Amsterdamse geschiedenis op lokatie

AMSTERDAM - Geschiedenis op locatie is de formule van de Dag van de Amsterdamse Geschiedenis, die zich gisteren vooral in het centrum van de stad afpeelde. Kleinschalig: de bijeenkomsten vonden plaats in woonhuizen waar 'het' gebeurde, in cafés, bij monumenten, in kleinere of iets grotere instellingen.

De kleinste bijeenkomst vond plaats op de stoep van het gehavende pand Herengracht 132, waar Machiel Bosman vertelde over de hoofdfiguur van zijn boek Elisabeth de Flines, een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw. Eén bezoeker was er slechts, maar Bosman loste dat soepeltjes op. Al snel ging het tweetal naar de kroeg op de hoek, waar de schrijver zijn publiek een exemplaar van het boek aanbood.

Ondertussen vertelde Ed van Thijn in een volle vergaderzaal van de ambtswoning welke groten der aarde in zijn burgemeesterstijd allemaal over de vloer waren gekomen en welke opvallende trekjes deze figuren vertoonden.

En aan het eind van de middag kwamen velen bij elkaar in het Amsterdams Historisch Museum voor een slotfeestje. En omdat historisch geïnteresseerden altijd in zijn voor iets stichtelijks, was Vincent van Rossem gevraagd een slotwoord te spreken.

Van Rossem, hoogleraar monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, zei dat hij de formule geschiedenis op locatie erg aardig vond, maar dat we ons wel mochten realiseren dat de geschiedenis zelf de plekken waar het allemaal gebeurde, wegvaagt. ''Duitse jongelui vragen in Rotterdam nog wel eens waar de Altstadt is.''

En voor zijn toehoorders mochten denken dat alleen Duitse vliegtuigen hele stadscentra deden verdwijnen: ''Geallieerde bommenwerpers hebben complete Duitse binnensteden verwoest, inclusief de bewoners. Daar zijn aardige fotoboeken over verschenen, dat was geen pretje.''

Hij vertelde over Den Haag, waar veel historische plekken zijn verdwenen, en over Parijs in de negentiende eeuw, toen stadsarchitect Georges-Eugène baron Haussmann in opdracht van Napoleon III de middeleeuwse binnenstad verving door een stelsel van boulevards. Achtergrond: het was voor opstandelingen heel wat moeilijker barricades op te werpen op deze brede avenues dan in de kronkelige straatjes die daar voorheen lagen.

En in Amsterdam? Hier is weliswaar een monumentenbeleid, maar dat laat ruimte 'om panden zodanig te restaureren dat ze onherkenbaar worden'.

Bij geschiedenis denken we vaak aan zaken als Lodewijk de Zestiende en de val van het Romeinse rijk. Dat is politieke geschiedenis,. ''Maar is dat de essentie? De negentiende-eeuwse Amsterdamse woonwijken bestaan uit panden van vijf meter breed en twaalf meter diep. Die panden hebben twee deuren. De rechterdeur is voor de benedenwoning, voor de gezegende mensen die een tuintje hebben. En de linkerdeur is voor de bovenetages, waar zes gezinnen woonden. Beide deuren hebben een onderdorpel, een drempel van Belgisch hardsteen. En als je daarnaar kijkt, zie je dat de dorpel van de linkerdeur erg versleten is en die van de rechterdeur nauwelijks. Dat is voor mij geschiedenis.''

De ware geschiedenis is niet van politici, maar van de gewone man. Die geschiedenis krijgt ook vorm in de naoorlogse woonwijken. ''En hier gedragen de woningbouwcorporaties zich als een moderne Haussmann.''

Over dertig jaar is daar geen plek meer die nog herkenbaar is als deel van de geschiedenis van de wederopbouw. ''Iraanse atoombommen kunnen we niet tegenhouden, maar de vernieling van onze eigen woonwijken, daar zouden we ons fel tegen moeten verzetten.'' (PAUL ARNOLDUSSEN en JELLE DE GEE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden