PlusBoekrecensie

Annelies ­Verbeke viert de fictie en fantasie in Treinen en ­kamers

Treinen en kamers is een vermakelijk gedachte-experiment, waarin de grenzen tussen feite en fictie totaal lijken te vervagen. Beeld Getty Images
Treinen en kamers is een vermakelijk gedachte-experiment, waarin de grenzen tussen feite en fictie totaal lijken te vervagen.Beeld Getty Images

In Treinen en kamers, de nieuwe verhalenbundel van Annelies Verbeke, is de auteur suïcidaal, net zoals veel van haar personages. De redding is echter nabij: zij wordt door haar ‘schaduw­zijden’ uit haar graf gesleurd voor een gesprek met onder meer Johann Wolfgang von Goethe en Thomas Mann, want een onverwachte twist is wel aan Verbeke besteed.

Ze liet zich voor de verhalen inspireren door klassiekers uit de wereldliteratuur, maar heeft zichzelf daarin alle vrijheid gegund.

‘En dan lees ik een dichter uit vervlogen ­tijden, en het is alsof ik in mijn eigen ziel kijk,’ luidt het motto van openingsverhaal Deser­teren, afkomstig uit Het lijden van de jonge Werther. ‘Fuck off,’ zegt de auteur als schaduwzijden Moeke Verbeke en Maarschalk Gianfranco Verbeke haar uit haar graf proberen te krijgen. ‘Zo’n afgezaagde Amerikaanse vloek, dat is dan haar antwoord. Zie je wel? Dit is niet haar tijd. Al wat ze aanraakt verandert in stront,’ schrijft Verbeke.

Groepstherapie

Haar schaduwzijden nemen de auteur echter mee naar huis, waar ze een groepstherapie­sessie voor haar hebben georganiseerd. Deel­nemers: personages Werther, zijn beminde ­Lotte, Charlotte (op wie Lotte is gebaseerd), Goethe, Mann en de auteur.

De sessie wordt aangevoerd door de Amerikaanse psycholoog Elaine Aron, die een boek schreef over hoogsensitieve personen. Wat volgt is een groepsgesprek waarin het auteurschap en de hoge sensitiviteit van de betrokkenen centraal staan.

Het is een vermakelijk gedachte-experiment, waarin de grenzen tussen feite en fictie totaal lijken te vervagen en demonen kunnen transformeren in personages (die je als auteur eigenhandig de nek om kunt draaien).

Ook geeft het aanwijzingen voor de poëtica van de auteur. Dit openingsverhaal is het langste (80 pagina’s!) en intellectueel het meest doorwrochte, maar misschien wel het zwakste verhaal uit de bundel, omdat het groepsgesprek te langdradig is en te conceptueel.

Tegelijkertijd zijn alle elementen die de verhalen ook zo volstrekt origineel maken al aanwezig: de grote fantasie van de auteur, waarmee ze de fictie viert (of zoals Verbeke zelf op de achterflap schrijft: Wat is de werkelijkheid? En wie bepaalt dat?), het goed doorgevoerde absurdisme (niets is voorspelbaar), het gevoel voor humor (de scherpzinnigheid) en de inktzwarte ondertoon die er een lijkt te zijn van ­boete, schuld en doodsverlangen.

Paardenmeisje

Maar wat wil je met personages die stuk voor stuk ongelukkig, eenzaam en/of gemankeerd zijn?

Het fascinerende verhaal Matroesjka’s gaat over een incel (involuntary celibate, ongewilde vrijgezel), die met zijn broers tijdens de lockdown gewelddadige verkrachtingsfantasieën post op een door hen aangevoerd forum voor incels. Op een dag staat er een paardenmeisje voor de deur. Ze is verdwaald.

De broers van de verteller moedigen hem aan het meisje naar binnen te lokken, zodat ze ik-weet-niet-wat met haar uit kunnen halen. Het meisje, Hanne, haalt hem echter over mee te gaan met hem. Ze brengt hem naar het kleine vakantieoord waar ze met haar vader woont en biedt hem een uitweg uit zijn zieke omgeving.

Wat het verhaal zo goed maakt is de onverwachte omkering. De mantel der liefde die de kwaadaardige verteller krijgt toegeworpen, brengt hem danig in verwarring.

Verbeke brengt de tweestrijd en het ongemak van de jongen die worstelt met zijn kantelende wereldbeeld overtuigend over het voetlicht. Hij denkt: ‘Het was ongelooflijk, immens, (..) hoe ik van de ene seconde op de andere, zonder vooropgezet plan, mijn leven had hertekend.’

Tristesse

De verhalen worden gedragen door hun personages. En of het nu incels, robots, schrijvers of vervloekte mensdieren zijn, in een paar zinnen geeft Verbeke ze een hartslag en worden ze onvergetelijk, al was het maar vanwege hun tristesse.

Zoals conductrice, ‘treinbegeleidster’ Natasja de Pauw, die de reizigers bij gebrek aan gevoel voor humor, ‘een lijst met opbeurende dingen’ voorleest, maar af en toe uit de bocht vliegt: ‘Er zijn dagen waarop ik naar mijn leven kijk als naar een film die ik bij het betreden van de zaal veel luchtiger had ingeschat. Ik dénk er vaak aan om de zaal te verlaten, maar zoals ik zelf heel goed weet, ben ik er te beleefd voor.’

Fictie

Annelies ­Verbeke
Treinen en ­kamers
De Geus, €23,50, 283 blz.

Treinen en kamers. Beeld De Geus
Treinen en kamers.Beeld De Geus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden