Plus

Bekende gastconservatoren vullen DWDD pop-up museum 2.0

Dertien gastconservatoren selecteerden werk voor de tweede editie van het Pop-Up Museum van De Wereld Draait Door. Wim T. Schippers en Robbert Dijkgraaf kozen voornamelijk curiosa, opgezette dieren en wetenschappelijke instrumenten.

Het nieuwe pop-up museum van De Wereld Draait Door. Beeld anp

Ontregelen is voor Wim T. Schippers een tweede natuur. Dus toen hij als een van de dertien gastconservatoren een ruimte mocht vullen op de tweede editie van het Pop-Up Museum van DWDD, vulde hij geen ruimte. En terwijl de meeste gastconservatoren schilderijen, foto's en beelden laten zien, schittert kunst in zijn keuze door afwezigheid. 'Vond ik wel aardig, dat je niet weet wat erbij hoort.' Schippers maakte een keuze uit het depot van het Universiteitsmuseum Groningen, waar hij in 2004 al eens een tentoonstelling maakte met depotstukken. Op de gang van het Allard Pierson Museum staan zes gipsen kariatiden, vrouwfiguren die, in plaats van zuilen, het dak dragen van een tempel. Schippers zette er een paar opgezette meeuwen bij, een ronddraaiende kubus, een kleurenschijf en een skelet op een stoel. De meeuwen wilde hij eigenlijk bovenop de Griekse kopieën zetten. Mocht niet van het museum.

'Er zijn in Groningen veel proeven gedaan met meeuwen. Verder kan ik het niet uitleggen. Het enige wat je kunt doen is iets aardig of opvallend in beeld brengen en als iemand er meer van wil weten dan kan hij dat zelf gaan uitzoeken. Nieuwsgierigheid wekken, dat deed ik vroeger eigenlijk al met wetenschap op televisie.' In de vorige editie van het Pop-Up Museum zaten alleen kunstmusea. 'Toen ik werd uitgenodigd, dacht ik meteen aan het museum in Groningen. Het is merkwaardig dat geen enkel ander dier zoveel spullen heeft als de mens. Een kat heeft niks. Die staat op, likt zich een beetje schoon en gaat dan kijken of er nog wat te neuken valt.'

Schildpadden in toilet
Schippers toont ook twee skeletten van schildpadden in het toilet van het museum, waar tijdens ons bezoek ook een boenmachine en schoonmaakspullen staan. Die horen er helaas niet bij. 'Heel mooi, ik wou dat ze bleven staan. Maar door die schildpadden ga je toch anders naar die wc-pot kijken. Door de tentoonstelling ga je eigenlijk overal anders naar kijken. En dat is waar kunst begint, bij kijken.'

Elders in het museum laat Schippers nog een Ames-kamer zien, die een optische illusie veroorzaakt, waardoor zaken groter of kleiner lijken. Er staat een neushoorn in de gang en even verderop staat een negentiende-eeuws medisch model met spieren en aderen tussen de Griekse en Romeinse beelden. 'Voor de grap heb ik er ook een baarstoel met een menselijke vrucht in een baarmoeder neergezet. Dat is een mooi contrast. Nou, zo tobben we maar voort.'

Robbert Dijkgraaf bouwde in de statige Senaatskamer van het Allard Pierson een 'Wunderkammer' vol objecten uit de wetenschap, kunst en natuur. Misschien een voor de hand liggende keuze voor wie de wis- en natuurkundige en directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton van de televisie kent.

'Kies mij!'
Minder bekend is dat Dijkgraaf ook aan de Rietveld Academie heeft gestudeerd. Hij had zich nu ook van zijn kunstkant kunnen laten zien, maar koos toch objecten uit de depots van Teylers Museum in Haarlem en Museum Boerhaave in Leiden. 'In sommige depots waar ik binnenging, stonden duizenden objecten, die allemaal riepen: kies mij, kies mij!'
Wunderkammers waren in de zestiende en zeventiende eeuw een wijdverspreid fenomeen, waarin verzamelingen van uiteenlopende spullen werden bewaard. In Dijkgraafs ruimte zijn kristallen te zien, naast een grote dinoschedel, prenten van de eerste reizen naar de Mont Blanc ('de maanreizen van de achttiende eeuw'), gipssculpturen in de vorm van wiskundige figuren en een mammoettand.

Dijkgraaf loopt naar een vitrine waarin twee objecten met gele en rode bollen staan. 'Dit is een mathematisch model voor de kwantumtheorie. Ik vind het een fascinerend object. Als je er als leek naar kijkt, dan weet je niet eens waar het object en het statief in elkaar overgaan, wat hier nou precies de bedoeling van is of wanneer het gemaakt is. Wat ik ook zo prachtig vind, is dat het kleine voetje is ingelegd. Het moet in de jaren dertig van de twintigste eeuw gemaakt zijn, maar eigenlijk is het een negentiende-eeuwse manier om de natuur te verbeelden. Tegelijk gaan we ineens naar de moderne tijd. Het is een soort overgangsfiguur.'

Wim T. Schippers selecteerde onder meer een anatomisch model van Louis Auzoux en beelden uit de oudheid. Beeld Monique Kooijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.