Plus

Arno Kantelberg: 'Ik loop echt niet de hele dag de stijljihadist uit te hangen'

Arno Kantelberg wordt wel de 'stijlpastoor des vaderlands' genoemd. Toch wil hij mode niet groter maken dan het is. 'Je moet toch kleren aan, dan kun je maar beter een beetje je best doen.'

Arno Kantelberg: 'We maken een blad voor hetero-mannen. Homo's en vrouwen mogen meelezen, maar zijn niet onze doelgroep.'Beeld Frank Ruiter/Lumen

Bruin corduroy wordt het. Wijde pijpen en de taille tot boven de navel. Dat soort broeken zie je nu veel op de catwalks in Milaan, weet hoofdredacteur Arno Kantelberg (49) van Esquire.

Wat hij nog niet weet is of hij kiest voor een bandplooi of niet. "Daar gaan mijn kleermaker en ik straks uitgebreid over bomen. Ik vermoed dat hij het too much vindt, een wijde pijp en bandplooi. En misschien heeft hij daar ook wel gelijk in."

Kantelberg gaat na het interview direct door naar Oger in de P.C. Hooftstraat om een nieuw maatpak aan te schaffen, en daar verheugt hij zich op. Dan laat hij zich nog eens helemaal ­opmeten en vervolgens gaan hij en kleermaker Arthur Peute ('de beste van Nederland') de stof uitzoeken. Een tactiele sensatie noemt hij dat.

En dan maar eens rustig doorpraten over hoe het pak er precies uit komt te zien. De taille een centimetertje hoger, of juist een half centimetertje lager. "Echt ambachtswerk, ik heb daar bewondering voor," zegt Kantelberg. "En het is natuurlijk ook gewoon fijn om even wat aandacht te krijgen."

Kantelberg wordt de stijlpastoor des vaderlands genoemd, maar is de eerste om die titel te relativeren. "Er zijn in Nederland nou eenmaal niet zoveel mannen die zich met mode bemoeien en het ook nog een beetje monter kunnen verwoorden."

"Ik ben door drie keer te struikelen in deze rol terechtgekomen. Ik ga mode niet groter maken dan het is, maar ook niet kleiner. We moeten allemaal toch kleren aantrekken, dan kun je net zo goed een beetje je best doen."

Doen Nederlandse mannen hun best niet?
"Het is gespeelde desinteresse, want ze zijn heus wel ijdel. Mode werd lange tijd door mannen als iets nichterigs gezien. Mede door de multiculturele samenleving verandert dat langzaamaan. Vooral Marokkanen zijn ijdele baasjes."

"Net als Italianen zijn zij niet bang om nichterig over te komen, omdat homoseksualiteit in hun cultuur gewoonweg niet bestaat. Nederlandse jongens nemen dat over."

"Het probleem is dat de Nederlandse man geen mentor meer heeft. Vroeger leerde iedere vader zijn zoon hoe je een das strikt en hoe je een jasje draagt, dat gebeurt niet meer. De kleermaker is vervangen door een verveeld kijkende winkelbediende die zo snel mogelijk van je af wil zodat ze weer kan whatsappen met vriendinnen."

U geeft al jaren bekende Nederlanders stijl­advies in Volkskrant Magazine. Nemen zij dat u in dank af?
"Het is soms een ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. Het is niet de bedoeling om vilein te zijn of mannen bij de knieën af te zagen: mijn meeste stukjes zijn bemoedigende schouderklopjes. De meeste reacties zijn ook positief, maar de tenen van sommige heren zijn nogal lang, vooral in Hilversum. Zoals die ene jongen met dat neusje, hoe heet hij ook alweer..."

Filemon Wesselink?
"Ja, die. 'Geef hem een sinas', schreef ik nadat hij in kleuterkleren op de rode loper was verschenen. Was ie boos over. En Frank du Mosch was pissig nadat ik had geschreven dat elke omroep de Aart Zeeman krijgt die hij verdient."

"Maar veel vaker krijg ik leuke mailtjes. Paul de Leeuw vroeg me welke schoenen hij moest dragen en laatst heb ik een regisseur nog naar mijn kleermaker doorverwezen. Op straat word ik een paar keer per week aangesproken. Moeders die mij aanklampen omdat hun zoon moet solliciteren en geen pak heeft. Die help ik dan op weg."

Dat het manchet 1,5 centimeter onder de mouw van het jasje uit moet komen heeft u nu al tig keer geschreven. Bent u niet bang om in herhaling te vallen?
"Iedere ouder weet dat repetitie cruciaal is in de opvoeding. Je moet kinderen er consequent en consciëntieus aan blijven herinneren dat ze hun troep moeten opruimen. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse man en zijn kleding."

Donderdag werd VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff door Kantelberg gekroond tot best geklede man, de verkiezing die Esquire sinds 1997 organiseert. Dat eerste jaar won Pim Fortuyn, daarna waren het alleen maar mannen uit de media- en entertainmenthoek.

"Leuk dat eindelijk weer eens een politicus wint," vindt Kantelberg. Saxofonist Benjamin Herman kreeg een oeuvreaward vanwege zijn constante niveau: "Die ziet er altijd piekfijn uit."

Tot een paar jaar geleden werd ook de slechts geklede man van het jaar gekozen, maar daar is Esquire mee opgehouden. "Dan won Johan Derksen, Jan Smit of Albert Verlinde, maar die hadden daar ook niet om gevraagd. Het is onze missie om stijl over 's heeren akkers te verspreiden, niet om nekklemmen uit te delen."

Albert Verlinde draagt toch wel vrolijke jasjes?
"Het idee dat je goed gekleed bent als je maar een jasje draagt is een hardnekkig misverstand. Je moet meer je best doen. Zijn ex Onno Hoes gaat goed gekleed, maar in huize Verlinde-Hoes was het stijlgevoel oneerlijk verdeeld."

Vertelt u eens over het jasje dat u nu draagt.
"Ik wil mezelf niet oppijpen, maar omdat je het vraagt: die is een doublebreasted made-to-measure jasje van Orazio Luciano, gemaakt door mijn vaste kleermaker in Napels. Kijk hoe die lijnen van alle panden op elkaar aansluiten, dat is echt met wiskundige precisie gedaan. Formidabel. Hier zit uren handwerk in."

Wat kost dat?
"Zo'n pak komt in de buurt van de 2000 euro."

Nu ik toch tegenover de stijlpastoor zit: wat gaat er bij mij allemaal goed en fout?
"Je ziet er heel oké uit. Je draagt mooie schoenen, dat jasje is goed, het boord perfect. Kleuren passen ook prima bij elkaar. De das is iets te breed ten opzichte van de revers, maar hij is mooi gestrikt, met een gootje."

En dan de minpunten.
"Ik ben geen fan van de combinatie spijkerbroek-jasje. Dat is echte poldermode, uitgevonden in Nederland. Verder is je jasje wat aan de korte kant. Scandinavisch zeker? Dat dacht ik al. De functie van een jasje is om de bibs van de man te bedekken. Maar die korte jasjes zijn nu de trend."

Mijn Happy Socks zijn zeker ook mis?
"Als jij de pipo de clown in jezelf ruim baan wilt geven, moet je dat vooral doen. Ik loop echt niet de hele dag de stijljihadist uit te hangen en natuurlijk weet ik ook heus wel dat het allemaal totaal onbelangrijk is."

Het is wel waar u zich als hoofdredacteur van Esquire al bijna 15 jaar mee bezighoudt.
"Esquire is een lifestyleblad, wij schrijven over de buitenkant, over de fijne dingen in het leven. Er staan ook goede journalistieke verhalen in, maar het fundament is mooie auto's, dure horloges en mode. Het is geen need to know, maar nice to know."

Het zit tegen ijdelheid aan.
"Het zit er middenin!"

Een van de zeven hoofdzonden.
"Ik ben opgegroeid in een katholiek Brabants dorp. Je kunt veel van het rooms-katholicisme zeggen, maar niet dat het vies is van uiterlijke pracht en praal."

Op de site van Esquire staan artikelen met koppen als 'waarom wij zo van borsten houden' en 'dit is de beachbabe waar je op zat te wachten'. Waarom richt Esquire zich zo exclusief op de heteroman?
"Omdat we een blad maken voor heteromannen. Homo's en vrouwen mogen meelezen, maar zijn niet onze doelgroep. Anders dan bij kranten is de bladenmarkt scherp gesegmenteerd: leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, sekse en ook seksuele voorkeur zijn daarbij heel belangrijk."

"Onze doelgroep is de hogeropgeleide, bovenmodaal verdienende heteroseksuele man tussen de 30 en 45 jaar oud uit de Randstad. Daar verkopen we advertenties op en daar stemmen we onze tone of voice op af."

"Zo probeer je een communitygevoel te creëren en mannen bij de wereld van Esquire te betrekken. Het liefste had ik mijn doelgroep nog veel scherper in beeld. Adverteerders vormen de helft van de inkomsten, ik moet die stroom op peil zien te houden."

Hoe ziet u de toekomst van het blad?
"Je ziet al langer dat er een verschuiving gaande is in print: nieuws gaat naar websites, zaterdagkranten nemen de rol van weekbladen over. Esquire zal in de toekomst dikker worden, met meer lange verhalen, grote reportages en mooie fotoshoots. Het moet een echt koffietafelblad worden. Misschien zal het dan om de maand verschijnen in plaats van elke maand."

Bent u dan nog hoofdredacteur?
"Dat weet ik niet. Ik wil in de toekomst meer gaan schrijven. Ik heb al aardig wat cadeauboekjes geschreven en volgend jaar verschijnt er een boek over de stijl van schrijvers. Over hoe bijvoorbeeld Louis Couperus, Arthur van Schendel en P.F. Thomése innerlijk en uiterlijk verbinden. En bij Joost Nijsen van uitgeverij Podium heb ik een contract getekend voor een Brabanttrilogie."

Beeld Frank Ruiter/Lumen

Zou u niet graag weer journalistieke verhalen maken, zoals u in het begin van uw carrière deed voor HP/De Tijd?
"Dan zou ik verslaggever moeten worden bij Het Parool, daar kan ik mijn twee hypotheken niet van betalen."

Laat staan uw maatpakken.
"Precies."

Hoeveel heeft u er?
"Een stuk of zestien, en nog twee smokings. Niet allemaal maatwerk hoor. Je kent het verschil tussen maatconfectie en maatwerk? Bij maatconfectie pakken ze een jasje uit het rek dat daarna wordt aangepast. Dan heb je voor 500 euro een knap pak waarbij je schouders tenminste recht zitten."

"De mouwinzet moet precies op het punt zitten waar de arm overgaat in de schouder. De linkerschouder is bij de meeste mannen iets lager dan de rechterschouder. Volgens mijn kleermaker in Napels komt dat doordat de meeste mannen linksdragend zijn. Als je dat niet corrigeert, gaat het jasje trekken. Dat stoort mij."

"Bij maatwerk, su misura in het Italiaans, word je eerst opgemeten door een meneer, nooit door een vrouw. Dan ga je samen de stof uitzoeken die dan geknipt en aan elkaar genaaid wordt. Dat gebeurt dan meestal door vrouwen. Kunnen bij jouw jasje de knoopjes bij de mouwen los? Bij mij wel. En mijn knoopsgat is aan de binnenkant wat rommeliger dan bij een confectiejasje. Dat hoort bij handwerk."

U kunt er uren over praten.
"Dat is omdat je mij ernaar vraagt. Maar geloof me: in huize Kantelberg gaat het bijzonder weinig over stiksels en jasjes en veel vaker over de verdiende koppositie van PSV en over de schoolcijfers van mijn jongste zoon."

Opgebiecht

Leermeester "Toen ik op mijn 21ste begon bij HP/De Tijd hebben Daan Dijksman en Ron Kaal mij alles geleerd wat ik nu weet."

De beste uit het vak "Philippe Remarque heeft van de Volkskrant een heel creatieve en goed geschreven krant gemaakt. Olivier Heimel is hoofdredacteur van Runner's World, dat is een fantastisch blad. Je merkt dat hij een is met zijn lezers."

De slechtste uit het vak "Het blad Monocle, een soort internationale hipsterbijbel. Het is 280 pagina's vol pretentie. Totaal onleesbaar."

Het beste advies ooit gekregen "Show, don't tell. Dat geldt voor elk verhaal dat je schrijft en eigenlijk voor het hele leven."

Slechtste advies "Op de Academie voor Journalistiek werd mij door de docent logopedie verteld dat ik mijn zachte G moest afleren. Uit luiheid heb ik dat nooit gedaan. Laatst las ik dat Nederlandse vrouwen Brabants het meest sexy accent vinden. Eens te meer het bewijs dat luiheid loont."

CV
Geboren
Gemert, 18 augustus 1968
Opleiding
Academie voor Journalistiek en Voorlichting, Tilburg

Loopbaan
1991-1998: redacteur HP/De Tijd
1999-2003:
adjunct-hoofdredacteur Vara-gids, Carp en Nieuwe Revu
2003-:
hoofdredacteur Esquire
2012-:
stijlrubriek in Volkskrant Magazine
2017-:
managing director Men's Health

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden