Plus

Babette Labeij: 'Ik begrijp het verlangen naar roem als geen ander'

Zingen is van iedereen, zegt zangcoach Babette Labeij (45). Bij The Voice, op haar zangschool in De Pijp, maar net zo goed tijdens het opvouwen van de was. Of het nou mee- of tegenzit, Labeij, die op haar veertiende haar moeder verloor, zet bij alles haar geluid in. 'Niet zeiken maar zingen.'

Babette Labeij Beeld Erik Smits

Babette Labeij wilde als kind de Nederlandse Madonna worden. Niet bij wijze van spreken, maar echt. In de 'ouverture' van haar boek Zing! - half biografie, half zingzelfhelpboek - schrijft ze: 'Muziek maken en dagdromen gaan voor mij hand in hand.

Als kind fantaseerde ik me gek over een leven als popartiest. Tot in detail droomde ik van mijn eigen optredens, mijn speciale podiumoutfit met alles erop en eraan - stoer en strak - mijn microfoonstandaard, de lichten, een band en dan kwam ik op, spot aan, en ik begon perfect te zingen.'

Na haar eindexamen op het Vossius Gymnasium ging ze serieus van start. Ze begon als achtergrondzangeres van onder anderen Paul de Leeuw, Ruth Jacott en Edsilia Rombley. Met haar band Babette & Friends trad ze op in het clubcircuit. In 1997 bracht ze haar eerste album uit, getiteld Babette. Enige bekendheid en succes kreeg ze, maar de roem en adoratie waarnaar ze altijd had gehunkerd, bleven uit.

Ongedwongen
De laatste twintig jaar kennen de meeste mensen Labeij meer als zanglerares en -coach. In 2001 begon ze in Amsterdam een zangschool voor kinderen en volwassenen: de Babette Labeij Music Academy. Ze is dé zangcoach van de deelnemers in alle talentenprogramma's die de revue zijn gepasseerd: Popstars, Idols, X-factor en nu al jaren The Voice en The Voice Kids.

Ook sterren als Henny Vrienten (op wie ze vroeger verliefd was. Uiteraard, want een jarentachtigkind) en de Dolly Dots kloppen bij haar aan als ze hun stem willen wakker schudden voor een revivaloptreden in Ahoy of Carré.

Voor het interview spreken we af op de zangschool, in De Pijp. Labeij - een ongedwongen, goedlachse vrouw in een strakke spijkerbroek en een wijde trui - laat eerst het kantoor zien waar ze vijf dames aan het werk houdt. Het is een drukke tijd. Drie weken geleden is er een Rotterdamse vestiging geopend en alle zanglessen zijn in volle gang. We gaan zitten in een lokaal, naast de synthesizer, met kopjes espresso op een geluidsbox.

Mijn dochter van zeven, Kate, heeft hier groepsles van het zangteam van Babette Labeij. Het ontzag is groot bij de kinderen. Juf Sanne, juf Kelly, meester Robin: ze kunnen allemaal fantastisch zingen, ze zijn allemaal lief en ze hebben altijd de coolste kleren aan. Labeij zelf is voor die meisjes een soort omgekeerde Voldemort: een onaantastbare grootheid over wie je vooral wél mag praten, al zie je haar niet.

Labeij kwam twee maanden geleden terug uit Los Angeles met haar man Dimitri en hun dochter Nikki (18). Ze hadden gespaard om er een jaar tussenuit te gaan ('Effe op de rem trappen'), maar het werden er zes. Labeij kreeg naast de Nederlandse Voice waarvoor ze heen en weer vloog, werk voor La Voz Kids, de Latijns-Amerikaanse versie. Zo konden ze hun verblijf steeds rekken.

Waarom LA?
Labeij, die met veel gebaren praat, heft haar handen ten hemel. "City of dreams, en ik ben een grootse dromer. LA fascineert mij al sinds mijn vader me er op mijn vijftiende heen stuurde om twee weken bij familie te logeren in de hoop dat ik wat pubergedrag zou kwijtraken. Het is een magische stad. Wij woonden in Marina del Rey, onder Venice. Aan het strand en lekker tuttig. Het Amstelveen van LA."

Maar dan ietsje magischer?
"Ietsje ja. Vanuit onze wijk kon je LA fantastisch verkennen op de fiets. Dat vonden wij Hollanders leuk. Het eerste wat we kochten, waren drie fietsen. We woonden in een soort Melrose Place. Ken je die serie nog? Zo'n gezellig appartementencomplex rond een zwembad."

Veel intriges?
"Helemaal niet, jammer genoeg. Het was vooral een gezellig artsy gebeuren. Weet je wat het was? Ik vind Amsterdam een toffe stad, het is mijn dorp, ik ben er geboren en getogen, hij zit me als een oude lievelingsjas, maar mijn hang naar dromen en plannen maken begon weg te ebben. Alles liep, het was allemaal leuk en zo ging het leven een beetje aan me voorbij, vond ik. Dat is een nadeel van routine."

"Als je verhuist naar een ander land, word je wakker. Het was ook fijn dat we erg op elkaar waren aangewezen. Hier merk ik meteen weer dat we alle drie ons eigen ding doen. 's Avonds komen we elkaar tegen aan de keukentafel. Daar waren we samen Alice in Wonderland."

"En die natuur. Niet normaal zo mooi. De Santa Monica Mountains waren voor ons een kwartier rijden. Op zaterdagochtend ging ik er vaak heen met de hond. Groene bergen, rotsen, rust en toch zo dicht bij die immense stad. Echt te gek."

Zit u dan nu weer, naast de Albert Cuypmarkt in de regen.
"Ja, het is effe wennen. Ik roep thuis de hele tijd: jongens, we zijn niet teruggekeerd naar de Gazastrook, houd eens op met klagen."

Zoals de tekst op de Babette Labeij-tas die u hier verkoopt: niet zeuren maar zingen.
"Dat is helemaal mijn motto. Ik wilde liever 'niet zeiken maar zingen', maar dat was te ordinair. Ik gebruik die spreuk als leerlingen zich te veel verliezen in techniek. Als ik lesgeef of iemand coach voor een programma of een concert, probeer ik dat te doorbreken door te zeggen: laat de kennis over zingen maar even voor wat het is, zing eens vanuit je hart."

Dat is de kern van uw boek, toch?
"Ja. Uiteindelijk is dat het allerbelangrijkste. Vooral beginners die héél, héél, héél graag goed willen worden, zijn erg bezig met hoe ze bepaalde tonen moeten raken, of hun timing goed zit, of ze goed staan. Dat doet er allemaal toe natuurlijk, maar ik zeg altijd: ho, ga eerst eens effe zingen. Gebruik je stem, open je mond, maak geluid."

"Een coach of jurylid voelt of iemand uit zijn comfortzone durft te stappen. Dat is emotioneel, zo wil je het. Ik help mensen dat zo goed mogelijk te doen. In een talentenshow hebben deelnemers twee minuten om te laten zien wat ze in huis hebben. Daar houd ik van. Ik kan uitstekend onder druk werken. Geef mij Flappie maar, die kotsmisselijk is van de zenuwen en zo op moet. Juist dan ga ik aan om Flappie zo op het podium te krijgen dat hij gaat shinen."

Willen alle kleine Flappies die héél, héél, héél graag goed willen zingen
ook beroemd worden?
"Ja, zeker de kinderen die zich melden voor The Voice Kids."

Vindt u dat niet zielig soms?
"Nee. De kinderen worden waanzinnig goed begeleid. Ik zou er ook nooit aan meewerken als het echt zielig zou zijn. Ik moet het hebben van een muziekschool waar vijfhonderd mensen per jaar komen zingen. No way zou ik mijn goede naam op het spel zetten. Ik ben superalert op de vraag of er iets zit achter een verlangen om te zingen."

Of iemand. Ik zie hier geregeld moeders die THE VOICE KIDS op hun voorhoofd hebben staan.
"Ja, we maken aan de lopende band mee dat moeders nog net niet (ze strekt haar been alsof ze iets zwaars vooruit schuift) dít doen om een kind naar binnen te duwen."

Beeld Erik Smits

"Wij zitten daar wel op hoor. Ik heb een zesde zintuig voor ongezonde eagerness, bij de kinderen en bij hun ouders. We wijzen bij The Voice Kids ook geregeld iemand af puur en alleen daarom. Zo'n meisje van negen dat al binnenkomt in een Beyoncé-outfit. Ik heb afgeleerd me daarmee te bemoeien. Heel soms kan ik het niet laten."

Dan zegt u: mevrouw, u bent iets te dwingend?
"Nou, dan ben ik wel een tandje duidelijker dan dat. Eigenlijk moet ik mijn mond houden, want het is weleens uitgelopen op een ordinaire ruzie. Wat ik wel zeg, is dat ik even met het kind in gesprek ben als een moeder in mijn oor begint te tetteren. De vraag waar het mij om gaat kan alleen door het kind worden beantwoord: vind je het leuk? Anders ga je toch lekker voetballen. En dan zo'n moeder: 'Nee, ze zingt thuis echt de hele dag hoor.'"

"Met die dynamiek kan ik nu prima omgaan. Ik heb veel opgestoken van psychologen van talentenprogramma's. Steun voor het kind zonder de ouders af te vallen. Ik ben streng maar liefdevol."

Melden zich hier ook mensen die niets meer voor ogen hebben dan dat het net wat beter klinkt als ze staan te zingen bij het opvouwen van de was?
"Ja, massa's. Daarvoor is deze plek bedoeld. Je hoeft niets te kunnen om hier op les te komen. Zingen is van iedereen."

Maar u begrijpt het verlangen naar roem natuurlijk als geen ander.
"Ja joh, er was geen ontkomen aan. Ik moest en ik zou de beste en beroemdste zangeres van Nederland worden."

Ik moet denken aan het verhaal dat Kate een keer naar u toe liep en uitgelaten riep: 'Ik krijg straks les van Babette Labeij!' Ze had geen idee dat u het was. Vindt u dat dan ergens vervelend? Het is niet wat u voor ogen had, ooit.
"Haha, nee man, dat was te gek. Het is de beste erkenning die ik kan krijgen voor het vak dat ik uiteindelijk heb gekozen. Mijn naam is een merk. Ik ben niet beroemd, maar ik heb een instituut neergezet waar kinderen uit heel Nederland naartoe komen om het allertofste te doen wat er is: zingen."

Hoe komt het dat u niet onze Madonna bent geworden?
"Het zou makkelijk zijn om te zeggen dat ik het niet in me had, maar dat denk ik oprecht niet. Ik kan mooi zingen, ik heb ook kansen gekregen, met een album en goed bezochte optredens."

Jeugdfoto Babbette Labeij Beeld Privé

"Misschien miste ik toch een bepaalde focus, die iemand als Trijntje met wie ik een tijdje gelijk op ging, wel had. Zij was wakker en wist wat ze wilde. Ik vond het toch ook heel interessant om met al die heavy muzikanten door te zakken. Beetje stoer doen, losgaan."

Bent u iets meer over die kant van uzelf te weten gekomen door uw verhaal op te schrijven?
"Geen idee. Het is best raar gelopen met dat boek. Ik was van plan om in LA mijn methode eens op papier te zetten. Een soort zingen voor dummy's. Leek me leuk. Ik houd erg van overzicht, ik maak altijd hysterisch lijstjes van alles, beetje dwangmatig."

"Mijn persoonlijke verhaal zou er nooit in komen, dat schreef ik alleen als richtlijn voor mezelf, om het compleet te hebben. De uitgever vond dat het er juist in moest, omdat het duidelijk maakt waarom ik coach en lesgeef zoals ik het doe. Daar had ik moeite mee. Ik wil mezelf niet neerzetten als dat zielige meisje dat zichzelf heeft opgewerkt."

Met zielig doelt ze op de suïcide van haar moeder. Babette was toen veertien, haar broertje negen. Niemand zag het aankomen, zegt Labeij.

"Ik vind het moeilijk dat haar dood in het boek staat. Gisteren ging het naar de drukker. Mijn redacteur appte me jubelend en ik reageerde met 'getver'. Het maakt me zo kwetsbaar. Ik vind het ook eigenlijk niet boeiend."

In de zin van dat het er niet toe doet in uw visie op zingen?
"Ja. Voor mij is juist belangrijk om duidelijk te maken dat ik misschien níet zo ben veranderd door haar dood. Ik heb mijn moeder verschrikkelijk gemist en ik mis haar nog, maar ze staat niet in de weg van mijn geluk en mijn dromen. Ik was altijd al megafantasierijk en bazig. Daarom sta ik waar ik nu sta."

Uw moeder ging plotseling en midden in uw puberteit dood. Wat veranderde er wel?
"Ik ben, wij zijn, natuurlijk door een hel gegaan. Wij waren het perfecte gezin. Altijd muziek, altijd lekker eten, heel erg gezellig. Mijn moeder en ik waren ook ontzettend hecht met elkaar."

"Dus ja, ik heb in elk geval tot mijn veertiende een heel toffe tijd gehad, Dat is toch heel wat. En toen besloot zij ineens te stoppen en haar kinderen achter te laten."

Nooit gemerkt dat er iets was met haar, voor zover u zich kunt herinneren?
"Nee. Alleen de laatste paar dagen gedroeg ze zich anders, afwezig. Als zij manisch depressief was geweest, of iets anders had gehad, leef je als gezinsleden met de mogelijkheid dat zoiets kan gebeuren."

"Wij waren volslagen onvoorbereid op haar besluit. Ik zeg nog en het klinkt heel hard: ik wou dat ze kanker had gehad. Dan had ik het kunnen verhapstukken. We zijn nu meer dan dertig jaar later en ik kan er nog steeds niet te diep ingaan."

Ze blaast een haarlok weg.
"Maar ja, misschien is het goed dat ik het heb opgeschreven. Ik ergerde me altijd dood aan het ophemelen van bekende mensen die zelfmoord pleegden. Dan zat ik me te verbijten voor de tv: nu wil ik met mijn verhaal. Hoe denk je dat het voor een kind is als een ouder ertussenuit knijpt."

"Ik ben gewoon woedend geweest. Was ik niet leuk dan? Was het zo zwaar? Zo denk je als kind. En nog steeds. Soms. Ik begrijp heus wel dat ze ziek was, maar ik ben fokking 45 en nog steeds snap ik niet hoe je het zover kunt laten komen dat je je kinderen in de steek laat? Ik kan er niet bij. Ik wil er ook niet bij."

Praat u over haar?
"Ik praat graag over de leuke dingen van mijn moeder en ze was ook zo leuk, maar er is bijna niemand die haar ook kende met wie ik die verhalen kan delen. David was pas negen toen het gebeurde. Met mijn vader praat ik niet over haar, hij kan het nog steeds niet handelen."

En broers of zussen van haar?
"Die had ze niet. Ze was enig kind. We hebben niets. Bijna de hele familie is uitgemoord in Auschwitz. Mijn opa en oma kwamen wel terug, allebei 45 kilo licht. Ze kregen eerst een doodgeboren zoontje."

"De dokter zei dat het niet meer zou lukken nog een keer zwanger te worden, omdat mijn oma zo kapot was van binnen. Twee jaar later kwam toch mijn moeder. Een wonderkind. Zij moest alles goedmaken, het jammerlijke tweede generatieverhaal. Dat zal haar ook hebben getekend. Hoe, I don't know, ze had het er nooit over."

Praat u er wel over met uw dochter Nikki?
"Ik probeer wat familiegeschiedenis mee te geven zonder dat het te dramatisch wordt. Zij heeft het boek als eerste gelezen. Het verhaal over mijn moeder staat er heel rustig, zonder vreselijke details."

"Ik kan er een hele film van maken, dat is het niet. In de dagen, weken, maanden, jaren na haar dood zijn zulke bizarre dingen gebeurd. De manier waarop ze doodging, riep al zo veel vragen op. Er werd ons weinig verteld en we hebben haar ook niet meer gezien."

"Ik weet nog dat ik het bijna spannend vond. Jaren dacht ik dat ze nog leefde, dat ze het allemaal in scène had gezet. Dan zag ik op de Cuyp een schim en dacht ik: o fuck man, ze komt even naar me kijken. Dat gaf ook wel troost en rust."

"Ik geloof niet in het hiernamaals. Mensen zeiden dat ze vanzelf naar me toe zou komen als ik zou mediteren. Ik heb alles uitgeprobeerd, nooit iets gevoeld. Maar fantaseren dat het allemaal fake was, zoals in een film, daar had ik wat aan. Zo heb ik een paar jaar doorgemodderd. Tot ik weer een beetje gelukkig kon zijn."

Gaat uw vader het boek lezen?
"Nee. Ik heb gezegd dat hij het niet moet doen. Leuk naar het omslag kijken, denken: wat een mooie dochter heb ik, en het dan wegleggen."

U bent op uw zestiende van huis weggelopen. Heeft het gezin zich hersteld?
"Ja. Dat ik wegliep, was natuurlijk heftig voor mijn vader. Hij deed zo zijn best het gat op te vullen, maar het ging niet. Ik kon niet meer in dat huis zijn. Ik voel nu nog het lood in mijn schoenen als ik na school de voordeur opendeed en alle ellende over me heen viel. Hij kon niet aanzien dat wij zo verdrietig waren, wij konden zijn verdriet niet aan. Het was gedoe gewoon."

"En dan was ik ook nog eens een onwijze puber. Gelukkig hebben we veel zelfspot. Dat sleurde ons erdoorheen, uiteindelijk. Mijn vader is later opnieuw getrouwd, heel gelukkig. Ik heb twee halfzusjes van vijftien met wie ik een bijzondere band heb. We hebben echt een nieuwe gezinsformatie die werkt. Daar ben ik ontzettend trots op."

Hielp het om te zingen in de jaren na uw moeders dood?
"Ja. Als ik zong of optrad, was ik niet met haar bezig. Dan was ik effe de ster, kwam de droom terug over beroemd zijn. Ik had veel werk als zangeres destijds, dat gaf zelfvertrouwen en voldoening. En als ik dacht: hé, het gaat best goed met me, maar nu wil ik effe huilen om mama, zette ik een mooi nummer op en ging ik helemaal stuk. Janken, gillen, schreeuwen, alles, en dan zette ik het weer af. Klaar."

Schrok u toen u merkte dat de dagen waarop het goed ging zich begonnen te vermenigvuldigen?
"In het begin wel. Dan dacht ik: shit, ik moet alles van haar onthouden, ze mag niet wegebben. Als ik daar bang voor was, zette ik een liedje op. Ik doe het nog. Wij draaiden altijd muziek thuis, ik heb veel muzikale herinneringen. Daar heb ik veel aan. Ook met andere dingen die niets met mama te maken hebben."

Beeld Erik Smits

"Ik denk dat veel mensen het kennen. Je zit in de auto, je moet werken, eigenlijk ben je te moe, je zet een bepaald nummer op, en daar komt de energie. Gisteren had ik het nog."

"Ik moest naar Rotterdam voor een vergadering, ik was gaar, hup, We Didn't Start the Fire van Billy Joel aan en gaan. Ik heb hier op school ook heel wat mensen voorbij zien komen die ergens mee worstelen en door dat uurtje zingen naar buiten huppelen. Voor even misschien, maar even is even, die heb je binnen. Dat weet ik maar al te goed."

Ze aarzelt even. Dan zegt ze: "Ik vind het irritant als mensen vragen of ik het een plek heb gegeven. Een plek geven wekt de indruk dat ik er vrede mee heb. Dat heb ik niet, maar ik kan ermee leven. Wel denk ik dat haar dood me harder heeft gemaakt."

Voor uzelf?
"En voor anderen. Ik hou niet van getut, vind iets snel gezeik. Ik heb ook jaren dat getut gedaan hoor. 'Ik ben zo zielig, ik heb geen moeder.' Ja. Kut. Tuurlijk. Maar op een zeker moment is het klaar, het helpt geen reet, dat slachtofferige."

"Juist dat is iets wat je veel tegenkomt bij mensen die goed willen zijn in zingen. Er zijn altijd dingetjes: 'Ik had een zware dag dus mijn stem is niet helemaal dit of dat'; 'Ik voel me niet zo goed vandaag dus het komt er niet uit'."

"Ik snap heel goed dat je stem constant communiceert met je hele wezen en de omstandigheden, maar ik probeer mensen juist te leren dat te gebruiken. Dit is je instrument, deal with it. Bek houden en zingen."

Babette Labeij: Zing! Dromen. Durven. Doen.
Uitgever Nijgh & Van Ditmar, €21,50.

Babette Labeij

Geboren
23 februari 1973, Amsterdam

1985-1991
Vossius Gymnasium

1991-1993
Hilversums Conservatorium jazz zang

1991-1997
Studiozangeres, optreden met Babette & Friends

1995
Begin geven van zanglessen

1997
Eerste album Babette

2001
Oprichting Babette Labeij Music Academy

2005-heden
Zangcoach bij tv-programma's (oa Kinderen voor Kinderen, Junior Songfestival, The Voice)

2016
Oprichting music label Superba Music

2018
Opening Babette Labeij Music Academy in Rotterdam

Van 2012 tot 2018 woonde Babette Labeij met man, dochter en hond in Los Angeles. Sinds de zomer wonen ze in Amsterdam-Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden