PlusBoekrecensie

Anna Enquist heeft een nieuwe taal gevonden voor het verdriet

Beeld -

Leven met de dood van je kind moet een onmogelijke exercitie zijn. Dichter en schrijver Anna Enquist doet het al bijna twintig jaar. Ze streeft in Berichten van het front naar ‘het losmaken/van de dochter in ons’. In 2001 overleed haar 27-jarige dochter bij een verkeersongeluk; sindsdien is dat een terugkerend thema in haar werk.

‘Het verdriet is leesbaar of verborgen. Kohlmeier,/ Grossman, Riley en Thomése, de ledenlijst is langer/ dan u misschien dacht. Zelfs Gardam! Drabble! (..) Wij kneden het gemis ­totdat het op de bladzij past’, dicht ze in het openingsgedicht. Met andere woorden: daar zijn ‘we’ weer met dat eeuwige dode kind. We zijn onmachtig tegen het verdriet. Het onderwerp dringt zich onontkoombaar op. Excuses vooraf.

Tegen een dood kind is het moeilijk in verweer komen. De moeder, die ook dichter is, weet eveneens dat de poëzie onverbiddelijk is: het is de vorm die bepaalt of haar gedichten, net als de rouw, bestaansrecht hebben. In hoeveel (nieuwe) metaforen laat het verdriet zich (nog) vangen? Welke taal is nog niet sleets?

In Berichten van het front wordt het gemiste kind in vier delen (of cycli) gezocht. Schrijnend is het eerste deel, Demeter, waarin de ‘godin van de landbouw’, ook wel ‘moeder aarde’ genoemd, wanhopig is als zij denkt dat haar dochter dood is. Ontluistering: ‘(...) Nu is het zaak de treurwilg in haar eigen/ pracht te zien, niet als vermomming/ van een huilend kind. Demeter bijt/ haar tanden stuk. Zij loopt, vuisten gebald,/ de kale wereld in en zal zich /met de dingen gaan verstaan’. Wat goed werkt in deze strofe is dat de ontluistering zich ook (ritmisch) in de taal openbaart. De zinnen worden vanaf ‘Demeter bijt’ ook steeds kaler en binnenrijm trekt de boel nog strakker bij elkaar.

Terugkerende beelden en metaforen zijn afkomstig uit de mythologie, de muziek en de natuur. Er is een kleinzoon, het leven gaat door; ook dat gegeven is pijnlijk. ‘Het kind, onbekend/ met verlies nog/ rent kraaiend een dag in.// Je staart hem na. Hoe naar de uitgang?/ Waar is je woede?’ Weer die ijzersterke, ont­klede verbijstering.

Enquist is erin geslaagd nieuwe taal te vinden voor het verdriet: een tragisch geluk, waarvan nog onduidelijk is of dat het ‘losmaken’ ten dienste zal zijn. Ze besluit met Afscheidsgroet, waarin ze zich dankbaar toont aan de lezer: onnodig en een beetje gratuit.

Het eerste en laatste gedicht had ze best mogen weglaten. Dan had ze kunnen besluiten met Stilte, over de driejarige drummer: ‘Hij heeft steeds een liedje in zijn hoofd (...) ‘Buiten/ de tijd verstomt alle muziek. Het is de hel./ Dat gaat ze niet vertellen aan de trommelaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden