PlusInterview

Beeldschoon Il buco speelt diep onder de grond: ‘Ik filmde onze eigen expeditie in die grot’

Juist door niet te vervallen in mooifilmerij levert regisseur Michelangelo Frammartino (54) een van de mooiste films van het jaar af. In Il buco wordt tijdens een expeditie een honderden meters diepe grot in kaart gebracht.

Joost Broeren-Huitenga
Still uit ‘Il buco’, gefilmd in de Bifurtogrot in Calabrië en gebaseerd op een expeditie die daar plaatsvond in 1961. Beeld
Still uit ‘Il buco’, gefilmd in de Bifurtogrot in Calabrië en gebaseerd op een expeditie die daar plaatsvond in 1961.

De Italiaanse filmmaker Michelangelo Frammartino toonde met Le quattro volte (2010) al een scherp oog voor het zuid-Italiaanse landschap, zonder te vervallen in de platte schoonheid van een ansichtkaart. Dat herhaalt hij dubbel en dwars in zijn beeldschone nieuwe film Il buco, gebaseerd op een speleologische expeditie in 1961.

Weidse beelden van het afgelegen bergdal in de regio Calabrië worden afgewisseld met de claustrofobische afdaling in ‘het gat’ (de letterlijke vertaling van de titel), oftewel de afgrond van Bifurto. Die 683 meter diepe grot werd tijdens de expeditie voor het eerst in kaart gebracht. Frammartino vangt het leven zowel onder als boven de grond in lang aangehouden, wonderschoon uitgelichte taferelen. Wie behoefte heeft aan een plot is hier aan het verkeerde adres, maar visuele weldaad is er des te meer.

“Voor mij draait het om de relatie tussen de mens en de ruimte om hem heen,” vertelt Frammartino in een videogesprek. “De meeste films laten de mens het hele beeld vullen, maar ik zoek een andere beeldtaal. Ik probeer zoveel mogelijk afstand te nemen van de mens. Al was dat in de grot vaak niet mogelijk – soms kon de camera hooguit een halve meter van de klimmers af worden geplaatst.”

Lampen op de helmen

Frammartino filmde daadwerkelijk in de Bifurtogrot, wat hem en zijn crew voor heel wat technische uitdagingen stelde. Op de dagen dat ze in de diepste punten van de grot filmden, duurde de afdaling naar de ‘set’ soms wel vier uur, en de tocht terug omhoog nog wat langer. “Dan hadden we dus ongeveer een uur over om te filmen,” stelt Frammartino.

Naast de professionele speleologen die in de film de expeditie uit 1961 nog eens overdoen, kon slechts een kleine crew de grot in. “Er waren maar zeven crewleden met alle benodigde certificaten om af te dalen,” legt de regisseur uit. De enige lichtbronnen die ze mee naar beneden namen, waren de lampen op de helmen van de klimmers.

De groep was met een glasvezelkabel van een kilometer verbonden met de crew aan het oppervlak, onder wie cameraman Renato Berta. Die volgde in een verduisterde tent op een gigantisch hd-scherm wat er diep onder de grond gebeurde, en kon van afstand de camera-instellingen aanpassen. Frammartino: “Renato was zo als het ware de eerste toeschouwer van de film.”

Filmmaker Michelangelo Frammartino: ‘Ik probeer zoveel mogelijk afstand te nemen van de mens.’ Beeld Getty Images
Filmmaker Michelangelo Frammartino: ‘Ik probeer zoveel mogelijk afstand te nemen van de mens.’Beeld Getty Images

In zijn elementaire verhaal zet Frammartino de groep speleologen af tegen een lokale herder (Nicola Lanza), die compleet verweven lijkt met het bergdal. Lanza is geen professionele acteur, maar speelt (of is) min of meer zichzelf in de film. Hij krijgt wél close-ups. “Ik behandel hem als onderdeel van de natuur, van het landschap,” legt Frammartino uit. “Zijn gezicht is als een rots, in de loop der jaren getekend door wind en water.”

Tachtiger Lanza overleed in juni 2021, enkele maanden voor de première van Il buco op het filmfestival van Venetië, waar Frammartino de speciale juryprijs voor de film kreeg. Lanza’s sterven maakt zijn verhaallijn in Il buco, die in alle nuchterheid de eindigheid onder ogen ziet, des te aangrijpender.

“Nicola kon ik niet regisseren,” zegt Frammartino lachend. “Hij had gewoon geen enkele interesse in doen alsof. Ik filmde hem onder een boom en ik wilde dat hij een bepaalde kant op keek, met een bepaalde intensiteit. Dus ik zei: kijk daar, een prachtig wit paard. Waarop hij me aankeek en zei: nee hoor, dat is er niet. Voor mij waren dat juist waardevolle momenten, want ik gedij het best als ik niet alles volledig onder controle heb.”

Het verstrijken van de tijd

Dat lijkt te botsen met het feit dat Frammartino met Il buco een film maakte die in een zeer specifiek moment in het verleden speelt. Om die periode tot leven te wekken, is immers nauwgezette controle vereist. Maar Il buco is uiteindelijk niet simpelweg een ‘reconstructie’ van die expeditie van 1961, benadrukt de filmmaker. “We gebruiken weliswaar de kleding uit die tijd, en het klimmaterieel zoals dat toen werd gebruikt. Maar wat ik uiteindelijk heb gefilmd is onze eigen expeditie in die grot.”

Misschien liggen die twee ook wel niet zo ver van elkaar verwijderd als we geneigd zijn te denken. De zestig jaar tussen toen en nu zijn veel op een mensenleven, maar slechts een oogwenk in de levenscyclus van de grot. “Dat is wat je daar onder de grond zo helder ziet: het verstrijken van de tijd, maar dan niet op het niveau van de mens maar dat van de planeet. Een oertijd, waar niet wordt gemeten in jaren maar in decennia, of eeuwen. Het landschap daar beneden is onveranderlijk, en toch was het elke keer dat we afdaalden weer compleet anders.”

Misschien is die ‘oertijd’ ook precies waar Frammartino met zijn cinema een gooi naar doet, en is dat de reden dat zijn films zo vaak het etiket ‘tijdloos’ krijgen opgeplakt. Ook Il buco verdient het weer.

Il buco is te zien in De Balie (alleen donderdag 23/6), Cinecenter, Eye, Filmhallen, Het Ketelhuis en Rialto De Pijp.

Effectief tijdsbeeld

Frammartino schetst effectief een tijdsbeeld voor zijn film door vroeg in Il buco een fragment op te nemen uit een reportage uit 1961 over de opening van de Pirelliwolkenkrabber in Milaan, destijds een van de hoogste gebouwen van Europa. “Ik ben geboren in Milaan, in het noorden van het land, maar mijn ouders komen uit het zuiden, uit Calabrië,” legt de regisseur uit. “Zij waren onderdeel van hoe de hele Italiaanse cultuur destijds leek te bewegen: van het zuiden naar het noorden, van beneden naar boven. Gagarin ging in datzelfde jaar de ruimte in – iedereen keek omhoog.”

De expeditie in de Bifurtogrot beweegt op veel manieren in omgekeerde richting: de groep speleologen komt uit het noorden naar het zuiden, en ze reiken niet omhoog maar steeds dieper de grond in. “Dat vond ik een wonderlijk historisch tegenwicht,” zegt Frammartino. “En het meest wonderlijke was dat er, zelfs in dat tijdperk waarin televisie iedereen voor 15 minuten beroemd maakte, totaal geen ruchtbaarheid aan werd gegeven. Die onderzoekers noteerden hun bevindingen, voor zichzelf, en dat was het. Daar kunnen we ons tegenwoordig niets meer bij voorstellen – als iets niet gedocumenteerd is, bestaat het niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden