PlusInterview

Artistiek directeur Ulrike Niehoff vaart nieuwe koers met Concertgebouworkest

Ulrike Niehoff, de nieuwe artistiek directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest, houdt van onverwachte programmacombinaties. En ze gaat vrouwelijke componisten in het licht zetten. ‘Eerst excellent uitvoeren, daarna pas oordelen.’

Ulrike Niehoff, artistiek directeur van het Concertgebouworkest. ‘Ik verheug me op de samenwerking met Pierre Audi: hij is een visionaire man.’ Beeld Anne Dokter
Ulrike Niehoff, artistiek directeur van het Concertgebouworkest. ‘Ik verheug me op de samenwerking met Pierre Audi: hij is een visionaire man.’Beeld Anne Dokter

lrike Niehoff (44), de nieuwe artistiek directeur van het Concertgebouworkest, brengt namens de kersverse driehoofdige directie van het Concertgebouworkest, goed nieuws. Voormalig chef-dirigent Riccardo Chailly komt terug. Hij zal de komende seizoenen jaarlijks op de bok staan, met programma’s die hij in Amsterdam niet eerder heeft gedirigeerd. Verder wordt Pierre Audi ‘creatief partner’ en komen dirigenten als Iván Fischer, Susanna Mälkki, Daniel Harding, Santtu-Matias Rouvali, Tan Dun, Paavo Järvi en Jaap van Zweden langs met interessant repertoire. John Eliot Gardiner dirigeert een Brahmscyclus, Trevor Pinnock leidt in april 2022 Bachs Johannes-Passion.

In haar nieuwe kantoor in het Concert­gebouworkesthuis aan de Gabriël Metsustraat konden we Ulrike Niehoff een paar vragen stellen.

Hoe word je artistiek directeur van het Concertgebouworkest?

“Men wordt gevraagd. In mei 2020 werd ik be­naderd of ik interesse had. Dat gaat via een headhunter. De beslissing was snel genomen. Later ga je dan nadenken hoe je het je allemaal voorstelt en volgen er talloze gesprekken, ook met musici. Dat laatste is bijzonder, want mees­tal praat je alleen met besturen. Omdat de musici hier evident zo nauw bij alles betrokken zijn, gaf me dat meteen een heel goed gevoel. En dat is nodig, want je zet toch met je hele gezin een grote stap naar een nieuwe stad, een nieuw land, een nieuwe omgeving. Onze zoon is net vijf geworden. Het zal nog een uitdaging worden om gelijke tred te houden met zijn Ne­derlandse taalontwikkeling.”

Uw vorige baan was bij de Wiener Symphoniker. Ging het daar anders?

“Ze hebben daar geen artistieke commissie met musici, om eens iets te noemen. Het gaat daar zonder twijfel formeler.”

Kunnen we uw smaak en inzichten al meteen terugzien in het programma van het nieuwe seizoen?

“Het meeste voor 2021/2022 was al voorbereid door mijn voorganger, Joel Fried, maar op de­tailniveau was er nog wel wat te doen. En in deze coronatijd moeten er voortdurend aanpassingen worden gemaakt, soms op het laatste moment.”

U hebt Pierre Audi als creatief partner binnengehaald.

“Dat is een voorlopig driejarige samenwerking, waar ik me enorm op verheug. Hij is een visionaire man. In november komt hij met Tan Duns Requiem for Nature en in februari met twee voorstellingen in de Gashouder, waarvoor we een grote naam buiten de klassieke muziek hebben uitgenodigd. Later dit jaar volgen meer details.”

Was corona nog van invloed op het denken over nieuwe programma’s?

“We zijn er met veel optimisme ingegaan. We geloven dat we spoedig voor een publiek kunnen spelen, hopelijk voor een volle zaal, omdat iedereen daarnaar smacht, niet in de laatste plaats wijzelf. Als er iets geleerd is van deze crisis, is dat een orkest juist bestaat voor een publiek.”

Bestaat er zoiets als een typisch Ulrike Niehoffprogramma?

“Moeilijke vraag. Een programma is voor mij geen vaste vorm; nieuw stuk, klassiek stuk, romantisch stuk. Ik denk liever in een totaalcontext. Een hele Stravinskyavond bijvoorbeeld, gecombineerd met dans of met visuals, om één klein voorbeeldje te geven. Wat ik, concreter, ein wunderbares Programm vind dat we volgend seizoen doen, zijn de drie concerten rond het thema Made in America in januari, met werken van Jennifer Higdon, Julia Wolfe, George Walker, Morton Feldman, maar ook Varèses Amériques en John Williams en Bernard Herrmann. Prachtige, onverwachte combinaties maken, dat spreekt me zeer aan. Joey Roukens, Haydn en Sweelinck bijvoorbeeld – gepland voor oktober.”

Hoe ziet u de rol van de eigentijdse muziek?

“Ik zou in de toekomst eigenlijk geen onderscheid meer willen maken tussen ‘kernrepertoire’ en ‘het nieuwe’, al is de flexibiliteit van een symfonieorkest op dat gebied natuurlijk beperkt. Het is in elk geval belangrijk dat het substantiële werken zijn. Liever de hele Johannes-Passion van Goebaidoelina, om één voorbeeld te noemen, en niet alleen maar stukken van tien minuten.”

Ik begrijp dat uw kennis van Nederlandse componisten nog wel wat aandacht nodig heeft.

“Ja. Ik beschouw dat als een heel prettige vorm van huiswerk. Nieuwe werelden ontdekken is een groot plezier. Ik wil zeker ook op zoek gaan naar goede Komponistinnen, van nu en van vroeger. Ik denk aan vrouwen als Louise Farrenc en Florence Price, die het verdienen door een excellent orkest te worden uitgevoerd. Pas daarna kun je zeggen of ze naast hun tijdgenoten Schumann en Berlioz standhouden.”

Nu Chailly terugkeert, is het wachten op Simon Rattle. En Teodor Currentzis.

“Daar wordt aan gewerkt.”

Wat is eigenlijk uw favoriete popmuziek?

“Ik ben een kind van de Britpop, maar wat ik altijd heel goed ben blijven vinden is Arcade Fire. Ik heb laatst Lizzo ontdekt. Hiphop. Sehr gut und spannend.”

Tot slot. Hebt u een muzikale held of heldin?

“Dan denk ik als eerste aan Lili Boulanger. Zeer jong gestorven, zeer groot talent. Haar muziek raakt me diep.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden