PlusInterview

Ann Napolitano schreef een bestseller over de overlever van een vliegramp

Ann Napolitano: ‘De wereld van Edward was een prachtige wereld om in te verblijven als schrijver.”Beeld Jake Chessum

Ann Napolitano schreef met Lieve Edward een roman over de enige overlevende van een vliegramp. Ze werd geïnspireerd door de 9-jarige Nederlandse ‘miracle boy’ Ruben, die in 2010 na de vliegramp bij Tripoli wereldnieuws werd.

Schrijfster Ann Napolitano is maar vijf uur in de stad. Even overgevlogen vanuit Londen, waar ze een week verblijft voor de Engelse promotie rond haar roman Lieve Edward (Dear Edward). En daarna weer terug naar Brooklyn in New York.

De ironie van het lot: de schrijver die altijd al een nerveuze vlieger was, moet door haar bestseller - waaraan een vliegramp ten grondslag ligt - vaker aan boord van een vliegtuig dan ooit. En dat, zegt de 48-jarige Napolitano met een wrangig lachje, nu ze door haar onderzoek meer dan ooit weet wat er allemaal mis kan gaan en hoe.

In haar nieuwe roman, die na verschijnen meteen de Amerikaanse bestsellertop haalde en in 21 talen wordt vertaald, beschrijft ze hoe de familie Adler op 12 juni 2013 om 7.45 uur op de luchthaven van Newark in de securityrij staat. Moeder Jane, scenarioschrijver, vader Bruce, wiskundige, en hun zoons Jordan (15) en Eddie (12) – ze zullen naar Los Angeles vliegen om daar een nieuw bestaan op te bouwen.

Om 14.12 uur die dag raken de piloot en de co-piloot de controle over vlucht 2977 kwijt. Het toestel stort neer in Noord-Colorado. Er vallen 191 doden; Eddie is de enige overlevende. Hij is meteen de publiekslieveling, de sociale media eigenen zich de ‘miracle boy’ toe; terwijl die zelf zijn trauma moet zien te verwerken.

Hoe kwam u op het idee voor uw roman?

“Toen in 2010 een vliegtuig van Afriqiyah Airlines neerstortte in Libië, bij Tripoli, was er een klein jongetje dat de ramp overleefde – de Nederlandse Ruben. En vanaf het moment dat de crash het nieuws begon te domineren raakte ik door hem geobsedeerd. Er kwam een foto naar buiten van Ruben in zijn ziekenhuisbed; zo lief, zo gewond, zo klein.”

“Ik dacht: hoe moet het verder met hem als hij uit het ziekenhuis komt, zijn ouders en broer voor altijd weg? En ik moest aan mijn zoontjes denken die toen een en drie jaar oud waren: zouden zij als hun zoiets overkwam ooit verder kunnen met hun leven? Zouden ze weer naar school kunnen gaan, nieuwe vrienden kunnen maken, verliefd kunnen worden?”

“Rubens oom en tante, die hem na de ramp hebben geadopteerd, hebben er het uiterste aan gedaan zijn privacy te beschermen. Maar op de sociale media ging iedereen met hem aan de haal; jonge meisjes maakten pagina’s aan voor Ruben op Facebook omdat ze hem zo schattig vonden; vliegtuigfanaten speculeerden uitgebreid over de toedracht van de crash; er werd gelekt dat de Libische president Ruben had gebeld.”

“Niet alleen journalisten zaten op de zaak, ook gewone mensen stortten zich erop. Niet uit kwade bedoelingen, ze waren geraakt door Rubens lot. Maar daarmee maakten ze hem wel publiek bezit.”

Was u zelf niet beducht dat u, door over een jongen als Ruben te schrijven, zich zijn verhaal zou toe-eigenen? En weet hij eigenlijk dat er nu een boek is verschenen waarvoor hij de inspiratie was?

“Dat laatste weet ik niet, en ik zou hem ook zeker niet met mijn boek willen lastig vallen. Hij heeft zo iets onvoorstelbaar verschrikkelijks moeten doorstaan; ik wil niet pretenderen dat ik dat ook maar enigszins zou kunnen doorvoelen. Mijn boek is fictie en het is niet ongebruikelijk dat fictie wordt aangejaagd door dingen die werkelijk zijn gebeurd.”

“Ik zeg als schrijfdocent altijd tegen mijn studenten: let op je eigen obsessies. Als er iets is waar je je ongemakkelijk bij voelt, als er iets schuurt, als er iets is waar je over na blijft denken – dan moet je daar wat mee. Ik was geobsedeerd geraakt door Ruben en de mediastorm rondom dat jongetje – en daar voelde ik me ongemakkelijk bij. Toen wist ik dat daarover moest schrijven.”

“Ik wist niet waar ik zou terechtkomen, maar het moest. Ik had nooit gedacht dat ik een roman zou schrijven over een vliegramp – al gaat het boek natuurlijk niet over de vliegramp per se. Waar het mij om gaat, is hoe je daarna verder gaat. Dat is zo’n universeel gegeven. Ieder mens maakt in zijn leven verlies mee – een baan, je moeder, waardoor je je identiteit kwijt raakt en de bodem raakt – kom je daaruit, ga je verder, of niet?”

Hoe bent u te werk gegaan?

“De details van de crash in mijn boek zijn die van vlucht 447 van Air France van Rio de Janeiro naar Parijs die in 2009 neerstortte. Ik heb met een gepensioneerde piloot gesproken en heel veel rapporten van de National Transportation Safety Board gelezen, die na elke vlieg- of treinramp een openbare hoorzitting houdt en de rapporten openbaar maakt. Een deel van de cockpitdialoog in mijn boek komt ook uit de zwarte doos van vlucht 447.”

U geeft een aantal passagiers hun eigen achtergrond. Het zijn ook hun nabestaanden die contact zoeken met hun ‘lieve Edward’-brieven.

“Als ik vlieg, vermaak ik me altijd door over de andere passagiers te fantaseren; waar gaan ze heen, wat is hun verhaal? Want in ieder mens schuilt een roman. Zo heb ik Edwards medepassagiers, een eigen achtergrond gegeven. In een vliegtuig worden zo veel levensverhalen samengepakt.”

“Ik besefte dat die paar uur in de lucht voor Edward altijd deel zouden uitmaken van zijn nieuwe leven. Maar ook dat Edward voor die nabestaanden heel belangrijk zou worden. Hun harten zijn gebroken, ze zijn wanhopig, en daarom benaderen ze hem. Ik ben er vrij zeker van dat ik hetzelfde had gedaan als mijn man in dat vliegtuig had gezeten; dan zou ik ook willen weten of Edward mijn man had opgemerkt – en hoe het verder gaat met dat jongetje.”

Is uw boek een verhaal over hoop?

“Ik wilde heel graag dat het Edward goed zou gaan – maar of dat mogelijk zou zijn, wist ik niet toen ik begon met schrijven. Wat ik nu weet is dat daar een enorme warmte, liefde en zorg van andere mensen voor nodig zijn. Al hebben de mensen om Edward heen hun fouten – want ze zijn en blijven mensen – ze willen hem helpen.”

“Voor mij was dat een prachtige wereld om in te verblijven als schrijver. Ik voel me nu een beetje ontheemd. Het was de mooiste schrijfervaring van mijn leven, al is het misschien een beetje raar om dat te zeggen over zo’n in essentie droevig en catastrofaal verhaal.”

En dan ineens ook uw grote internationale doorbraak. Hoe ervaart u die?

“Mijn eerste twee boeken, Within Arm’s Reach en A Good Hard Look, hebben niet zo veel gedaan. Ik dacht daardoor eerlijk gezegd dat Dear Edward niet eens zou worden uitgegeven. Ik was zo’n ‘mid career writer’ – eigenlijk al een beetje uitgerangeerd. Maar ik kan alleen leven als ik schrijf, of ik nou word gepubliceerd of niet. Het bepaalt mijn zijn en mijn wezen.”

“Ik schreef dit boek omdat ik moest – en dat er vervolgens een biedingsoorlog ontstond in Amerika, dat het de wereld over gaat is steeds heel onwezenlijk. Ik voel me als een acteur die een internationaal succesvolle schrijver speelt.”

Lieve Edward, vertaald door Maya Denneman. Luitingh Sijthoff, €20,99.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden