Plus PS

Antoinette Beumer: 'Ik kan me nergens meer achter ver­schuilen'

Regisseur Antoinette Beumer (55) kent veel angsten. Net als de hoofdpersoon van haar debuut­roman - losjes gebaseerd op haar eigen jeugd met een grillige vader. 'Mijn puberteit was één groot conflict.'

Regisseur Antoinette Beumer Beeld Linda Stulic

Antoinette Beumer zit aan haar keukentafel. Rond het verschijnen van haar debuutroman, Mijn vader is een vliegtuig, heeft ze al heel wat interviews gegeven. Ze is en blijft regisseur, en geeft meteen aan waar dit interview wat haar betreft níet over moet gaan: "Vijf films in vijf jaar, de val, een burn-out, het roer om, een boek schrijven - dat zijn de dingen waar ik het stééds over moet hebben. Maar er is zo veel meer interessants. Neem het boek als uitgangspunt."

En toch, het is een essentieel lijstje. Vijf films: nadat Beumer een leven had gehad als reclamemaker en als regisseur van tv-series, besloot ze films te gaan regisseren. Ze debuteerde op haar 47ste, met De gelukkige huisvrouw. Waarna ze in moordend tempo nóg vier films regisseerde, waaronder de kaskrakers Loft en Soof.

De pijp leeg
De val: tijdens de opnames van Loft stortte het decor in en viel ze vier meter naar beneden, waarbij ze zwaargewond raakte. Ze maakte de film vervolgens, vanuit haar rolstoel, tóch zelf af. Maar haar lichaam zal nooit meer het oude zijn.

Burn-out: nadat ze de film Rendez-vous had geregisseerd was de pijp leeg en kon ze niet meer verder. Ze gooide het roer om, besloot te stoppen met filmen en ging een boek schrijven, dat losjes op haar eigen leven is gebaseerd.

Haar jeugd werpt een lange schaduw op dat leven. Antoinette Beumer en haar zusjes (scenariste Marjolein Beumer en actrice Famke Jansen) werden opgevoed in een gezin dat op even straffe als grillige manier bepaald werd door een manisch-depressieve vader. Dertig jaar zat hij in een gesloten inrichting, Antoinette kreeg de laatste jaren van zijn leven het voogdijschap over hem.

In haar boek beschrijft ze het leven van Eva, die geen broers of zussen heeft, maar wier vader óók in een inrichting zit. Als haar moeder overlijdt, raakt ze in een diepe crisis. Ze bouwt een moeizaam contact op met haar vader, dat onplezierige herinneringen oprakelt.

Een deel van het boek is geschreven vanuit de hoofdpersoon als kind. Hoe was u zelf als klein kind?
"Ik heb altijd veel conflicten met mijn vader gehad. Hij was purser bij de KLM, net zoals de vader in het boek, dus de helft van de tijd was hij er niet. Als hij er wél was, was hij een stoorzender. Daar had ik moeite mee, dus daar zette ik me tegen af. Ik was de oudste van het gezin, ik was de eerste stormram."

"De meeste herinneringen heb ik aan mijn puberteit: één groot conflict. Vooral met mijn vader, mijn moeder was in mijn beleving afwezig, zij had haar handen vol aan overleven. Ze was ook heel stoïcijns, dus daar was amper een conflict mee te krijgen."

Waren de gelukkige periodes als hij er niet was?
"De gelukkige periodes waren vooral buitenshuis: in de buurt spelen met kinderen, naar de middelbare school. Ik heb altijd een hartgrondige hekel gehad aan het fenomeen 'gezin' - de benauwdheid, de verplichtingen, het gedwongen gezellig bij elkaar zijn terwijl het niet gezellig is. Een gezin was voor mij iets heel onveiligs, daar kon je maar beter geen onderdeel van zijn. Ik heb altijd een hekel gehad aan de façade, het doen-alsof."

"Mijn vader was manisch-depressief - een diagnose die er toen nog niet was - dus hij was óf heel depressief óf heel boos óf uitzinnig van vrolijkheid. Wat hij ook was, het was ­heftig. Altijd afwachten met welk humeur hij binnen zou komen. En vervolgens kon het elk moment weer omslaan. Mijn moeder was 20 toen ze mij kreeg, op haar 26ste had ze drie kinderen en een echtgenoot met deze grillen."

Maar vanbuiten oogde het prima?
"Mijn vader was ook nog eens heel knap. Naast purser was hij fotomodel, en altijd bruin omdat hij de hele wereld afvloog. Knappe man, leuke moeder, drie schattige dochters - het succesplaatje was compleet anders dan de rotte binnenkant. Ik denk dat daar mijn fascinatie voor verhalen vandaan komt, omdat ik wéét dat niks is wat het lijkt."

"Het gekke is dat ik zelf, met mijn eigen gezin, de grootste moederkloek ever bleek te zijn. Mijn ene dochter woont in Amerika, de andere in Amsterdam-Noord. Ik ben allang van hun vader gescheiden, maar ik vind het heerlijk als we allemaal bij elkaar zijn."

U wilt veiligheid creëren.
"The enemy within, daar ben ik altijd door gefascineerd, en dat zit heel sterk in mijn boek. Je kunt denken dat je thuis safe bent, voor hetzelfde geld schuilt daar het grootste gevaar. Boeken, films, verhalen die daarover gaan - ik verslind ze. Toen ik de documentaire Capturing The Friedmans zag op het Idfa, ben ik daar letterlijk ziek van geworden. Helemaal koud, alleen maar huilen, als een heel zwarte deken voelde het. Verhalen van gezinnen waarin van alles niet klopt - ik vind dat beangstigend, benauwend en confronterend. ­Tegelijkertijd vind ik het fantastisch dat een film dát kan doen: dat je er zo geraakt door kan worden."

Is een film maken voor u ook zo'n intense ervaring?
"Een film maken is voor iedereen intens. Maar ik ben wel monomaan, ja. Zoals ik met dat boek ook monomaan was. Ik voel me nu ook onthand: ik was alleen nog maar aan het dromen en malen over dat boek. Het nam me over, helemaal. Lang niet altijd was dat fijn."

U heeft elementen uit uw eigen leven gebruikt, maar er toch echt een fictief verhaal van gemaakt.
"Het verhaal van mijn boek had ik al lang in mijn hoofd, maar het duurde een tijd voor ik mijn armen eromheen kon krijgen. Toen ik op de theaterschool zat heb ik geprobeerd om er een voorstelling van te maken, maar dat mislukte. Later wilde ik een documentaire maken en heb ik eindeloos materiaal verzameld. Dat werkte ook niet. Daarna heb ik oeverloos scènetjes bedacht, een heel dossier samengesteld. Ik dacht: dat geef ik aan een scenarioschrijver en dan wordt het een film."

"Maar toen ik besloot om een tijdlang helemaal niet meer te gaan filmen en ik teruglas wat ik allemaal had opgeschreven om aan iemand anders te geven, merkte ik ineens: dit heeft de vorm van een boek. Ik vond dat ik verder moest gaan, zonder een idee wát het precies moest gaan worden. Want op dat moment van mijn leven wilde ik juist af van álles wat iets moest worden. Ik wilde geen druk, ik wilde geen deadlines."

Dat was de reden dat u gestopt was met filmen?
"Ik was mijn eigen geluid helemaal kwijtgeraakt. Ingehaald door de hoeveelheid werk die ik had gedaan, mijn eigen ambitie, nooit nee willen zeggen. Ik debuteerde met De gelukkige huisvrouw als speelfilmregisseur, en eigenlijk is dat de enige film waarvan ik kan zeggen: dat bén ik. Het boek dat ik nu heb geschreven ligt in het verlengde van die film, er zijn ­thematisch veel overeenkomsten."

Voelde u zich na vijf films uitgehold door de filmindustrie?
"Dat had ik helemaal zelf veroorzaakt. De projecten waren zo mooi, ik was zo ambitieus - voor je het weet ben je de ene opdrachtfilm na de andere aan het maken. Alsmaar was ik bezig om die films naar mezelf toe te trekken - wat kan ik er van mezélf in kwijt? Bij de allerlaatste film, Rendez-vous, was dat gewoon helemaal niets meer. Die heb ik echt uit mijn tenen moeten halen, daar heb ik mezelf compleet opgebrand. En toen was het klaar."

Was u ook klaar met voortdurend op zoek zijn naar verhalen, om die in een vorm te gieten?
"Ik geloof niet dat ik dáár ooit klaar mee ben. Dat is namelijk wat mij overeind houdt, wat mij beweegt. De hele dag door heb ik ideeën, zie ik dingen op straat waarvan ik een notitie in mijn hoofd maak. Als ik een goed verhaal zie, vind ik dat het ­verteld moet worden."

Had u het zelf ook nodig om dit verhaal op te schrijven?
"Dat weet ik niet zeker. Ik had het namelijk al geformuleerd voor die hele scenario-opzet. Ik kende het begin, ­midden en eind, de ontwikkeling van de hoofdpersoon, ik had verschillende scènes die in het boek zitten al bedacht. Als ik het alleen maar deed om het van me af te schrijven, had ik dat op dat moment al gedaan."

In het boek gaat Eva, de hoofdpersoon, door een diepe crisis. Beschrijft u daar uw eigen crisis?
"Ja, maar dat was een andere crisis dan die ik had na het filmen. Deze heeft zich vijftien jaar geleden afgespeeld. Maar angsten, moeten presteren, de druk die dat geeft, de vrees om gek te worden - het zijn dingen die ik mijn hele leven al met me meedraag."

Na uw crisis van vijftien jaar geleden besloot u filmregisseur te worden, na uw meest recente burn-out bent u als een bezetene gaan schrijven. Dit klinkt als een jakkerend karakter.
"Het is een soort stressverslaving. Mijn lichaam is er nu eenmaal aan gewend om altijd hoog in de adrenaline te zitten. Dat zijn een soort shots die ik mezelf toedien. Voordat ik het boek schreef deed ik dat door op filmsets te staan, de lat alsmaar hoger te leggen, steeds voor meer succes en hogere verwachtingen te gaan. Ik moest mezelf alsmaar verder duwen. Toen ik in eenzaamheid aan dit boek ging schrijven, voelde dat als een totaal kalm leven. Maar ook toen heb ik op de toppen van mijn zenuwen gezeten. Omdat ik heel vaak heb gedacht dat ik er niks van kon, dat ik uitgelachen zou worden als ik het boek zou laten lezen. Maar nu is het er, en hoef ik díe angst in elk geval niet meer te hebben. Ik ben er trots op."

Eva, de hoofdpersoon in uw boek, beleeft haar crisis heel fysiek.
"Het is een zintuiglijk en fysiek boek. Ik heb zelf veel angsten, die ik de hele dag op een of andere manier de baas moet blijven. Dat kan alleen maar door met je geest je lichaam te lijf gaan. Eva heeft haar lichaam heel lang totaal genegeerd, alles ging via haar verstand. Maar op de dag dat haar moeder overlijdt kán dat ineens niet meer, en voelt ze dat ze een lichaam heeft. En dan neemt haar lichaam het over. Daarvan raakt ze compleet van de leg."

Antoinette Beumer Beeld Linda Stulic

"Dat heb ik zelf een paar jaar geleden ook meegemaakt: van de ene op de andere dag kon ik niet meer slapen, dat is ook de reden dat ik niet meer kon werken. De hele nacht lag ik wakker, en dan krijg je ineens een heel diepe gewaarwording van je lichaam. Je luistert naar je hart - klopt het nog wel normaal? Je gaat anders ademen - ineens lig je te hyperventileren en krijg je het benauwd. Ging ik liggen googelen: heb ik een hartaanval? De crisis moet, als je dit boek leest, bijna fysiek navoelbaar zijn."

Waarom zijn de documentaire en theatervoorstelling die u hierover wilde maken mislukt?
"Die zijn niet mislukt, het is een boek geworden. Voor de voorstelling die ik eerst in mijn hoofd had, had ik één uitgangspunt: er was een bepaalde gebeurtenis met mijn vader waarvan mijn zusjes en ik een totáál andere beleving hebben. Zelfs over het seizoen zijn we het niet eens. Ik wilde me in die voorstelling afvragen of het überhaupt mogelijk is om een gebeurtenis naar waarheid te reconstrueren. Maar ik was 26, dit was veel te hoog gegrepen voor mij."

En de documentaire?
"Stiekem filmde ik mijn vader, die in de inrichting zat, de begeleiders wisten er niks van. Doordat ik die camera bij me had, begon hij ineens dingen tegen me te vertellen. Hij genoot van de aandacht. Ik had aan documentairemaker Jaap van Hoewijk gevraagd of hij me wilde begeleiden bij dit proces. Jaap zei tegen mij: 'Die film gaat helemaal niet over je vader, die film gaat over jóu. Jij wilt je angst bezweren, want als je maar weet waarom je vader gek is, dan word je het zelf niet.' Dat had hij heel scherp, heel snel doorzien."

"Hij vond dat ik, letterlijk en figuurlijk, de camera ook op mezelf moest richten. Maar dat wilde ik niet, want dan zou de film over ons hele gezin gaan, en dan kon ik mijn zussen niet meer beschermen. Toen ben ik gestopt."

Met dit boek heeft u in feite de camera ook op uzelf gericht.
"Dat maakt het kwetsbaar en spannend, en ik kan me ook nergens meer achter verschuilen, maar het ís een roman. Er staat ook verschrikkelijk veel in wat niet waar is. Gek: van sommige dingen dácht ik dat ik ze verzonnen had, terwijl ze toch echt gebeurd blijken te zijn. Of ik had ze aan mezelf toegeschreven, terwijl een van mijn zussen het heeft meegemaakt. Eigenlijk blijk ik nauwelijks betrouwbare herinneringen aan mijn jeugd te hebben, het is een amalgaam van verzinsels en waarheid, waarbij ik niet meer kan onderscheiden wat waar is en wat niet."

Heeft u al die dingen, door ze op te schrijven, ook moeten herbeleven?
"Ja. Soms was het ook te zwaar en werd ik er ongelukkig van."

Dacht u nooit: wat doe ik mezelf aan?
"Dat heb ik regelmatig gedacht: waarom doe ik dit?"

En?
"Omdat ik dan dacht: hier moet ik dus doorheen om iets goed te kunnen maken. Er waren momenten dat ik daadwerkelijk de neiging had om te stoppen, maar dat was vooral als ik het gevoel had tegen mijn eigen beperkingen als schrijver aan te lopen. Niet omdat ik die geschiedenis niet wilde herbeleven."

In het boek heeft Eva een terugkerende nachtmerrie, van haar vader die al rokend aan haar bed verschijnt.
"Die nachtmerrie heb ik ook, mijn hele leven al, en die kwam tijdens het schrijven frequenter terug. Die nachtmerrie maakt ook dat ik 's nachts angsten heb, en dat ik moeilijk in slaap val. Die nachtmerrie is zó eng voor mij, dat ik gillend wakker word en mijn bed uit ren. Toen ik die scènes aan het beschrijven was, toen ik dat gevoel weer heel diep in moest, had ik een perio­de dat ik soms dacht dat ik zelf gek werd. Ik kon niet anders dan er heel dicht tegenaan zitten om het op te kunnen schrijven."

Ook wel genoemd: het monster in de bek kijken.
"Ja, dat was het. En was het nou maar zo dat je het daarmee hebt opgelost. Maar zo simpel is het helaas niet. Therapie was het niet, dit boek, maar ik was er wel van overtuigd dat het voor anderen interessant zou zijn."

Jan Wolkers zei: "Als je schrijft schrijf je niet van je af, je schrijft naar je toe."
"En zo is het. Dat geldt trouwens ook voor therapie: je lost problemen niet op, je leert ermee leven. Je moet ervoor zorgen dat je problemen je leven niet onderuithalen, want verdwijnen doen ze toch niet. Sommige dingen horen bij mij: mijn angsten zullen misschien wel nooit weggaan."

Uw ambitie, uw werkdrift en uw ­angsten - horen ze bij elkaar?
"Ik denk het wel, ja. Al wil ik mijn leven wel anders inrichten. Constant áán staan, voor de hele wereld - ik wil dat niet meer. Ik ga er nu alles aan doen om dit boek aan de wereld te tonen, daarna pak ik mijn koffertje en verdwijn ik weer voor een tijd."

Om een scenario van uw boek maken.
"Ja! En daarna de film regisseren. Want ik moet er ook weer niet aan denken dat iemand anders dat zou doen."

Beeld Linda Stulic

Antoinette Beumer
2 augustus 1962, Amstelveen

1989
afgestudeerd regieopleiding Theaterschool

1995-2006
regie tv-series, waaronder GTST, Spangen, Hertenkamp, Willemspark

2006-2010
Mede-eigenaar Kantoorfilms, regie commercials

2007
Documentaire See You in Vegas

2010
De gelukkige huisvrouw

2010
Loft

2011
tv-serie In therapie

2012
Jackie

2013
Soof

2015
Rendez-vous

Antoinette Beumer woont in Amsterdam-Oost met haar man Maaik Krijgsman. Uit een eerdere relatie heeft ze twee dochters, Rosa (24) en Julia (20) Lürsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden