof, en exposeerde haast nooit. Nu is er een tentoonstelling.

Ze moest schilderen, vertelt Martine Eskes over haar moeder Bep Rietveld (1913-1999). “Het zat in haar.” Als kind zag Bep Rietveld dat haar vader goed kon tekenen en schilderen en dat wilde ze ook. Haar vader was de beroemde meubelmaker en architect Gerrit Rietveld.

Martine Eskes (1948) heeft zich de afgelopen jaren ingezet om het werk van Bep Rietveld meer onder de aandacht te krijgen. Ze documenteerde leven en werk op een website en deed oproepen om meer werk boven tafel te krijgen.

Dat heeft nu geleid tot een overzichtstentoonstelling in Museum Flehite in Amersfoort, die opent op de dag waarop 75 jaar geleden een einde kwam aan de oorlog in Nederlands-Indië.

Zelf deed Bep Rietveld vrijwel niets om haar werk te promoten. Exposeren deed ze bijna nooit. Eskes: “We hebben nu ongeveer 370 werken in beeld, maar er moet veel meer zijn. Mijn moeder hield het niet bij. Ze gaf de schilderijen en tekeningen weg voor een fles wijn of een lapje stof. Ze heeft er wel een tijdje van moeten leven, maar na de Tweede Wereldoorlog niet meer. Ze was allang blij als iemand het leuk vond.”

Ze wilde ook niet in opdracht werken. “Ze wilde geïnteresseerd zijn in de persoon. Bijna alle personen op de schilderijen waren bekenden en dat vond ze leuk om te doen.” Ze had op latere leeftijd ook geen apart atelier, maar schilderde gewoon in de huiskamer van haar bovenwoning in de Gerrit van der Veenstraat in Zuid.

Elisabeth Eskes–Rietveld werd in Utrecht geboren als oudste dochter van Gerrit Rietveld en Vrouwgien Hadders. Als kind zette Bep haar creatieve vader op een voetstuk, later bleef ze een groot bewonderaar van zijn werk. Dat zie je ook terug in haar schilderijen. De geportretteerden zitten vaak op een van de karakteristieke meubels die door haar vader waren ontworpen.

Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite

Charley Toorop

Gerrit Rietveld vond het aanvankelijk geen goed idee dat zijn dochter schilder werd. “Hij vond dat er met Mondriaan een einde was gekomen aan de schilderkunst. Het had geen zin meer om daar nog op verder te gaan.” Bep zette echter door en haar talent werd opgemerkt door Charley Toorop. Die gaf haar les en dat is duidelijk te zien in een prachtig vroeg zelfportret dat Bep Rietveld op zestienjarige leeftijd maakte.

De weg naar de abstractie, die Mondriaan zo consequent had doorgezet, was niet de route die Rietveld wilde bewandelen. Ze bleef haar hele leven realistische portretten maken.

Op het Amsterdamse atelier van Charley Toorop leerde Bep Rietveld de pianist Guus Seijler kennen. Ze trouwden en kregen op 19-jarige leeftijd een zoon. Het huwelijk liep stuk en Rietveld vertrok met haar zoontje naar het toenmalige Nederlands-Indië, om daar te trouwen met jeugdvriend Dennis Coolwijk, met wie ze nog twee kinderen kreeg.

Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite

Zieke kampkinderen

Vanaf 1943 verbleef ze met haar kinderen in ­verschillende Japanse interneringskampen in en rond het toenmalige Batavia, gescheiden van haar echtgenoot, die in een mannenkamp zat. Daar maakte ze diverse portretten, vooral van zieke kinderen. Sommige portretten zijn gemaakt met het oog op een spoedig overlijden.

Een groot deel van het werk uit Nederlands-Indië is verloren gegaan of verdwenen. Eskes heeft de afgelopen jaren veel moeite gedaan om de getekende kampportretten op te sporen. Vaak waren het de kinderen zelf, nu mannen en vrouwen op leeftijd, die zich meldden met een tekening.

En aan elk portret zit een verhaal. Rietveld portretteerde ook kinderen die inmiddels overleden waren, maar die tekeningen heeft Eskes niet teruggevonden. “Ik denk dat dat te gevoelig ligt.”

Soms portretteerde ze mensen op verschillende momenten, waardoor je verschillende stadia van honger en ontbering aan hun gezichten kunt aflezen. “Jongens boven de tien jaar moesten naar het mannenkamp en dat hoorde je een dag van tevoren. Dat gebeurde ook bij haar eigen zoon. Mijn moeder was natuurlijk in alle staten. Ze kon niks anders doen dan een portret van die jongen maken. Ze wist niet of ze hem ooit terug zou zien.” Na de oorlog werden ze overigens herenigd.

Een dubbelportret van twee vrouwen bleek te zijn gekocht bij een kringloopwinkel. “We hebben het op Facebook gezet, maar weten nog steeds niet wie deze dames zijn.” Eskes hoopt dat naar aanleiding van de tentoonstelling in Amersfoort meer eigenaren van kampportretten zich zullen melden.

De kinderen waren vaak doodziek, maar Rietveld tekende ze altijd wat geflatteerd. “Ze wilde iets van het karakter in de portretjes stoppen. Ze was tijdens het tekenen ook altijd aan het praten.”

“Mijn moeder wilde geen ellende laten zien. Ze kon even de ontbering vergeten door met zo’n portret bezig te zijn en aandacht te hebben voor zo’n kind. En de kinderen vonden het natuurlijk ook prettig. Door de kunst konden ze allebei even uit de ellende stappen.”

Bep Rietveld, schilder-tekenaar in oorlogs- en vredestijd Museum Flehite, Amersfoort, 16 augustus t/m 24 januari.

Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden