Plus Interview

Arnon Grunberg: ‘Ik heb om dit verhaal erg moeten huilen’

Bezette gebieden, de nieuwe roman van Arnon Grunberg, gaat over loslaten, schuldgevoel en liefde. Het verhaal komt volgens de schrijver dicht bij hemzelf. ‘Ik heb de neiging te veel te willen vasthouden.’

Arnon Grunberg: ‘Steeds vaker denk ik dat schuld niet altijd een goede raadgever is.’ Beeld Daniel Cohen

Hek opzij schuiven, trapje op bij de eerste woonwagen, luidt de aanwijzing. Arnon Grunberg is een poosje ingetrokken bij een familiecircus in Amsterdam. Het stond al een tijdje op zijn verlanglijst.

Grunberg (48) houdt ervan embedded te gaan: de Nederlandse troepen in Afghanistan, de crisisdienst, een circus. Hij wijst naar een kleine woonwagen een eindje verderop. Het is er koud en vochtig. “Als ik eenmaal met sokken aan in bed lig, gaat het wel, maar als ik ’s ochtends om zes uur moet plassen, loop ik vijftig meter door de kou naar de wc. En ik ben helemaal geen kampeerder.”

Een klacht is het niet. Zoals altijd is hij nieuwsgierig naar hoe anderen leven en wil hij ergens bij horen, meedoen, accepteren en geaccepteerd worden, in elk geval tijdelijk. “Ze werken keihard in het circus,” zegt hij. “Een beetje zoals ik. Op de dag dat mijn moeder overleed, schreef ik wel gewoon een column.”

Het woord moeder is gevallen. Aanleiding voor dit gesprek is Grunbergs nieuwe roman Bezette gebieden, opvolger van de moederroman Moedervlekken (2016). Beide boeken draaien om psychiater Otto Kadoke (spreek uit Kadoké), gescheiden en kinderloos.

In Moedervlekken is Kadoke bij zijn oude moeder ingetrokken, hij slaapt weer in zijn kinderkamer en zorgt voor haar. Dan besluit hij een patiënte met zelfmoordneigingen mee naar huis te nemen met de bedoeling haar te redden. Praktisch is het ook: zij kan intussen voor moeder zorgen. Maar maakt Kadoke niet een enorme misstap als psychiater? En wie redt uiteindelijk wie?

In Bezette gebieden komt Kadoke ten val als een romanschrijver Kadokes verhaal verdraaid optekent. Dan vertrekt hij, vleugellam, maar verliefd, naar een nederzetting in Israël.

Het schrijven van Moedervlekken was emotioneel, zei u in een eerder interview. Uw moeder was net overleden. Hoe ging dat bij Bezette gebieden?

“Bezette gebieden komt dicht bij mezelf. Ik heb gelachen, maar ik heb ook erg moeten huilen. Het afgelopen jaar heb ik sowieso veel gehuild, en ik ben niet zo’n enorme huiler. Bij het teruglezen greep het me weer aan.”

“Misschien is het gek om om je eigen boek te huilen, maar het is als huilen om een film of een ander boek. Het is een verhaal waar je helemaal in zit. Toen mijn moeder stierf, had ik de rouw zo verwacht, dat het meeviel. Misschien is de rouw later gekomen, daarna pas, via omwegen.”

In Bezette gebieden verdwijnt Kadokes vader gaandeweg naar de achtergrond. Hij kan hem loslaten?

“Loslaten is moeilijk. Ik vind het in elk geval heel moeilijk. Ik heb de neiging te veel te willen vasthouden. Tussen ouder en kind is dat moeilijk, maar ook tussen geliefden en vrienden. Doordat ik een sterke beroepsethiek heb, laat ik noodgedwongen vaak los. Ik heb altijd een excuus om weg te gaan, ik moet werken. Maar steeds als ik zeg: ‘Ik moet weg’, stel ik iemand teleur. Daar worstel ik mee. Het geeft me een schuldgevoel en vervolgens compenseer ik dat. Ik meen mijn vertrek te moeten goedmaken. Kadoke zegt tegen zijn nieuwe geliefde: ‘Ik wilde je te veel, ik wilde je niet genoeg.’ De vraag is: moet je naar je schuldgevoel luisteren?”

En?

“Mijn trainer van krav maga, een verdedigingssport, stond op het punt te trouwen, de bruidsjurk was al gekocht, en toen wilde hij niet meer. Hij kreeg als raad: vermoord je schuldgevoel, want je helpt er niemand mee.”

“Het is een interessant dilemma. Moet je naar je schuldgevoel luisteren en na vijftig jaar huwelijk zeggen dat je schuld en liefde hebt verward? Steeds vaker denk ik dat schuld niet altijd een goede raadgever is. Schuldgevoel kan zelfs een uitnodiging zijn tot manipulatie. Hier is mijn schuldgevoel, maak er gebruik van.”

Kadoke probeert een patiënte die zichzelf snijdt te redden door haar thuis op te vangen. Zouden meer mensen dat moeten doen?

“Ik liep een tijdje mee in een jeugdinrichting. Dat greep mij enorm aan. In theorie zou je je kunnen voorstellen dat sommige mensen niet te helpen zijn, maar als je iemand leert kennen, is dat bijna niet meer te doen. Het is misschien arrogant om te denken dat ik het kan oplossen, zoals Kadoke dacht dat hij het kon oplossen, maar het is wel de overtuiging: deze persoon laten we niet verzuipen in het systeem.”

“Een meisje uit die jeugdinrichting, ze ging me zo aan het hart, heb ik geprobeerd aan een stageplek te helpen bij mijn uitgeverij. Het is nog niet helemaal gelukt, maar ik hoop dat ze daar binnenkort wel gaat stage lopen. Het helpen kan ook een dagtaak worden, iets wat je niet overziet, waardoor je je eigen omgeving verwaarloost. In die zin is het misschien goed dat de meeste mensen het niet doen.”

Als Kadoke even niemand heeft om te redden, wordt hij verliefd. Het ­verliefd worden lijkt op een weloverwogen besluit. Kan dat?

“Ik denk dat verliefd worden vaak onbewust een besluit is. Waarom ga je achter iemand aan? Iemand is sympathiek, charmant, sexy, maar er is een moment dat je besluit er werk van te maken. Kadoke is op een gegeven moment zo diep gevallen als psychiater, dat hij denkt: dan nu maar verliefd worden. De vrouw op wie hij verliefd wordt, is complex. Ik zou op zo’n vrouw ook verliefd kunnen worden. Ze is stoer. Ze hebben seks gehad en meteen daarna wil zij zich terugtrekken om te bidden. Dat vind ik aantrekkelijk. Vermoedelijk ook omdat ik het niet helemaal begrijp.”

Zijn geliefde Anat is orthodox-joods en woont in een nederzetting bij Jeruzalem. Wanneer was u nog in een nederzetting?

“Mijn zus woont er. Mijn moeder is in Israël begraven en toen ben ik bij haar geweest. In zo’n nederzetting kun je heel goedkoop wonen. Je vindt er een rare mengeling van mensen, ze wonen er om verschillende redenen, economisch, religieus, soms zijn ze mislukt in een ander land of daaruit verdreven.”

“Een nederzetting biedt de veiligheid van het oude dorp. Je weet wie je buren zijn, de deur staat open. Tegelijkertijd staat er een hek omheen en wordt een angstbeeld geschapen: de vijand woont op de andere heuvel, de Palestijnen. Mijn zus heeft zeven kinderen en vijftien kleinkinderen, ze zijn allemaal behoudend. Misschien is het gemakkelijk gelovig te zijn, je volgt de regels, zoals de zevendaagse rouw nadat iemand is gestorven. Dan hoef je niet zelf na te denken over wat je moet doen.”

In de nederzetting is voortplanten belangrijker dan werken. Kadoke wordt behoorlijk onder druk gezet om een kind te verwekken. Wilt u nog steeds vader worden?

“Ik sluit het vader worden niet uit. Maar schrijven blijft voor mij belangrijker dan me voortplanten. Mijn zus heeft lang voor mij gebeden opdat ik een vrouw vind met wie ik kinderen zal krijgen. Misschien bidt ze nog steeds. Dat is heel lief, maar ik denk ook: bid dan om iets wat ík zou willen.”

De oorlog tussen Israël en de Palestijnen is voortdurend aanwezig tussen Kadoke en Anat. Begrijpt u iets van de oorlog?

“Het is enorm complex en erg gelaagd. Ik begrijp veel mensen, ik snap veel kanten van het conflict. Ik snap de slimme Palestijn Fahed die in mijn boek zegt dat hij vroeg of laat als verrader wordt gezien, voor welke misstap dan ook. Maar ik snap ook de streng orthodoxe Anat die met haar zo mogelijk nog gelovigere moeder leeft in haar eigen, veilige wereldje. Ergens heb ik wel goede hoop. Uiteindelijk zullen mensen zich willen losmaken van een aan hen door anderen opgelegde realiteit. Het is een langdurig proces.”

Arnon Grunberg: Bezette gebieden, Lebowski, €24,99. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden