PlusKlapstoel

Arielle Veerman: ‘Mijn boek over Joost Zwagerman is geen haatverslag’

Arielle Veerman (1963) is restaurator. Ze schreef een autobiografische roman over haar leven met schrijver Joost Zwagerman, van wie ze in 2011 scheidde en die in 2015 zelfmoord pleegde.

‘Een schrijversvrouw ziet haar vervulling in de carrière van haar man. Joost vond mij geen goede schrijversvrouw’.Beeld Harmen De Jong

Delft

“Ik ben er geboren, maar opgegroeid ben ik in Heiloo, vlak bij Alkmaar. Een leuke tijd, tot de scheiding van mijn ouders. Toen werd het eenzaam. Mijn moeder had moeite met de breuk. Ik nam misschien iets te veel het huishouden van haar over, liet het gebeuren. Ik heb nooit goed geleerd grenzen aan te geven.”

“Op de middelbare school ontmoette ik Joost. Ik was eruit gestuurd bij muziek en hij bij Frans. Ik was niet erg onder de indruk. Maar ja, jongens van 16 ontwikkelen zich. Dus een jaar later was het anders. Gaandeweg voelden wij steeds meer verwantschap, al zag ik ook een drammerige kant. Het was aantrekken en afstoten. We waren altijd samen, maar officieel verkering werd het niet.”

Florence

“De beklemming van de familie begon mij ­parten te spelen. Ik wilde de wijde wereld in en ik wilde iets met kunst. Italië vond ik overwel­digend mooi. In Nederland was het tobberig en daar scheen de zon. Ik denk dat ik een jeugd­depressie had. In Italië voelde ik me in elk geval meteen een stuk beter. Ik heb er gestudeerd en gewerkt, maar ik heb er ook gezien dat Italië moeilijke kanten heeft: vriendjespolitiek en corruptie. Als je er geen mensen kent, ben je er toch een beetje aan de goden overgeleverd. Ik heb er een tijd een vriend gehad. Dat was prima, want dan zat je in een familie, maar het ging uit en ik stond er weer alleen voor. En toen kwam Joost langs...”.

Restaurator

“Ik wilde een internationaal beroep. Het is een mooi vak: je moet een sterke verwantschap ­voelen met de kunstenaar, maar ook met de materialen die hij heeft gebruikt en de tech­nieken die hij heeft aangewend.”

“Eigenlijk ben ik geschoold voor oude kunst. Ik heb schilderijen van Jan van Goyen, Ruysdael en Govert Flinck onder handen gehad, maar sinds een jaar of vijftien houd ik me ook met moderne kunst bezig. Restaureren heeft iets avontuurlijks. Het staat ook steeds meer in de belangstelling. Je hebt nu openbare restauraties. Bij De Nachtwacht kan iedereen meekijken. Ik ben er zelf ook een paar keer geweest. Het is een leuke wereld: men is heel erg gericht op het delen van kennis. Als je een probleem hebt, bespreek je dat met een collega.”

Puntjes

“Mijn vader heeft aangifte gedaan zonder ­trema, dus op mijn geboorteakte staan geen puntjes op de e en ik hou me daar maar aan. Ik vind het een mooie naam, hoewel ik er ook mee ben gepest. Het is opvallend vaak een merknaam: voor wasmiddel, sigaretten en zelfs een brommer. Maar Ariel komt ook voor in Shakespeare en in Faust van Goethe. Ik heb mijn moeder weleens gevraagd hoe ze erop zijn gekomen, want mijn broer en zus hebben wat gewonere namen. Ze weet het niet. Het is alleen wel heel toevallig dat dichteres Sylvia Plath in 1962 Ariel schreef en in mijn geboortejaar ­zelfmoord pleegde.”

Gimmick!

“De doorbraak van Joost bij het grote publiek, een kroniek van Amsterdam in de jaren tachtig. Hij was in 1986 een week langs geweest in Italië. Heel gezellig, maar veel tijd had ik niet voor hem. Drie jaar later werd ik door mijn moeder gebeld: ‘Volgens mij ben jij dat in zijn boek.’ Ik zag mijzelf terug als Petje, een vrij heftig en ­verknipt meisje op een hele dure school met hele dure vriendjes en vriendinnetjes in Flor­ence en een flinke aversie tegen Nederland. ­Terwijl ik toen heel arm was. Boos? Waarom? Het was een roman. Ik dacht: geestig, Joost. Ik vond het een goed boek, een heel goed boek. Ik heb het in een ruk uitgelezen en toen ben ik ­verder gegaan met mijn leven in Italië. Ik kende al die mensen niet over wie hij schreef. En ­tussen ons was er nog niks.”

Café De Zwart

“De eerste keer dat ik Joost weer ontmoette, in 1991, nam hij me mee. Het was er stampvol en op de bar stond al veertien bier klaar. Adri van der Heijden vormde het stralend middelpunt. Ik werd meteen opgenomen in het gezelschap. Het was stimulerend. Dynamisch. Hier gebeurde wat. Hier waren mensen die wat te melden hadden. Schrijvers. Maar toen kwamen de conflicten. Het waren toch allemaal ego’s die daar in die kleine ruimte om voorrang streden. Ze lazen alles van elkaar, heel nauwgezet. En dat werd vervolgens besproken. Ze vonden wat Joost deed nogal hijgerig. Op een gegeven moment was er openlijke vijandigheid. Het is kapotgegaan aan achterdocht en afgunst. Toen ik kinderen kreeg, kwam ik er niet meer.”

Schrijversvrouw

“Het is een term van Joost. Een goede schrijversvrouw ziet haar vervulling in de carrière van haar man. Ze cijfert zichzelf weg, maar heeft wel verstand van zaken. Een schrijversvrouw begrijpt waar de schrijver mee bezig is en ondersteunt hem daarin. Joost vond dat ik onvoldoende schrijversvrouw was.”

“Ik heb geprobeerd het te zijn. Ik zorgde ervoor dat hij niets aan zijn hoofd had en dat hij het schrijversleven kon leiden zoals hij dat zag. Dus als hij dagen achter elkaar wegbleef: prima. Als hij niet kwam eten: jammer, maar ik begrijp het. Maar Joost vond dat ik meer met hem mee moest lezen. Dat bleek onmogelijk, omdat hij me steeds méér voor begon te leggen. Ik kon het niet meer bijbenen.”

“Ik denk dat ik te ver ben gegaan met het wegcijferen van mezelf. Achteraf. Maar je groeit erin. En ik moet zeggen: Joost had ook een manipulatieve kant. Hij wees mij er voort­durend op dat ik vanaf het begin wist dat hij schrijver was. Ik wilde zo nodig kinderen, dus dan moest ik ook maar voor ze zorgen.”

Roem

“Je moet van goeden huize komen om je niet te laten intimideren door de roem. Als je publiek krijgt, ga je door de ogen van dat publiek naar jezelf kijken. Voor je het weet, denk je: ik moet iets schrijven wat mijn publiek bevalt. Joost had een behoorlijke geldingsdrang. Hij wilde worden gezien. Hij gaf lezingen, deed journalistiek werk en zat veel bij De wereld draait door. In in de jaren negentig deed hij zelfs mee aan spelletjes op tv. Hij werd beroemd, maar raakte ook verstrikt in zichzelf omdat hij begon te twijfelen aan zijn schrijverschap.”

Schuldgevoel

“Met de zelfmoord van Joost is het schuld­gevoel geëxplodeerd. Bij iedereen. Dat is de impact van zelfmoord. Het leven daarna is een stuk omgeploegd land, want je denkt: wat had ík kunnen doen om dit te voorkomen?”

“Bij mij komt daar nog bij dat hij na de scheiding tot op het einde tegen mij gestreden heeft. Joost heeft me belaagd. Hij vertelde mensen dat ik het kwaad in zijn leven was. In mails aan mij maakte hij daar ook melding van. Daar word je achterdochtig van, zeker als je niet meer wordt gegroet op straat. Hij dicteerde de mensen in zijn omgeving dat ze geen contact meer met mij mochten hebben. Ik had daar mee kunnen leven, totdat hij doodging. Toen dacht ik: nu denkt iedereen dat ik het was. Dat hij door de scheiding en alles wat ik hem zou hebben aangedaan zo van de kaart was dat hij niet meer kon herstellen.”

“Maar ik neem mijzelf niets kwalijk. Nou ja, niet meer dan alle anderen zichzelf iets kwalijk zouden kunnen nemen. Dat is het duistere domein. Ik heb lang nagedacht over ons laatste telefoongesprek, dat ik heb afgekapt. Hij wilde me iets vertellen. Maar wat? Stel dat het iets was dat had geduid op het naderende onheil? Was ik in actie gekomen? Hij heeft twee weken voor zijn dood nog een aangrijpende mail gestuurd, maar omdat ik er al duizenden had gehad, heb ik er onvoldoende aandacht aan besteed.”

Bram Bakker

“Was hij zijn psychiater of was hij zijn vriend? Wat kan ik er nog meer over zeggen? Bram ­Bakker stond klaar toen Joost zich bij hem meldde. Een paradepaardje voor zijn stal. Kom erbij! Hij zou Joost voor het oog van iedereen wel even oplappen. Toen het was mislukt, had hij hem zogenaamd niet in behandeling ­genomen, maar alleen aan de zijlijn wat raad gegeven. Bram Bakker is voortdurend in opspraak, nu weer met dat depressiegala.”

Wraakliteratuur

“Mijn boek? Het is geen haatverslag. Ik heb Joost nooit gehaat. Wat ik graag zou willen is een beeldcorrectie. Over Joost is door de ­buitenwereld een stolp van succes en talent gelegd. Onder die stolp zit ik samen met hem gevangen. Als Joost alleen maar goede kanten had, moet ik wel de slechterik zijn. Mijn boek is een cri du coeur. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die er minder blij mee zijn, maar over zelfmoord kun je niet met zijden handschoentjes schrijven. Het is een betoog tegen zelfmoord. Doe het niet! Dat heeft Joost eigenlijk ook al geschreven.”

Schrijverschap

“Joost was de schrijver en ik dus niet. Maar het is me goed bevallen. Vrij snel na zijn dood dacht ik al: hier wil ik iets over schrijven. Ik heb het in een jaar gedaan, tussen de bedrijven door. Het is een mooi, bijzonder proces. Ik ben er ook dichter bij Joost door gekomen, in de zin dat ik nu heel goed begrijp dat hij altijd in die tunnel zat. Schrijven verdraagt niets om je heen. Maar of er nog een boek komt? Ik ga eerst de ­ontvangst afwachten. Als ik een echte ­schrijver blijk te zijn, ga ik door.”

Rutger Vink

“Geen idee. YouTube? Ik kijk nooit naar die filmpjes. Ik ben eigenlijk een beetje tegen ­sociale media. Alleen maar je succes willen laten zien, daar word je heel ongelukkig van. Succesverhalen moet je met argwaan bekijken.”

Arielle Veerman: De langste adem. Uitgeverij Prometheus. Prijs: €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden