Interview

Armand: 'Ik was vooral aan het blowen, daar lijdt je geheugen niet onder'

Armand, bekend van de sixtieshit Ben Ik te Min, is donderdag op 69-jarige leeftijd overleden. Parooljournalist Peter van Brummelen sprak in september van dit jaar nog met de protestzanger. Het interview is hieronder terug te lezen.

'Zeker tachtig procent van wat er op mijn concerten afkomt, had mijn eigen kind kunnen zijn'Beeld Koos Breukel

Heel af en toe staat zelfs Matthijs van Nieuwkerk met zijn mond vol tanden. Toen eerder dit jaar Armand en The Kik ter promotie van hun gezamenlijke album te gast waren in DWDD bijvoorbeeld. In het praatje voorafgaand aan de beruchte minuut die artiesten mogen optreden, nam Armand de leiding over. Hij gaf geen antwoord op de door Van Nieuwkerk gestelde vraag, maar hief spontaan een gedicht aan:

'Wordt u aan alle kanten te vet/duik dan met uw partner in bed/Hebt u geen partner of lief/Kom dan zelf aan uw gerief.'

Armand (die 69 jaar geleden in Eindhoven werd geboren als Herman van Loenhout) geniet bij de herinnering. 'Was die Matthijs echt effe stil, hè. Ik had hem bij zijn kloten. Yeeeeeeah! Altijd zo rap van de tongriem gesneden, die vent, maar bij mij kwam hij er mooi niet tussen.'

Boudewijn de Groot
Dat gebeurt vaker als Armand aan het woord is. Vandaag ook. De bedoeling was: een interview met Armand én The Kik. In het begin doen Kikleden Dave von Raven en Arjan Spies nog manmoedige pogingen ook aan het woord te komen, maar al snel geven ze zich gewonnen, wat zeker voor meesterouwehoer Von Raven opmerkelijk is. Is ook een kwestie van respect, zegt hij later. 'Armand is wel de grootmeester, weet je.'

In de jaren zestig, het tijdperk waar The Kik zijn inspiratie vandaan haalt, was Armand dé protestzanger van Nederland (oké, Boudewijn de Groot deed het ook goed in die tijd, maar die zat toch wat meer in de hoek van de kleinkunst). De jongens van The Kik bestoken Armand zeker met vragen over die tijd? 'Nou, ze weten er meer van dan ik. Ik word regelmatig verbeterd. Hier zitten mensen die hun huiswerk hebben gedaan, zeker weten.'

Niet dat er met zijn eigen geheugen iets mis is, hoor. Als je je de jaren zestig goed kunt herinneren, heb je ze niet echt meegemaakt, wordt vaak gezegd. Voor Armand gaat dat niet op, hij weet zo ongeveer alles nog. 'Maar ik heb nauwelijks gedronken, hè. Ja, drugs, die waren er wel, maar ik was toch vooral aan het blowen. Daar lijdt je geheugen niet onder.'

Wondermiddel
Bijna-zeventiger Arman is nog altijd een even enthousiaste blower. 'Eén keer heb ik zes weken niet geblowd. Kreeg ik hartritmestoornissen. Echt, ik zat aan de 185 slagen per minuut, ik dacht dat ik dood ging. Aan de bètablokkers, maar het hielp niet. Gelukkig heb ik een goede huisarts en die zei: 'Je moet gewoon weer gaan blowen, jij.' En ja hoor, ik was meteen weer de ouwe.'

Een wondermiddel is het, maar dat wist hij allang natuurlijk. 'Ik was een ziekelijk kind. Ik heb alles gehad: longontsteking, astma, TB, noem maar op. Op mijn twaalfde had ik al twee keer op het randje gelegen. Ik zou niet oud worden, zeiden ze. Altijd had ik het benauwd. Tot ik op mijn negentiende Sjef uit België leerde kennen. Die zei: 'Agge het benauwd het, dan komde ge naar Antwaarpen dan smoort ge wat Congogras en dan is het voorbaai.' En hij had gelijk.'

Toen wiet en hasj in de jaren zestig ook in Nederland hun opgang maakten, was Armand een vooraanstaande softdrugsprofeet. Later heeft hij ook harddrugs gebruikt, maar hij kijkt er met veel spijt op terug. Op het album dat hij met The Kik opnam, een plaat met nieuwe versies van onbekend en oud eigen werk, staat Snelle Jongens, een nummer uit de tijd dat hij naar eigen zeggen twee elektrische gitaren per week wegsnoof.

'Om mijn gebruik te kunnen bekostigen ging ik zelf ook maar coke dealen. Maar dan kwam je pas om een uur of zes 's ochtends thuis, met te veel rotzooi in je neus om nog te kunnen neuken, weet je wel, en dan stonden ze een paar uur later alweer aan de deur: 'Heb je een halfje? En kan ik effe je spiegel gebruiken?' Drie jaar aan één stuk heb ik coke gedaan, ik mag blij zijn dan ik het heb overleefd.'

Waanzinnig optreedschema
En nu we het toch over drugs hebben, was er ook niet een periode waarin Armand speed gebruikte? 'Jawel, maar dat was nog niet die kristalspeed van later, hè. Het waren pillen, Captagon heetten ze, uit België. Dat was toen ik die grote hits scoorde en overal kon optreden, meerdere keren per dag. Maar er waren nog nauwelijks snelwegen, dus ik zat altijd in die wagen. Een grote Cadillac was het, stel mooie wijven erin. Twintig minuten optreden en zzzzzzoef, daar reden we alweer.'

Wat hij maar wil zeggen: met zo'n waanzinnig optreedschema waren pepmiddelen eerder noodzaak dan luxe. 'Maar slopend hè, dat spul. Anderhalf jaar heb ik zo geleefd. Teenbeat schreef: hij heeft een kop als grof bruinbrood. Toen begon ik me toch achter mijn oren te krabben, Jimi Hendrix ging ook net dood. Anderhalf jaar heb ik niet opgetreden. Ik dacht dat het met me gedaan was als artiest. Maar nadat begin jaren zeventig een verzamelalbum met mijn grootste successen was verschenen, begon het weer te lopen.'

Maar wat hij toen nooit had kunnen vermoeden, is dat hij nu als vergevorderde zestiger nog steeds kan leven van de muziek. 'Twee, drie optredens per week is heel gewoon. Dan staan er wel wat van die types als ik in de zaal, van die diehards met grijze paardenstaarten en zo, maar zeker tachtig procent van wat er op mijn concerten afkomt, had mijn eigen kind kunnen zijn. Je hebt van die tenten waar ik echt elk jaar weer optreed.'

Allemaal dooien
Lachend vertelt hij dat hij laatst in Wijk aan Zee speelde en daar werd aangekondigd met een enthousiast: 'Hij was één van de bleekneusjes. Sluit hem in je armen, hier is Armand!' In Wijk aan Zee was vroeger een instituut gevestigd waar vooral stadse bleekneusjes zich konden laven aan de gezonde zeelucht. Armand was in de jaren vijftig één van hen. 'Het zal er vol Amsterdammers, binnen de kortste keren praatte ik net zo plat als zij. Terug in Brabant heb ik een talentenjacht gewonnen met een heel authentiek klinkend Geef mij maar Amsterdam.'

Niet veel later ontdekte hij als zanger de rock-'n-roll. 'Buddy Holly, Ritchie Valens, Eddie Cochran - allemaal dooien - en daar zong ik, begeleid door een bandje, liedjes van. Om Buddy te zingen moest je kunnen hikken, zo van uh-uh-uh-uhhhuuh, dat konden er niet veel, maar ik wel. Maar dat bandje, de Splendor Boys, voortgekomen uit de accordeonclub waar ik op zat, was ik snel weer kwijt. Die jongens hadden niet de drive die ik wel had.'

Een nog veel grotere ontdekking dan de rock-'n-roll was halverwege de jaren zestig Bob Dylan. 'Op een bandrecorder had ik tijdens een uitzending van Radio Luxembourg het nummer Subterranean homesick blues opgenomen. En zó, wat vond ik dat tof! Nooit van gehoord, die gast, maar ik leerde snel. Ik kwam erachter dat hij al veel meer platen had gemaakt, platen waar je eigenlijk alleen Dylan zelf en zijn gitaar hoorde. Opeens snapte ik dat je ook popartiest in je eentje kon zijn.'

Bob Dylan bracht redding
Dylan is nog altijd een held. 'Maar wat ik dan niet van hem snap, is dat hij in zijn autobiografie schrijft dat hij het gevoel heeft dat die oude protestnummers door iemand anders zijn geschreven, zo ver staan ze van hem af. Boudewijn de Groot heeft dat ook. Prachtige nieuwe plaat gemaakt, maar wat heeft hij tegen zijn oude werk? Ik zing echt altijd als ik optreed Ben Ik te Min en mijn andere grote hits van vroeger. Omdat de mensen die willen horen. Maar vooral ook omdat ze bij me horen, ze zijn een belangrijk deel van wie ik ben.'

De jongens van The Kik horen het allemaal geboeid aan. Wat vindt Armand van ze? De groep staat bekend als sixtiesband, maar zijn ze niet beïnvloed door een heel andere jaren zestig dan die van Armand? 'Zoals zij eruitzien, met die pakken en die korte haren, zag ik er vroeger ook uit, hoor. In de vroege jaren zestig was het al heel wat als je haar ook maar iets over je oren kwam. Ik had het ongeluk dat ik krullen had, dan zag zo'n kapsel er heel snel heel lullig uit.'

Ook hier bracht Bob Dylan redding. 'Hij liet het gewoon alle kanten uitgroeien, net als Jimi Hendrix. Zo'n woeste dos, dat stond mij dan wel weer. Sindsdien heb ik het eigenlijk nooit meer laten knippen. Ik zei altijd: 'Kapper, wat is dat, kun je dat eten?' Het moet natuurlijk wel eens worden bijgeknipt, maar dat doe ik zelf wel. Zoals ik het ook zelf verf, altijd rood.'

Weet hij dat het rood bovenop zijn hoofd behoorlijk is uitgegroeid? 'Zeker weet ik dat. Ik laat dat meestal maar effe zo. Er zijn nogal wat mensen die denken dat mijn haar niet echt is. Die uitgroei bewijst dat ik geen pruik draag.'

Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden