PlusFilmrecensie

Antebellum moet het beeld van Gone with the Wind – ‘een horrorfilm’ – corrigeren

De regisseurs van Antebellum willen met hun film het beeld van Gone with the Wind – ‘een horrorfilm’ – corrigeren. Al verkiezen ze nogal eens het grote gebaar boven de nuance.

Antebellum.Beeld Matt Kennedy

Het begon met een nachtmerrie: een vrouw in nood die om hulp schreeuwde – ‘dwars door de tijd heen’. Gerard Bush deelde die met Christopher Renz, met wie hij al jaren een regisseursduo vormt.

We spreken hen aan de vooravond van de release van het speelfilmdebuut waarvoor die nachtmerrie het fundament legde: een thriller die Amerika’s slavernijverleden legt naast hedendaags racisme.

Antebellum opent met een weergaloos onafgebroken shot. De camera glijdt over een landgoed, langs een statig huis, uitgestrekte katoenvelden, imposante bomen met dat kenmerkende Spaans mos hangend aan de takken als een stofsluier. In de verte klinken explosies. Dit is onmiskenbaar een geconfedereerde staat ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Maar in het intense eerste deel van de film sijpelen details door die doen twijfelen aan die aanname. Flarden dialoog die misplaatst klinken, een berg geplukt katoen die in vlammen opgaat.

De film trekt verleden en heden naar elkaar toe. Na de eerste akte verplaatst de film zich plots naar hedendaags Amerika en verbindt deze het lot van de murw geslagen slavin Eden met dat van de activistische auteur Veronica (beiden gespeeld door Janelle Monáe). Het verhulde racisme dat Veronica tegenkomt, wordt zo direct teruggevoerd op de openlijke segregatie ten tijde van de slavernij.

Misschien is in de tussenliggende eeuwen wel niet zo veel veranderd, waarschuwt de film. Zijn de wortels van racisme hoogstens wat gekortwiekt, maar schieten ze met de juiste voedingsbodem weer bovengronds. Een waarschuwing die in Amerika met de dag luider resoneert.

Maar voor de twee regisseurs, die zich al ruim een decennium bezighouden met sociale gelijkheid en de strijd tegen racisme, is de urgentie van dit verhaal niets nieuws. “Wat nu gebeurt, gebeurde ook al toen we deze film schreven en ook daarvoor, ver daarvoor,” benadrukt Bush. “Het presidentschap van Obama gaf velen het gevoel dat er dingen waren veranderd,” vult Renz aan. “Maar wij zagen in ons werk de backlash van zijn verkiezing. Deze film mag misschien profetisch lijken, maar we leefden allang in deze wereld.”

Andere manier van denken

De twee profileren zich nadrukkelijk als activistische filmmakers, waarbij ze grote statements niet schuwen. “Voor mij is het hele punt van kunst om mensen aan te zetten tot actie, tot een andere manier van denken,” stelt Bush. Al voegt Renz daaraan toe dat ze geen prekerige films willen maken. “Ons doel is bovenal de kijker een thrilling ride te bezorgen. Als we daar niet in slagen, maakt de rest ook niet veel uit.”

Het leidt in Antebellum tot een film die nogal eens het grote gebaar verkiest boven de nuance. De zelfverzekerdheid waarmee Bush en Renz dat doen, levert memorabele beelden op. Maar de zeggingskracht van het verwante, maar gelaagdere werk van Jordan Peele (Get Out, Us) bereikt de film niet. Antebellum is vooral een wat botte, maar toch ook angstaanjagende confrontatie met wat de in 2019 overleden schrijfster Toni Morrison in een bijtend essay typeerde als ‘de ware horror van verloren status’.

Alternatieve werkelijkheid

De term antebellum wordt gebruikt om de periode voorafgaand aan de Amerikaanse Burgeroorlog aan te duiden. De tijd waarin plantages en slavernij welig tierden. Maar Antebellum gaat niet zozeer over die tijd, als wel over het beeld van die tijd. En daarmee ook over wie dat beeld bepaalt. “Wie het narratief controleert, heeft de macht,” beaamt Gerard Bush.

Met klem memoreert hij de reactie van Amerika na de afschaffing van de slavernij. “In plaats van een veilige omgeving te bieden aan de mensen die waren ontvoerd, gedwongen tot slavernij, verkracht, vermoord en voor generaties getraumatiseerd, investeerde men tijd, energie en geld in het beschermen van de fragiele gevoelens van de witte mensen die deze misdaden hadden begaan.”

De geschiedschrijving trok een alternatieve werkelijkheid op, een vanuit wit oogpunt idyllisch beeld van zonnige plantages en comfortabele rijkdom, bevolkt door de archetypische ‘southern gentleman’ en ‘southern belle’. Denk Gone with the Wind van Victor Fleming. Het klassieke epos uit 1939 vormde voor de twee regisseurs een belangrijk vertrekpunt. “Als zwarte kunstenaar, als zwart persoon, heb ik Gone with the Wind altijd beschouwd als een horrorfilm,” stelt Bush. “Die film is het beeld dat we wilden corrigeren.”

Het is een beeld dat, zo toont Antebellum, ruimte laat voor een gevaarlijk soort nostalgie. Met prachtig camerawerk van Pedro Luque herschept de film de weelderige schoonheid van dat geromantiseerde antebellum om het vervolgens binnenstebuiten te keren en met veel visuele bravoure op te blazen. Dat doen ze met dezelfde cameralenzen waarmee ruim acht decennia geleden Gone with the Wind werd gedraaid, zegt Bush. “Het wapen dat destijds gebruikt is voor misinformatie en propaganda, hebben wij ingezet om het beeld recht te zetten.”

Antebellum

Regie Gerard Bush en Christopher Renz

Met Janelle Monáe, Tongayi Chirisa, Eric Lange

Te zien in Filmhallen, Kriterion, Pathé, Studio/K, FC Hyena

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden