Plus Recensie

Anselm Kiefers vet aangezette pathos doet gedateerd aan

Solotentoonstellingen van Anselm Kiefer zijn niet vaak te zien in Nederland. Toch valt de presentatie in Museum Voorlinden tegen. Die roept ook vragen op over de koers van het drie jaar oude museum.

Im Herbst dreht sich die Erde etwas schneller (0,06 sec) van Anselm Kiefer. Beeld Antoine van Kaam

Als de bladeren sterven en op de grond vallen, komt er zoveel biomassa een paar meter dichter bij de as van de aarde dat de omloopsnelheid van onze planeet een tikkeltje omhoog gaat. Dat valt te lezen in de toelichting bij Im Herbst dreht sich die Erde etwas schneller (0,06 sec). 

Het werk, onderdeel van de Anselm Kiefersolo in Museum Voorlinden, bestaat uit een glazen kast met bladeren aan draadjes, alsof ze bevroren zijn in hun val richting een weegschaal waarop een brok steen het aflegt tegen het groenafval.

Al kauwend op de net opgedane kennis trekt het oog onvermijdelijk naar het grote raam achter het kunstwerk. Dat biedt zicht op de museumtuin, waar het door Kiefer uitgebeelde ­proces volop aan de gang is. De innerlijke associatie krijgt een zwiep; verval, klimaatverandering, relativiteit en de dood buitelen over elkaar.

Minder actualiteit

Het zou Kiefer deugd doen, gezien zijn citaat op de achterflap van het museumgidsje: ‘Kunst is heel complex: het is complex om te maken en complex om te begrijpen. Als toeschouwer zou je je altijd een keer achter je oren moeten krabben.’

Dat zou een antwoord kunnen zijn op de vragen die zich opdringen bij een bezoek aan deze presentatie. Doet het werk van deze reus uit het twintigste-eeuwse schilderspantheon er anno 2019 nog toe? En waarom zou een museum als Voorlinden het als solo presenteren?

Kiefers status staat buiten kijf. Met Jörg ­Immendorff, Georg Baselitz en A.R. Penck behoort hij tot de generatie Duitse kunstenaars die in de jaren zeventig en vooral tachtig de schilderkunst een geweldige boost gaven. Allemaal verhielden ze zich tot het besmette nationale verleden, maar Kiefer was in zijn uitwerking het meest ‘Duits’. 

Zijn grote schilderijen, eigenlijk halve installaties, borrelen over van Blut und Boden en donderende mythologie. Het beroemdste is zijn serie werken uit 1980-1983, waarin neoclassicistische nazibouwsels ogen als naargeestige graftombes. Iets later schilderde hij onbehaaglijk lege landschappen, waarmee hij indirect protesteerde tegen de stationering van kruisraketten in Duitsland.

De werken die nu in Voorlinden te zien zijn, reageren een stuk minder expliciet op geschiedenis of actualiteit. Ze zijn gemaakt in de afgelopen tien jaar, lang na wat algemeen erkend wordt als Kiefers hoogtepunt.

Toch zijn ze ­onmiskenbaar van zijn hand. Zie alleen al de opeenstapeling van referenties. Aan de oorlog natuurlijk, die in twee grote schilderijen opdoemt in de vorm van lucht­haven Tempelhof, ontworpen door Hitlers ­hofarchitect Speer. De door de nazi’s vervolgde vrijmetselaars worden geëerd met hun symbolische passer, hier metersgroot in verroest staal. 

De oudheid is present in de vorm van keizer Elagabalus, inspiratiebron van schrijver Antonin ­Artaud, aan wie Kiefer de titel Antonin Artaud Heliogabalus ontleent. De literatuur komt sowieso geregeld terug.

Intellectueel spelletje

Ook in de uitvoering zijn deze werken vintage Kiefer. De doeken zijn van monumentaal formaat. Het palet varieert tussen bruin, zwart en grijs, alsof de wereld door een met modder besmeurde lens wordt bekeken. De verf is tijdens het drogen gebroken, waardoor gebouwen lijken te verkruimelen en de hemel openbarst. 

Zoals gebruikelijk heeft Kiefer er hooi, takken, zelfs een complete kinderwagen in verwerkt. Dit zijn geen schilderijen, maar theatervoorstellingen.

Er valt een hoop te ontdekken en ontcijferen. Toch blijft het een beetje hangen in een intellectueel spelletje, deze werken dienen niet de historische mokerslagen toe die Kiefers beste werk typeren. En erger: het vet aangezette pathos doet gedateerd aan. De romantische urgentie is verwaterd tot sentimentaliteit.

Blijft de vraag waarom Voorlinden een solo wijdt aan Kiefer met dit werk. Natuurlijk, het museum is gebaseerd op de collectie van Joop van Caldenborgh en die heeft Kiefers in zijn ­bezit. Maar het tentoonstellingsprogramma onderscheidde zich tot nu toe met enerzijds tentoonstellingen van jonge kunstenaars als Michael Johansson en Shilpa Gupta en anderzijds veteranen die nooit eerder een solo hadden in ons land, zoals Martin Puryear, Wayne Thiebaud en Rodney Graham.

De recente tentoonstellingen van Yayoi Kusama en Armando waren misschien een eerste stap in een koerswijziging waarvan deze Kiefer­presentatie een volgend zetje is. Het lijkt erop dat Voorlinden, dat nu drie jaar bestaat, zich wil ontwikkelen buiten de niche van eigen ontdekkingen. Het wil een plek worden voor mainstream retrospectieven, concurrerend met de gevestigde musea. Ook de aanstaande exposities van Louise Bourgeois en Alex Katz wijzen die kant op. Voer voor museumwatchers.

Anselm Kiefer: t/m 15 april 2020 in Museum ­Voorlinden, Wassenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden