PlusAchtergrond

Beatles-breakup: Was het Yoko? Of toch de manager?

The Beatles treden op in Washington D.C. in 1964.Beeld Michael Ochs Archives/Getty Images

Vrijdag is het 50 jaar geleden dat The Beatles – de populairste band van de planeet in die tijd – uit elkaar gingen. Een halve eeuw later rest nog steeds de vraag: was die breuk echt niet te voorkomen?

Het was dat de benaming The Day the Music Died al was vergeven aan 3 februari 1959, toen Buddy Holly en Ritchie Valens tegelijk omkwamen bij een vliegtuigongeluk, anders was 10 april 1970 voortaan zo door het leven gegaan.

Paul McCartney had een dag eerder een persbericht naar een handjevol Britse journalisten gestuurd. Een velletje met een gefingeerd vraag-antwoordinterview diende als verpakking van de enkele proefexemplaren van zijn soloalbum McCartney.

Hoewel nergens letterlijk stond dat The Beatles niet meer bestonden, dreunden Pauls staccato antwoordzinnetjes als aardschokken door de muziekwereld. Nee, hij verwachtte niet dat het songwritersduo Lennon/McCartney weer actief zou worden. Nee, er stond geen nieuw album van The Beatles gepland. En met Allen Klein, de nieuwe manager van de groep, had hij geen enkel contact. Op de ochtend van 10 april konden de kranten niet anders dan koppen: ‘Paul stapt uit The Beatles.’

De boodschap liet de muziekwereld in verbijstering achter: de populairste groep van de planeet was uit elkaar gevallen. Een hereniging leek uitgesloten. Dat klopte: hoewel The Beatles in kleinere samenstelling nog wel samenwerkten, stonden ze nooit meer met z’n vieren op het podium. Tot die fatale dag, 8 december 1980, die met Lennons leven ook alle hoop op een hereniging van The Beatles meesleurde.

Onheilstijding

Wat of wie had de machinerie van de vier vrienden laten vastlopen? Voor het grote publiek kwam de breuk volledig onverwacht. Er werd toch nog gewerkt aan een album? Inderdaad: Let it Be zou een maand na McCartneys onheilstijding alsnog verschijnen, als een door producer Phil Spector met orkestgeluid dichtgeplamuurde schreeuw uit het graf. Maar de originele opnames, ingespeeld tijdens de later berucht geworden Twickenham- en Applesessies, waren ouder dan die van Abbey Road uit 1969.

Welke duistere kracht had McCartney, die van de vier het verknochtst was aan de band, hiertoe gedwongen? Over die vraag is de afgelopen 50 jaar een bibliotheek volgeschreven. Hoe meer het mysterie werd ontsluierd, hoe vaker de verzuchting doorklonk: wat is de wereld veel muziek misgelopen doordat vier eind-twintigers niet zagen dat ze ook even pauze hadden kunnen nemen om de gemoederen te laten afkoelen.

Was het de gewiekste manager Allen Klein? Hij was de opvolger van de in 1967 plotseling overleden Brian Epstein, die een vaderfiguur voor de band was geweest. Klein was al manager van de Rolling Stones geweest en zou zich later de rechten op het vroege materiaal van de band toe-­eigenen. Op voorspraak van Lennon werd Klein de zakelijke kapitein van de groep, terwijl McCartney liever Lee Eastman, de vader van zijn echtgenote Linda, had aangenomen.

McCartney ging volgens zijn biograaf Philip Norman tweeslachtig met Klein om. Hij weigerde het contract met Klein te ondertekenen, maar complimenteerde hem wel met de deal die hij voor The Beatles regelde met hun Amerikaanse platenmaatschappij.

Druk van buiten was er genoeg. De financiële problemen bijvoorbeeld van Apple, de eigen platenfirma van The Beatles. Het label zou omvallen als de band niet voor inkomsten bleef zorgen. En zonder Epstein veranderden ook de persoonlijke financiën van de vier langzaam in een puinhoop.

Het was het moment waarop Klein zijn kans zag, maar hij bleek aan te monsteren op een zinkend schip. Al aan het einde van de zomer van 1969 vertelde Lennon, die net met zijn nieuwe vriendin Yoko Ono de Plastic Ono Band had opgezet en met haar de beroemde ‘bed-ins for peace’ had gehouden, al in kleine kring dat hij uit de band zou stappen. Hij had nieuwe interesses.

Ja, geloofden fans wereldwijd decennialang, het moest Yoko wel zijn geweest die de Beatles uit elkaar had gespeeld. Lennon vond dat hij, als oprichter van de band, het recht had eigenhandig de strikte regels te wijzigen over de studio als van de buitenwereld afgesloten heiligdom. Hij nam Ono voortaan mee. “Bovendien,” stelde hij als zijn collega’s klaagden dat zij zich ook met opnames bemoeide, “Yoko en ik zijn nu een.”

Verhalen genoeg die die theorie ondersteunen. De vechtpartij tussen Lennon en George Harrison tijdens de Twickenhamsessies bijvoorbeeld. Harrison ontwikkelde zich snel als songschrijver, maar zag zijn invloed niet toe­nemen, maar afnemen door de komst van Ono.

Geen kracht van buitenaf

“Ik denk niet dat iemand vier zulke sterke personen zou kunnen breken,” zou Ono later zeggen. “Zelfs niet als je het zou proberen. Het was geen kracht van buitenaf. Er is iets tussen hen gebeurd.” McCartney zou haar in een interview in 2012 bijvallen. “Yoko was absoluut niet degene die breuk veroorzaakte. Dat waren we zelf.”

In feite waren de barsten in het bastion van de band al veel eerder ontstaan. De druk van de roem had hun persoonlijk verhoudingen langzaam gesloopt. Niet voor niets hoort wie goed luistert naar de fameuze dubbelelpee White ­Album uit 1968 hoe daar in feite vier soloalbums door één vinylgroef zijn geperst.

Eigenlijk bestonden The Beatles al bijna een jaar voor McCartneys beruchte persbericht niet meer. Waar anders dan op Abbey Road werkten de vier voor het laatst samen in de studio.

De song die ze fijn slepen, heette The End. McCartney had het lied geschreven alsof hij voorzag wat er stond te gebeuren. The End markeerde het slot van een typische Beatlesmedley, van het laatste meesterwerk van de band én van de eensgezindheid van de Fab Four.

Tijdlijn zwanenzwang

1969

2 januari Begin repetities in ­Twickenham voor live-comeback The Beatles

Rond 10 januari Discussie Lennon en Harrison loopt uit op handgemeen

16 januari Harrison vertelt andere drie dat hij uit band stapt

21 januari Plannen voor grootschalig concert afgelast. Harrison komt terug op zijn besluit. Repetities en opnames album Get Back hervat

30 januari Laatste Beatlesshow, op het dak van het Apple-kantoor in Londen

25-31 maart Bed-in for peace in Hilton Hotel Amsterdam

18 augustus Opnames The End op Abbey Road. Beatles voor het laatst samen in de studio

28 augustus Geboorte McCartneys dochter Mary

9 september Allen Klein bereikt overeenstemming over megaplatencontract voor The Beatles in de Verenigde Staten: 12 albums in de komende 6 jaar.

13 september Lennon vertelt een journalist dat hij uit The Beatles stapt. Verzoekt het stil te houden.

20 september Ondertekening Amerikaans megacontract. Alle Beatles tekenen.

26 september Album Abbey Road ­verschijnt

1 december Opnames soloalbum McCartney beginnen

1970

6 maart Single Let it Be komt uit

10 april The Beatles formeel uit elkaar

8 mei Album Get Back komt uit onder de titel Let it Be

Duik in de archieven

De documentaire The Beatles: Get Back verschijnt als het goed is begin september in de Nederlandse bioscopen. De film is gemaakt door regisseur Peter Jackson, vooral bekend van The Lord of the Rings. Zijn nieuwe film volgt de Fab Four tijdens het opnemen van het album Get Back (later: Let It Be) in 1969. Ook zullen de volledige 42 minuten van het miniconcert op het dak van het Londense kantoor van Apple te zien zijn. Paul McCartney heeft zijn zegen gegeven aan het project. ‘Ik ben zeer gelukkig dat Peter Jackson in onze archieven is gedoken. Hij heeft een film gemaakt die recht doet aan hoe wij destijds met elkaar omgingen. De vriendschap en de liefde die er in de band bestond komt goed voor het voetlicht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden