PlusInterview

Bennie Jolink: ‘Ik ben een schreeuwlelijk achter de microfoon, maar eigenlijk een softe romanticus’

Boerenbluesband Normaal heeft zijn pensioen opgeheven. Met nieuwe muziek overwon frontman Bennie Jolink een dreigende coronadepressie.

Normaal, met tweede van links Bennie Jolink. Beeld Hans-Peter van Velthoven
Normaal, met tweede van links Bennie Jolink.Beeld Hans-Peter van Velthoven

Zeker, Bennie Jolink beseft dat hij aZeker, Bennie Jolink (75) beseft dat hij al zijn stellige uitspraken van zes jaar geleden moet herroepen. Toen kondigde de frontman van Normaal in ronkend Jolinks het einde van zijn levenswerk aan. “Ik ben blij dat het erop zit,” verzuchtte hij over de optredens waarvoor hij letterlijk de lucht niet meer in het lijf had. Een laatste concert in de Arnhemse Gelredome zou in december 2015 het requiem zijn van de roemruchte boerenband die eigenhandig de dialectrock uitvond.

Jolink wilde zich wijden aan herstel van zijn gezondheid (“Ik heb mijn longen helemaal uitgewoond”), zijn negen kleinkinderen (“Ik word opa van beroep”) en aan zijn schilderwerk (“Eindelijk doen waarvoor ik ben opgeleid”). Optreden? Dat zou hij vast gaan missen. “Maar dan wel als kiespijn.” Ook op nieuwe muziek hoefden zijn vele ‘anhangers’ niet te rekenen.

Toch maakte hij in 2019 onder eigen naam weer een album, Post Normaal. Het was ook het jaar dat de band onder de titel Olderwets høken opnieuw de bühne besteeg. In Lochem kwamen er op Hemelvaartsdag 20.000 mensen luisteren. En nu is er dan toch weer een volledig nieuw album van de groep, Normale Verhale, vergezeld van een boek met tekeningen en een reeks anekdotes van de hand van Jolink.

Die ontvangt deze middag in zijn hoeve te Hummelo. Hier in de tot atelier verbouwde schuur – aan de wanden zeker honderd van zijn gleufhoeden, zelfportretten én tientallen motorcrossfoto’s – besloot hij na enkele maanden van strenge lockdown vorig jaar om zijn oude band weer tot leven te wekken.

U had de blues, schrijft u in Normale Verhale.

“Dat kwam door die verrekte corona. De vader van mijn echtgenote kreeg het, werd zwaar ziek en is uiteindelijk overleden. Omdat mijn vrouw de laatste dagen veel bij hem was geweest, moesten we daarna gescheiden van elkaar leven. Met mijn longproblemen en leeftijd val ik natuurlijk midden in de risicogroep.”

Hij wijst naar de zijruimte van zijn atelier. “Heb ik daar in dat hok moeten slapen. Mijn kleinkinderen kon ik ook niet zien. Ik werd er helemaal depressief van. Na een paar weken konden we na zelftesten gelukkig een bubbel vormen met kinderen en kleinkinderen.”

Op het nieuwe album staat een nummer met de titel Niks doen is dodelijk.

“Dat ben ik die mezelf toespreekt, ja. In 1996 ben ik heel erg depressief geweest. Dat mag nooit meer gebeuren. Maar omdat ik ook niet terug wilde naar de antidepressiva, moest ik zelf wat gaan ondernemen. Ik dacht: ik bel gewoon mijn oude Normaalvrienden Ferdi Joly, Willem Terhorst en Timo Kelder op en we gaan hier, coronaproof, muziek maken. Bleek een perfecte oplossing.”

“Het begon met een liedje over corona. Daarna besloten we hier onder de kap van de schuur op te treden en uit te zenden op Facebook. Hadden we ineens een half miljoen likes. Of kijkers. Of hoe heet dat? Het beviel allemaal zo goed, dat we zeiden: Kom op, we maken gewoon nog een plaat.”

U klonk zes jaar geleden heel rigoureus toen u zei: ‘Nooit meer Normaal’.

“Ik was aan het einde van mijn Latijn. Gebruikte veel prednison. Daardoor hield ik het nog enigszins vol, maar feitelijk was ik gewoon invalide. Twintig meter wandelen en ik moest uitrusten. In 2016 heb ik drie keer in het ziekenhuis gelegen met mijn allergische astma en daarna tien weken in een revalidatiecentrum doorgebracht. Het zag er slecht uit, tot er een nieuw medicijn op de markt kwam. Elke vier weken een spuitje en sindsdien ben ik nooit meer benauwd geweest. En ik kon mijn conditie weer opbouwen: zwemmen, naar de sportschool. Tijdens de coronamaanden ben ik het bos hiernaast ingegaan. Heuvel op, heuvel af. Ik voel me weer fit.”

U maakte ook de indruk het helemaal geen ramp te vinden dat Normaal ophield.

“Ik was moe van het regelwerk, de stress rondom de band. Niet van het optreden zelf, hè. Op het podium voelde ik me altijd goed, maar daarnaast begonnen de problemen. Komt ook doordat ik dan een compleet ander persoon ben dan die schreeuwlelijk achter de microfoon. Ik ben eigenlijk een softe romanticus.”

Toch vertelt u in het boek met smaak over auto-ongelukken, dronkemansfestijnen en avonturen met schaarsgeklede dames.

“Ik was de laatste 25 jaar bezig mijn imago van zuiplap en lomperik wat bij te schaven, maar weet inmiddels dat ik vecht met een zevenkoppig monster: als ik de kop eraf hak, groeien er ergens anders weer twee aan. Dus schrijf ik nu maar gewoon over hoe het toen echt is gegaan.”

Ik dacht : hoe zou het Normaal van toen zich in het MeTootijdperk hebben gemanifesteerd?

“Heel goed, hoor. MeToo vind ik een terechte beweging. Maar ik ben altijd al een enorme feminist geweest. Ik stem al zeker 30 jaar elke verkiezing op een vrouw. Daarbij hebben mijn moeder, mijn drie zusters en mijn tweede vrouw thuis allemaal de broek aan.”

En nu? Normaal bestaat weer?

“We blijven één keer per jaar optreden op Hemelvaartsdag. Daar in Lochem heb ik echt iets belangrijks ontdekt. In die eerste 40 jaar dat Normaal bestond heb ik expres nooit gespeeld wat het publiek wilde. Dat wil namelijk alleen ouwe nummers horen. Maar in Lochem speelden we juist alleen maar die oude nummers. Ik zag die dag 20.000 gelukkige mensen. Nee, ik moet zeggen: 20.000 en één. Want ik werd er zelf óók heel gelukkig van.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden