Plus Ten Slotte

Armando (1929-2018): 'Schoonheid is niet pluis'

Het werk van beeldend kunstenaar, journalist, schrijver, dichter, theatermaker en violist Armando stond in het teken van de Tweede Wereldoorlog, hoezeer hij dat ook wilde relativeren.

Armando in 2003 Beeld Mark Kohn

Je kan het een intrigerende speling van het lot noemen dat de beeldend kunstenaar, dichter, journalist, schrijver, documentairemaker, theatermaker en violist Armando, die als Herman Dirk van Dodeweerd op 18 september 1929 in De Pijp in Amsterdam ter wereld kwam, zondag op 88-jarige leeftijd is overleden in de Duitse stad Potsdam.

Daar werd in 1933, door een ceremoniële handdruk van Hindenburg en Hitler, de basis gelegd voor een periode van angst en terreur die allesbepalend zou zijn voor het leven en het werk van Armando. En daar had Armando op een voormalig kazerneterrein sinds 1989 een atelier, de plek waar ooit Hitlers favoriete beeldhouwer Arno Breker werkte.

Fascinatie
Toch wenste hij zich niet te beschouwen als een 'Tweede Wereldoorlogschilder'. "Ik schilder over de tragiek van de mens. Oorlogen zijn er altijd geweest. Kaïn sloeg Abel dood en daar is het mee begonnen. Wat zitten we te zeuren over de Tweede Wereldoorlog? Toevallig heb ik die meegemaakt," zei hij vier jaar geleden in een interview in Het Parool.

Dat hij daarmee zijn fascinatie, om niet te zeggen obsessie, misschien wat te veel relativeerde, bleek in datzelfde vraaggesprek, waarin hij suggereerde dat de schoonheid in de nazi-jaren 'haar gezicht had verbrand', zoals dichter Lucebert het formuleerde.

Armando zei het iets anders: "Schoonheid is niet pluis. Dan moet ik altijd denken aan een vrouw die in een concentratiekamp had gezeten en in een koor kerstliedjes moest zingen. Ze vertelde dat er één stem was die er bovenuit kwam: die van een heel beruchte bewaakster. Dus böse Menschen haben keine Lieder: dat is niet waar."

Massapsychose
Met duizenden mensen heeft hij naar eigen zeggen over de Tweede Wereldoorlog gesproken. "Na de oorlog wist ik niet hoe snel ik naar Duitsland moest gaan. Ik was nieuwsgierig naar hoe zij de oorlog hadden beleefd."

Hij wilde achterhalen wat het geheim was van die massapsychose en kwam er gaandeweg achter dat alle gruwelijkheden die voor onmenselijk worden gehouden, juist al te menselijk waren. Het zou de blauwdruk worden van zijn wereldbeeld, dat in al zijn kunstwerken wordt gereflecteerd, al ontkende hij elke een-op-een-relatie altijd stellig.

Toch hoef je slechts naar de titels te kijken die hij aan zijn beeldende werk gaf, om te zien waar het hem om ging: Aantekeningen over de Vijand, Krijgsgewoel, Feindbeobachtung, Het Gevecht, Mitleid mit dem Feind, Feindlage.

Van Dodeweerd
Dan wordt ook duidelijker waarom hij de naam Van Dodeweerd wegpoetste, tot in de burgerlijke stand aan toe, en verving door Armando, dat ongeveer 'de zich wapenende' betekende. Wanneer hij dat pseudoniem - hij had zelf een hekel aan dat woord - ging gebruiken, is lastig te achterhalen. In interviews vertelt hij dat zijn moeder hem al zo noemde.

Bepalend was zijn jeugd in Amersfoort, waar hij in de buurt woonde van het concentratiekamp dat de Duitse bezetter daar had ingericht. Hij zag hoe gevangenen naar het kamp werden gevoerd en deed daarvan verslag in het boek De straat en het struikgewas, waarvoor hij in 1988 de Multatuliprijs ontving. Hij zag ook hoe buurtgenoten de ogen sloten voor de gebeurtenissen daar. "Het interesseerde ze niet." Maar hem wel.

En hij wist sindsdien ook waartegen hij zich moest wapenen.

Armando ging na het Van Oldenbarnevelt Gymnasium in Amersfoort en het Baarnsch Lyceum enkele jaren kunstgeschiedenis studeren, maar toen de kans zich voordeed in 1958 te gaan schrijven voor de Haagse Post, was het studentenleven voorbij. Bij de Haagse Post werd hij uiteindelijk chef der kunstredactie.

Tripletalent
Zo ontwikkelde hij zijn dubbeltalent van schrijver en beeldend kunstenaar, dat eigenlijk een tripletalent was, omdat hij ook viool speelde.

Misschien was het zelfs een quadrupletalent, want bij het grote publiek was hij in de jaren zeventig en tachtig vooral bekend als Man 1 uit het televisie- en theaterprogramma Herenleed, waarin hij met Cherry Duyns (Man 2) en Johnny van Doorn (moeder, koning, kabouter) Beckett- en Ionescoachtige dialogen ten gehore bracht.

Armando was een van de weinige kunstenaars die bij leven een museum naar zich genoemd kreeg, dat was gevestigd in de voormalige Elleboogkerk in Amersfoort. In 2007 brandde dat vrijwel geheel af, waarbij niet alleen tientallen schilderijen van Armando, maar ook zijn volledige archief verloren ging. Hij zei dat hij 'er geen nacht van wakker had gelegen'. Veel erger vond hij het dat er ook bruiklenen van Dürer en Ruysdael waren verwoest.

"Ik heb niet zo'n hoge dunk van mezelf," zei hij in 2014. Maar soms dacht hij ook: 'dat ik daartoe in staat was!' "Dat heb ik ook als ik gedichten of proza lees van vroeger. Dan denk ik: Jezus Christus, dat is niet mis."

Lees ook: Stadsdichter K. Schippers over Armando: Een begraven gesprek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden